Den Haag hoefde geen lesjes over Rusland

Diplomatenpost

Nederland niet gediend van kritiek op zijn beleid jegens Rusland; commerciële belangen staan ‘altijd’ centraal in betrekkingen

Wat geen enkele Nederlandse regering tot dan is gelukt, lijkt het kabinet-Balkenende in 2005 eindelijk toch voor elkaar te krijgen: de repatriëring van de al jaren betwiste kunstcollectie van Franz Koenigs. De kans dient zich aan als, voor het eerst sinds pakweg drie eeuwen, een heerser van Rusland naar Nederland komt.

Begin november 2005 staat dat staatsbezoek van president Poetin op de agenda. Premier Balkenende maakt van deze gelegenheid gebruik om tijdens hun gesprek in Den Haag de terugkeer van de verzameling aan de orde te stellen.

De collectie, die tijdens de nazibezetting door de Rotterdammer Van Beuningen aan het Führermuseum in Linz was verkocht en aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door het Rode Leger naar de Sovjet-Unie was meegenomen, ligt ergens in het Poesjkinmuseum in Moskou. Het gaat om circa 300 tekeningen van Rembrandt, Dürer, Titiaan en Holbein.

President Poetin antwoordt Balkenende dat hij ook voor teruggave is, zo vertelt een ambtenaar van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap ongeveer tien dagen later op de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Een doorbraak na jaren touwtrekken. Na het onderhoud gaat Poetin naar de Tweede Kamer voor een ontmoeting met parlementariërs en vervolgens nog naar een gezamenlijke persconferentie met Balkenende.

En dan gaat het fout. Waar de Nederlandse premier zich nog heeft beperkt tot „weloverwogen kritiek” op de autoritaire bestuursstijl van de Russische president, stellen Kamerleden en journalisten Poetin uiterst kritische vragen over onder meer het Russische beleid in de weerspannige republiek Tsjetsjenië.

Poetin is daarover volgens het ambtsbericht van de Amerikaanse ambassade „blijkbaar kwaad” en stuurt een persoonlijke assistent naar Balkenende met de mededeling dat teruggave van de collectie „niet zo waarschijnlijk” meer is.

Dat moet een tegenvaller voor Balkenende zijn geweest. Uit de Amerikaanse ambtsberichten, waarover NRC Handelsblad en RTL Nieuws beschikken, blijkt namelijk keer op keer dat Nederland pretenties heeft als het om Rusland gaat. Dankzij de goede betrekkingen zou Nederland uitstekend zijn eigen belangen kunnen behartigen, en zou het meer kijk hebben dan andere landen op de eigenaardigheden van Rusland.

Trots wordt door de gesprekspartners uit Nederland op de Amerikaanse ambassade verteld over de komst van een filiaal van het Hermitagemuseum in Amsterdam en vooral over de „goede relatie met de zeer invloedrijke directeur” van het moedermuseum.

De Amerikanen weten overigens niet exact waarover het gaat. In een ambtsbericht eind oktober 2005 wordt de Hermitage, dat toch echt aan een kade van de Neva in Sint-Petersburg staat, abusievelijk in Moskou gelokaliseerd.

Balkenende dicht zichzelf in deze ‘bijzondere’ betrekkingen een specifieke rol toe, zo tekent de ambassade op. Twee jaar na het debacle met de Koenigs-collectie, in het najaar van 2007, reist de premier met een handelsdelegatie naar Moskou. Onder auspiciën van Poetin en Balkenende sluiten de Gasunie en Gazprom daar een grote energiedeal. Gasunie verwerft 9 procent van de aandelen in de gaspijplijn Nord Stream en Gazprom krijgt een optie op evenveel aandelen in de pijpleiding tussen Balgzand en Bacton in Groot-Brittannië.

Op 13 november 2007 doet de premier daarvan verslag. In een gesprek met de Amerikaanse ambassadeur Arnall laat Balkenende zich voorstaan op zijn speciale relatie met president Poetin, die hij een „slimme vent” vindt. Balkenende is er „trots” op dat hij al zijn gesprekken heeft gevoerd in het Duits. Poetin beheerst die taal uitstekend aangezien hij tussen 1985 en 1990 als KGB-agent in Dresden was gestationeerd.

Balkenende heeft in Moskou „gevoelige kwesties, zoals mensenrechten, niet ontweken”. Dankzij de groeiende economische banden – import en export tussen beide landen bedragen dan in totaal 55 miljard dollar – is juist Nederland volgens Balkenende in staat om Poetin direct te engageren met „de moeilijkste issues”, noteert Arnall.

In juli 2009 refereert de ambassade in Den Haag weer aan deze pretentie. Balkenende voelde een „sterke persoonlijke band” met Poetin, die intussen premier is geworden, staat in een geheim ambtsbericht. Hij zoekt nu naar een „vergelijkbaar contact” met de nieuwe president Medvedev, onder meer om antwoord te krijgen op vragen over de dood van de Nederlandse cameraman Storimans, die in de vijfdaagse oorlog tussen Rusland en Georgië van augustus 2008 door artillerievuur is omgekomen.

Een verklaring over de dood van de RTL-journalist blijft overigens uit. Maar dat verandert niets aan het beleid dat Nederland voert ten opzichte van Rusland. Zo blijft Nederland fel tegenstander van een NAVO-lidmaatschap voor de voormalige Sovjetrepubliek Georgië, waarvoor de Amerikaanse regering van president Bush hartstochtelijk pleit maar waartegen het Kremlin zich fel verzet.

Hoewel Secretaris-Generaal De Hoop Scheffer van de NAVO steeds heeft geijverd voor een compromis, blijft de Nederlandse regering zoeken naar de „beste afbakening van verantwoordelijkheden en verplichtingen tussen NAVO en EU”, meldt de ambassade in juli 2009.

Kritiek op dat beleid wordt niet op prijs gesteld, schrijven de Amerikanen. „Commerciële belangen staan altijd centraal in de Nederlandse betrekkingen en nergens is dat evidenter dan in die met Rusland”, aldus de ambassade in een bericht in de herfst van 2009. In de zoveelste ontmoeting tussen Moskou en Den Haag is kort daarvoor afgesproken dat Russische bedrijven meer gaan investeren in de Rotterdamse haven en dat het olieconcern Lukoil van de oligarch Alekperov een aandeel van 45 procent neemt in een raffinaderij van Total in Zeeland.

Oog in oog met de Amerikaanse diplomaten zijn de Nederlanders „defensief over de besloten sfeer” bij de periodieke ontmoetingen. „Ambtenaren van het ministerie van Economische zaken hebben ons in het verleden lomp gezegd: ‘lees ons geen lesjes over Rusland’. Ze zijn in het bijzonder gevoelig voor kritiek over Nord Stream”, schrijft de ambassade in Den Haag eind 2009.

De algemene kritiek op de Nederlandse deelname aan die pijpleiding betrof destijds dat Den Haag daarmee het gezamenlijke Europese energiebeleid ondermijnde, hoewel de officiële lijn was dat Nederland zich ervoor inzette. Want Brussel wil juist minder afhankelijk worden van Russische energie. Het nastreven van de Nederlandse financiële belangen zou belangrijker zijn dan een zekere energievoorziening voor Europa.

Mogelijk zijn er in de Nederlandse regering meningsverschillen gerezen, bijvoorbeeld rond de Nord Stream-aandelenruil tussen Gasunie en Gazprom. Na de ondertekening daarvan in november 2007 komt niet alleen CDA-premier Balkenende op bezoek bij de Amerikaanse ambassade maar ook staatssecretaris Timmermans (PvdA) van Europese Zaken.

Uit het gesprek met hem destilleren de Amerikaanse gesprekspartners minder enthousiasme over de deal. Formeel onderschrijft hij het regeringsbeleid. Maar „persoonlijk gaf hij toe teleurgesteld” te zijn. Weliswaar zijn dit soort contracten de enige manier om Rusland te binden, weet Timmermans, en sleept de Nederlandse energiesector dit soort deals („die het nodig heeft”) anders niet binnen, noteert de de ambassade op 15 november 2007. Maar de staatsecretaris heeft „grote zorgen” over de transactie.

De ex-bewindsman wil vijf jaar na dato geen nadere toelichting geven op dit verslag. Wellicht zijn twee punten op één hoop gegooid: het ongemak van Timmermans over het gebrek aan eenheid in het Europese beleid en het contract tussen Gasunie en Gazprom.

Maar vast staat wel dat de staatssecretaris vaker een afwijkende opvatting over Rusland heeft dan de meeste andere Nederlandse gesprekspartners. Dat is verklaarbaar. Timmermans was tussen 1990 en 1993 politiek attaché op de ambassade in Moskou. Nadien is hij betrokken gebleven. Zo sprak hij in de herfst van 2006 als parlementariër op een bijeenkomst in Amsterdam ter herdenking van journaliste Anna Politkovskaja, die op 7 oktober dat jaar was vermoord.

Afgaande op de beschikbare ambtsberichten is die moord op regeringsniveau geen gespreksonderwerp op de Amerikaanse ambassade geweest. Mensenrechten in Rusland zijn er kennelijk niet echt persoonlijk toegespitst.