Een agent zonder rechtsstaat is een schietgrage soldaat

Vandaag hoort de Kamer deskundigen over een politiemissie in Kunduz.

Het is opmerkelijk dat er niet wordt gepraat over de niet-functionerende rechtsstaat in Afghanistan.

De krijgsmacht is nog steeds bezig materieel terug te trekken uit Uruzgan, waar in augustus een zware, vierjarige missie werd beëindigd. Aan Nederlandse kant vielen 24 doden en 147 gewonden. De Talibaan verloren waarschijnlijk meer dan duizend man, en er vielen naar schatting enkele honderden burgerdoden. Taak volbracht? Nee hoor. De komende week zal beheerst worden door een nieuwe missie naar Afghanistan.

Het betreft een ‘geïntegreerde politietrainingsmissie’, die zeker geen gelopen race is (zie kader). Het cruciale Tweede Kamer-debat van komende donderdag lijkt te zullen worden gedomineerd door vragen als: is de missie niet te militair (van de 545 deelnemers zijn er maar 45 civiel)? En: is het wel veilig in Kunduz, waar de Nederlanders voornamelijk gaan opereren? Terwijl het zou moeten gaan over het effect van de missie op de oorlog in Afghanistan.

Na ruim negen jaar aanmodderen is duidelijk dat het de NAVO en de 21 naties die haar steunen ondanks het sturen van meer dan 150.000 militairen niet zal lukken de Talibaan te verslaan. De Amerikanen brengen nu hun exit-strategie ten uitvoer. Inpakken en wegwezen, uiterlijk in 2014. Maar wel zonder het doel van de oorlog (een woord dat de Nederlandse regering als een van de weinige bondgenoten niet gebruikt) uit het oog te verliezen: voorkomen dat in Afghanistan opnieuw terroristen trainingskampen kunnen inrichten van waaruit ze het westen kunnen aanvallen. Daartoe moet verhinderd worden dat de oprukkende Talibaan de zwakke, impopulaire regering in Kabul onder de voet lopen.

Maar zorgt het trainen van politieagenten er wel voor dat de Talibaan buiten de deur blijven?

Het antwoord is: nee. Er zijn de afgelopen jaren over de Afghaanse politie rapporten verschenen van gerenommeerde denktanks als de International Crisisgroup (twee stuks), het Foreign Policy Research Institute en de Afghanistan Research and Evaluation Unit waarin de Afghaanse politie corrupt, roofzuchtig en crimineel wordt genoemd. Pogingen tot hervorming die al sinds 2002 gaande zijn, hebben nauwelijks verbetering gebracht. De huidige trainingsmissie van de NAVO werkt zelfs averechts, zeggen onderzoekers, omdat niets wordt gedaan aan de corruptie van de agenten en ze vooral leren vechten.

De agenten worden nauwelijks ingezet voor politiewerk, maar vooral in de strijd tegen de Talibaan. Daarbij sneuvelen meer agenten dan militairen: zo’n honderd per maand. De politie telt nu 94.000 man. Dat moeten er over drie jaar 134.000 zijn. Het gaat dus vooral om de aantallen, niet om de kwaliteit. Dat blijkt ook uit de opleidingsduur: zes weken voor een gewone agent. In Nederland is dat drie jaar. Van de agenten is 90 procent analfabeet. Het officiële cijfer van 20 procent opiumverslaafden is geflatteerd – tijdens drugstests bleek soms de helft van de agenten opiaten in het bloed te hebben. Volgens de criticasters leidt zo’n politie alleen maar tot méér steun voor de Talibaan.

Bovendien dreigt gevaar van infiltratie. Voor aanmelding is een briefje van het stamhoofd genoeg. Ook voor Talibaansympathisanten, die – na ontvangst van hun wapen – verdwijnen of hun trainers doodschieten, wat al twee keer gebeurde. Nederlanders die in Kandahar agenten schiettraining gaven, vertelden hen dat ze ogenblikkelijk zouden worden neergeschoten als ze zich met een geladen wapen omdraaiden.

Mocht zich in de Kamer toch een inhoudelijk debat ontspinnen, dan zal de discussie zich waarschijnlijk toespitsen op de vraag of de agenten worden opgeleid door de NAVO of door de EU (EUPOL). In dat laatste geval zou meer aandacht worden gegeven aan het opleiden van een menslievende politie, is de redenering van onder meer GroenLinks. Maar eind 2009 zocht Paul Meijers, destijds hoofd van het opleidingsprogramma van EUPOL, de media. Volgens hem leerden ook de agenten die EUPOL afleverde slechts te overleven. „Opleiden en politiewerk komen echt op een tweede plaats”, zei hij. „De agenten doen het werk van de militairen.”

In de discussie is bovendien een cruciaal punt nog helemaal niet aan bod gekomen: zelfs áls het zou lukken onkreukbare agenten op te leiden die de wet weten af te dwingen, dan heeft dat nog steeds weinig zin. Afghanistan heeft namelijk geen functionerend rechtssysteem. Waar moeten de dienders heen met hun arrestanten? Er zijn nauwelijks rechters en openbaar aanklagers. En degenen die er zijn, functioneren niet. In het hele land staan rechtbanken leeg, vaak zijn de rechters gevlucht.

De International Crisis Group luidde eind november de noodklok. In het rapport Reforming Afghanistan’s Broken Judiciary schrijft ze dat het ontbreken van een rechtvaardig rechtssysteem „brandstof geeft aan de Talibaan-opstand”. „Het gebrek aan rechtspraak heeft het land gedestabiliseerd.” In het rapport komen vertwijfelde gerechtsdienaren aan het woord. „Ik word constant bedreigd, thuis, in mijn kantoor, of als ik onderweg ben”, vertelt een rechter uit de provincie Wardak, niet ver van Kabul.

En dan de corruptie, Afghanistans hardnekkigste virus. Beginnende rechters verdienen zestig dollar per maand. Dat is minder dan een politieagent, en het maakt hen minstens zo corrupt. Volgens een onderzoek uit juli 2010 van Integrity Watch Afghanistan meent 32 procent van de Afghanen dat gerechtsdienaren tot de meeste corrupte functionarissen in het land behoren. Uit een opinieonderzoek van de Asia Foundation (2010) blijkt zelfs dat de helft van de Afghanen die met het gerecht in aanraking kwam smeergeld moest betalen.

De Talibaan werden dan ook pas echt succesvol toen ze een schaduwoverheid instelden en zich op de rechtspraak gingen richten. Ze richtten mobiele rechtbanken in, bestaande uit rechtsprekende moellahs en hun bewakers die zich verplaatsen op motorfietsen. Hun shari’a-rechtspraak is snel en effectief. Executies en lijfstraffen worden niet zelden ter plaatse voltrokken.

Het is opmerkelijk dat de niet-functionerende rechtsstaat in het debat over de politietrainingsmissie ontbreekt. In Uruzgan merkten de Nederlanders namelijk aan den lijve hoe dat de Talibaan in de kaart speelde. Ze zagen hoe de politie er afgleed tot een bedenkelijk niveau. Getraind om te vechten, niet om de wet te dienen. Steeds vaker wendden de Uruzgani zich tot Talibaan-rechters – de gouverneur en de openbaar aanklager gaven toe dat ze machteloos stonden.

Politiecommandant Juma Gul hield zich niet bezig met ordehandhaving, maar vormde zijn politiekorps om tot een privémilitie. Hij toonde trots de pantserwagens die hij van Amerikaanse politietrainers had gekregen. „En dit is mijn lijfwacht”, zei hij, en paradeerde langs een twintigtal saluerende agenten, uitgerust met fonkelnieuwe kalasjnikovs, helmen en scherfvesten – uitgereikt tijdens een trainingsprogramma van de NAVO. Dat hij een deel van het salaris van zijn mannen achterover drukte, was de Nederlanders bekend.

Een agent zonder rechtssysteem verwordt al snel tot een huurling in dienst van zijn corrupte commandant. Dat bleek in Uruzgan nog het duidelijkst uit de snelle opkomst van de krijgsheer Matiullah Khan, die verdacht werd van oorlogsmisdaden en het beveiligen van opiumtransporten. Matiullah dook in het gapende gat van de rechtsstaat. Wie voor hem werkte kreeg een politie-uniform en een salaris dat hoger was dan wat de overheid betaalde. Niet lang voordat de Nederlanders vertrokken begon hij zijn eigen rechtbank. Elke donderdag organiseerde de krijgsheer een ‘vredesraad’, waar stamoudsten onder zijn supervisie geschillen beslechtten. De Nederlanders, die de opdracht hadden de regering te ondersteunen, zagen het tandenknarsend aan.

Het bestrijden van de Talibaan lukt pas als de veiligheid, het bestuur en de rechtspraak verbeteren, menen experts. Nederland zag het met eigen ogen in Uruzgan. Maar nu wil de regering meehelpen een schietgrage politie op te leiden die de bevolking terroriseert en uitknijpt. Een beter en effectiever idee zou zijn om ons te richten op het verbeteren van het Afghaanse rechtssysteem. Daar zijn geen militairen voor nodig, en het is uit te leggen aan de bondgenoten als vitaal onderdeel van de exit-strategie.

Joeri Boom is redacteur van weekblad De Groene Amsterdammer. Hij schreef dit verhaal op persoonlijke titel.

Lees ook het dossier ‘Afghanistan’ op www.groene.nl