Duizend leerplichtige jongeren zitten thuis

Ongeveer duizend leerplichtige jongeren zitten momenteel thuis. Zij gaan gemiddeld al zes maanden niet naar school. Deze thuiszitters zijn geen gewone spijbelaars. Vaak zijn er veel verschillende redenen waarom ze geen onderwijs volgen.

Dat blijkt uit een vanmiddag gepubliceerd rapport van Ingrado, de vereniging van leerplichtambtenaren. Het thuiszitten van kinderen speelt „in sterke mate” bij jongeren van 13 jaar, vlak na de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs, aldus het rapport. De vereniging van leerplichtambtenaren heeft voor het rapport de dossiers van 110 thuiszittende jongeren uit 24 gemeenten onderzocht.

Jaarlijks blijven in totaal 2.500 jongeren langer dan een maand weg van school. Hun gemiddelde leeftijd is 14,4 jaar. Het overgrote deel (ruim 86 procent) van die jongeren zit op de middelbare school – of zou daar moeten zitten.

Bijna een kwart van de thuiszitters kampt met een fobie, angst of een psychische stoornis. Verder zijn er jongeren die „problematisch gedrag naar anderen” vertonen en daarom niet naar school gaan (17 procent). Ook bureaucratie is een hindernis: regels en procedures houden soms geen rekening met de problematiek van de jongere. Andere obstakels zijn een thuissituatie zonder structuur, drugs of criminaliteit. Eén op de tien jongeren zit thuis wegens een te lage of juist te hoge begaafdheid.

Leerplichtambtenaren zijn in dienst van de gemeente en controleren de Wet op de Leerplicht. Volgens voorzitter Carry Roozemond van Ingrado is verzuim „soms niet te vermijden”, maar blijkt uit het rapport dat de duur van het thuisblijven wel kan worden teruggedrongen.