Gescheurde naad

In het klimaat van meer blauw op straat en het voorbeeld aan de burger mochten wij onlangs in huiselijke kring genieten van een staaltje Haagse moffelpraktijken. Zoonlief van vijf ontdekte ruim een jaar geleden achter een bankje in park Sorghvliet een gevulde portemonnee gedrapeerd op een verdord bedje van paardenbloemblad. Hij herkende centjes, wij twee briefjes van honderd. Maar ondanks de gloeiende mogelijkheden van vierhonderd weken zakgeld, gebood ons goedburgerschap de jongste telg te adviseren zijn megavondst bij de boswachter in te leveren.

Boswachter bleek een lichtend voorbeeld van groene energie; hij beloofde de eerstvolgende werkdag naar Bureau Karnebeek te snellen om melding te maken van slordig gedrag in zijn groenvoorziening, nota bene de openbare achtertuin van de ambtswoning van de Nederlandse premier. De flikken, dankbaar dat het nu eens niet ging om huiselijk geweld of een obligate aanrijding, namen bij het zien van zoveel voorbeeldgedrag met tranen in hun ogen de vondst in ontvangst. Het registratienummer dat de kordate boswachter mee terug nam belde hij plichtsgetrouw aan de eerlijke vinder door.

Een jaar later zou de kleine Van Luyn zich aan de Karnebeek mogen melden om zijn vondst op te eisen, mits het gat in de zak zich niet zou hebben gemeld. Geen bericht, goed bericht.

Ouder en wijzer geworden spoedden wij ons 365 dagen later opgetogen naar de Karne-jongens die natuurlijk van niets bleken te weten. Het onderzoek dat volgde toonde aan dat het registratienummer een garderobenummer bleek te zijn. Meer had recherche Gescheurde Naad niet uit de beek gevist. Ook bureau Zichtenburg hield zich op de vlakte. ‘Omissie van de politie’ meldde het telefonisch loket.

Het kon de kleine Van Luyn niet bommen. Hij was het toch al vergeten en wij leren hem natuurlijk dat geld niet gelukkig maakt – ook al had hij de eurotekens in de ogen van zijn vader al lang ontdekt. Dat het Playmobil-politiebureau er nu niet inzat, was achteraf gezien best jammer want daar waren de boeven nog boeven en de agenten gewoon agenten.

Floris-Jan van Luyn