'Ban Ki-moon is zwak leider'

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, toont zwak leiderschap, omdat hij te weinig zijn stem verheft tegen regeringen die de mensenrechten schenden.

Dat schrijft directeur Kenneth Roth van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in het vandaag verschenen jaaroverzicht, World Report 2011. „Toen hij Turkmenistan en Oezbekistan bezocht, deed hij in het openbaar wél harde uitspraken over de mensenrechten”, schrijft Roth over Ban, „maar hij was veel terughoudender toen hij een machtig land als China bezocht.” Ook zou de VN-chef ten onrechte te veel vertrouwen op zijn eigen vermogen om achter gesloten deuren leiders als al-Bashir van Soedan, Than Shwe van Birma en Rajapaksa van Sri Lanka tot meer respect voor de mensenrechten te bewegen.

Human Rights Watch ziet het optreden van Ban Ki-moon als onderdeel van de bredere trend van regeringen die zeggen op te komen voor de mensenrechten, maar die ervoor terugschrikken misstanden in andere landen aan de kaak te stellen, aldus Roth. „In plaats daarvan kiezen ze voor softere benaderingen als ‘dialoog’ achter gesloten deuren of ‘samenwerking’. En hoewel zo’n aanpak niet perse verkeerd is en Human Rights Watch soms ook zelf voor stille diplomatie kiest, mag het „geen universeel substituut” worden voor in het openbaar uitgeoefende druk.

Harde kritiek heeft Human Rights Watch ook op de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève, omdat veel landen die er een zetel in hebben weigeren andere landen te veroordelen. De groep Afrikaanse staten in de raad wil alleen kritische resoluties over andere landen aannemen als de regeringen van die landen zelf ermee instemmen – „en er van de resolutie dus geen enkele druk uitgaat”.

Kritiek krijgen ook de Verenigde Staten, „omdat de regering-Obama militaire steun blijft geven aan enkele landen die kindsoldaten inzetten, zoals Tsjaad, Soedan, Jemen en Congo, ook al verbiedt een Amerikaanse wet dat”.