Gedreven door verraad van VS

De vorig jaar ontvoerde ‘peetvader van de Talibaan’ is overleden. De oud-agent van de Pakistaanse geheime dienst ‘kweekte’ strijders.

Een extremistische groep in het Pakistaanse grensgebied met Afghanistan heeft dit weekeinde de dood gemeld van Sultan Amir Tarar, een voormalig agent van de Pakistaanse geheime dienst ISI die een hoofdrol heeft gespeeld bij de opkomst van de Talibaan in Afghanistan in de jaren negentig. Tarar, ook aangeduid als ‘Colonel Imam’ en ‘de peetvader van de Talibaan’, werd vorig jaar maart ontvoerd in Waziristan. Volgens zijn ontvoerders is hij gestorven aan een hartaanval, volgens Pakistaanse nieuwsberichten is hij vermoord. Zijn lichaam zou pas worden vrijgegeven als er betaald wordt.

Tarar verdween vorig jaar samen met een andere ex-ISI-man, Khalid Khawaja, en een Britse journalist van Pakistaanse afkomst, Asad Quereshi. Khawaja werd ruim een maand later dood teruggevonden. De journalist kwam in september vrij nadat losgeld was betaald.

Tarar was een typische exponent van het Pakistaanse veiligheidsdenken. Zijn loopbaan werd vooral getekend door het gevoel van verraad door de Amerikanen en door de behoefte om de gang van zaken in buurland Afghanistan te controleren. Hij begon zijn carrière in het begin van de jaren zeventig in het leger. In het kader van uitwisseling studeerde hij in Fort Bragg (North Carolina) en hij kreeg, naar eigen zeggen, de Groene Baret. Begin vorig jaar nog wees hij daarop in een interview, maar hij zei dat de baret van de Talibaan hem veel beter beviel.

Na de Sovjet-invasie, toen Afghanistan het laatste front werd in de Koude Oorlog, werkten de Amerikanen samen met de Pakistaanse geheime dienst ISI bij het versterken van de mujahedeen, de islamitische strijdgroepen die vanaf Pakistaans grondgebied opereerden. Tarar was een van de mannen die namens de ISI tienduizenden strijders bewapenden voor de heilige oorlog – met actieve Amerikaanse steun. Maar toen de Russen zich begin 1989 hadden teruggetrokken, verloren de VS hun belangstelling. In Afghanistan ontbrandde een burgeroorlog, het gefrustreerde Pakistan werd op zichzelf teruggeworpen.

In dat klimaat werd in de Afghaanse vluchtelingenkampen in Pakistan het lompenleger van de Talibaan, koranstudenten, gekweekt – opnieuw met inzet van Tarar. Onder leiding van de mysterieuze Mullah Omar, die Tarar al vanaf het midden van de jaren tachtig kende, veroverderden de Talibaan vrijwel heel Afghanistan.

Na 9/11 verbrak de Pakistaanse president Musharraf de banden met de Talibaan – onder zware Amerikaanse druk. Maar aangenomen wordt dat Tarar, formeel met pensioen, nauwe contacten bleef onderhouden met de Talibaan. Zijn dood laat evenwel zien dat de verhoudingen tussen de verschillende milities van Talibaan en Al-Qaeda in het tribale grensgebied moeilijk zijn in te schatten.