In joggingbroek de kunstbeurs bezoeken

Een Warhol kopen voor een miljoen zonder hem aan te kunnen raken. Het is waar de VIP Art Fair op hoopt. „Vijf jaar geleden had ik je voor gek verklaard.”

In veel opzichten is de VIP Art Fair een gewone kunstbeurs. De plattegrond vermeldt de namen van bekende internationale galeries die doorgaans ook op grote beurzen als The Armory of Art Basel te vinden zijn, zoals Gagosian en Hauser & Wirth. Hun onlinestands zien er net zo stralend wit uit als in het echt en zijn met veel zorg ingericht met werken van beroemdheden als Damien Hirst en Andy Warhol. In je eigen tempo kun je dwalen door diverse ‘tentoonstellingshallen’ met namen als de Emerging Hall (voor jonge galeries) en Focus (voor galeries die meerdere werken van één kunstenaar tonen). Er is een VIP-lounge voor de belangrijkste verzamelaars en er kunnen virtuele rondleidingen gevolgd worden.

Wat ontbreekt is de glamour. De rijken der aarden hoeven zich voor de vernissage van deze beurs niet op te dirken, maar kunnen gewoon in joggingbroek vanaf de bank in Dubai, Moskou, Shanghai of New York surfen langs de kunstwerken. Met een paar muisklikken kun je inzoomen tot je met je neus op een schilderij of beeldhouwwerk staat. Het silhouet van een menselijk figuurtje geeft door groter of kleiner te worden de schaal van de werken aan. En als er iets van je gading bijzit, kun je via chat praten met de galeriehouder. Op de plattegrond van de beursvloer verkleuren de stands waar je al geweest bent.

Als zaterdagmiddag om twee uur Nederlandse tijd de beurs wordt geopend, zitten in de Amsterdamse galerie van Annet Gelink vijf medewerkers gespannen naar hun computerscherm te staren. Ze is best zenuwachtig, vertelt Gelink, de enige Nederlandse deelnemer aan de onlinebeurs. „Het voelt als pionieren. Als de techniek maar werkt.” Ze klikt driftig op een installatie van David Maljkovic in een van de hoeken van haar virtuele beursstand. „Wat irritant dat het zo langzaam gaat. Op deze manier haken mensen af.”

Er hadden zich zaterdag al twintigduizend bezoekers geregistreerd. Veel daarvan kwamen meteen kijken, want er verschijnt al snel een melding dat door de overweldigende belangstelling de site wat traag kan zijn. Op zaterdagavond, als ook Amerika massaal inlogt, is de website diverse malen zelfs geheel onbereikbaar. Gelink legt contact met collega’s aan de andere kant van de wereld. „Ze hebben daar ook veel problemen. Dat zijn dus de kinderziektes waar ik bang voor was.”

Maar er zijn zeker grote voordelen, vindt Gelink. Ze heeft voor haar ruimte op de Vip Art Fair vijftienduizend dollar betaald, terwijl een stand op de beurs in Basel of Miami al snel het dubbele kost. Er hoeven geen transportkosten, vliegtickets en hotelovernachtingen betaald te worden. Er moet alleen gezorgd worden dat de computer dag en nacht bemand is. Een ander voordeel is dat op internet geen rekening gehouden hoeft te worden de fysieke afmetingen van kunstwerken. Je kunt er ook reusachtige sculpturen tonen, en het medium leent zich uitstekend voor video’s.

Er kan bovendien per kunstwerk eindeloos veel achtergrondinformatie verstrekt worden. De afgelopen drie maanden is een van Gelinks assistenten fulltime bezig geweest met de voorbereidingen voor deze beurs. Alle kunstwerken moesten in hoge resolutie gefotografeerd worden. Van iedere kunstenaar werd een portfolio samengesteld met cv’s in drie talen.

„Door deelname aan deze beurs ben ik op een heel andere manier gaan nadenken over het verkopen van kunst via internet”, zegt Gelink. „Vijf jaar geleden had ik je voor gek verklaard als je had voorspeld dat ik aan een internetbeurs zou meedoen. Maar er is nu een hele nieuwe generatie van kunstverzamelaars aan het opkomen. Ik voorspel dat galeries in de nabije toekomst geen tentoonstellingsruimte meer nodig hebben, maar slechts een kantoorfunctie hebben. Ik merk nu al dat kunstenaars er op uitgekeken raken om steeds in diezelfde galerieruimte te moeten exposeren.”

De vraag blijft natuurlijk of verzamelaars het aandurven om enkele tonnen neer te tellen voor een kunstwerk dat ze niet in het echt hebben kunnen zien. „Ik verwacht op deze beurs nog niet heel veel van de verkoop”, zegt Gelink. „Maar het zou leuk zijn als we op deze manier een nieuw publiek weten te bereiken.”

Om even na drie uur, als de beurs ruim een uur online is, komt er op Gelinks computer een eerste chatbericht binnen van een verzamelaar uit Spanje die geïnteresseerd is in een muurschildering van Ryan Gander. Een Amerikaan informeert even later naar de prijs van een klein schilderij van Victor Man uit 2006. Er volgen chats met klanten uit India en Italië. En rond vijf uur ’s middags kan dan toch de champagne ontkurkt worden. Een verzamelaar uit Australië heeft „iets kleins” gekocht van Carlos Amorales. Aan zijn kant van de wereld is het dan drie uur ’s nachts.

Op maandagochtend is het enthousiasme ondanks de computerproblemen flink gestegen. „We hebben sinds de opening leuke nieuwe contacten op gedaan uit onder meer Turkije, Mallorca en India”, zegt een assistent van Gelink. „We hebben een aantal mogelijke verkopen lopen, waaronder collages van Carlos Amorales aan een verzamelaar in Mallorca en een grote sculptuur van Roger Hiorns aan een Turkse verzamelaar. We hebben ook contact gehad met verzamelaars die we ontmoetten op de andere beurzen, dus ook dat werkt. Het komt langzaam op gang, maar we verwachten er nog veel van deze week.”