God gunt Mefistofeles lankmoedig zijn gebbetje

Stefan de Walle (links) en Jaap Spijkers in 'Faust'. Foto Leo van Velzen Den Haag, 15-01-2011. Beeld uit de voorstelling "Faust" bij Het Nationale Theater, regie Johan Doesburg. Met o.a. Jaap Spijkers ,Stefan de Walle en Sophie van Winden. Foto Leo van Velzen.

Faust I & II van Goethe door het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Gezien: 23/1, Koninklijke Schouwburg Den Haag. T/m 6/3, nationaletoneel.nl ***** / **

Een formidabele krachttoer, dat is Goethes Faust I & II. Een vijf uur durende voorstelling van het Nationale Toneel die drieduizend jaar omspant. Met vijftien – vrijwel allemaal sterke – acteurs en oogverblindende kostuums. Een gedurfde poging ook van regisseur Johan Doesburg om het onspeelbaar geachte tweede deel van Goethes meesterwerk te bedwingen. Dat is niet gelukt, maar zijn brutale ijver verdient lof. Geldt voor Faust immers ook niet dat hij wordt beloond voor zijn eeuwig streven?

Faust I begint met een weddenschap tussen een vermoeide God (Hans Leendertse in glimmend wit trainingspak) en een gretig-vileine Mefistofeles (Stefan de Walle). Wedden dat hij een goed mens kan corrumperen? God gunt de duivel lankmoedig zijn gebbetje. Maar de inzet is hoog: als het hem lukt, mag hij Fausts ziel hebben.

Even later zien we de uitgebluste wetenschapper Faust (Jaap Spijkers), die beseft dat hij nog altijd niets van de wereld weet. In zijn wanhoop roept hij duistere machten op. Als een hellehond verschijnt Mefistofeles voor hem, om te transformeren tot schmierend charmerende duivel. Hij zal al Fausts wensen vervullen, maar als hij niets meer te wensen heeft, komt zijn ziel de duivel toe.

Dan volgt Fausts duizelingwekkende reis. In de heksenkeuken, een orgie van wellustige jonge vrouwen in doorschijnend verpleegsterskostuum, krijgt hij een verjongingskuur. Hij valt voor Gretchen, een overtuigend fragiele Sophie van Winden. In zijn affectie voor haar lijkt hij even zijn duivel af te willen schudden. Maar om haar te verleiden maakt hij wel gebruik van diens methodes. Daarmee is hun liefde gedoemd.

Als Gretchen door zijn toedoen haar familie verliest en gek wordt, is Faust definitief tot zijn duivelse metgezel veroordeeld. Daarna vinden we hem terug in de beroemde Walpurgisnacht; bij Doesburg een grotesk-pornografisch tafereel van maskers, verminkte ledematen en lullen. Hier lijkt Faust verloren.

Zo menselijk en meeslepend als Faust I is, zo abstract-filosofisch is deel 2. Hierin reist de titelheld dwars door de Griekse mythologie, trouwt Helena van Troje en krijgt met haar een zoon (een Michael Jackson lookalike in een onbegrijpelijk anachronisme). We bevinden ons achtereenvolgens aan een keizerlijk hof, in Sparta en in Arcadië, om te eindigen bij een ambitieus inpolderingsproject dat Faust ten koste van vele levens start in zijn streven naar macht.

Janine Brogt heeft de handeling in haar bewerking ingrijpend ingeperkt, maar het blijft een woest uitwaaierend geheel, waarin Goethes wetenschappelijke ambities het menselijk drama dwars zitten. De introductie van allerlei nieuwe personages vergroot de afstand nog eens. Wellicht vraagt Faust II om een heel ander, abstracter soort regie, want het tweeluik gaat hier mank. Doesburg lijkt plots uitspraken te willen doen over de actualiteit. Dat is – zeker bij de verwijzing naar de kredietcrisis bij de scene over het papiergeld – geestig, maar het blijft gratuit.

Het publiek krijgt tijdens de voorstelling vier maal een andere plaats in de zaal. Van boven bezie je het stuk als een hemels gerecht, van onder lijkt het alsof de hoogmoedige wetenschapper ver boven je uitstijgt. Je bekijkt het verhaal dus – letterlijk – van verschillende kanten. Zo sober als het decor is, zo uitbundig zijn de kostuums: een bonte revue van kant, veren en leer. Verbleekt en besmeurd bieden ze een grimmige aanblik: als een kermis na een windhoos.

Brogts verzen zijn soepel, aards en smeuïg. Maar de meeste lof komt de hoofdrolspelers toe. Spijkers is prachtig als de getourmenteerde en uiteindelijk gewetensbezwaarde Faust. En De Walle levert met zijn intens valse, en toch innemende Mefistofeles een waarlijk bovennatuurlijke prestatie.