Bakermat van onrecht

Asielprocedures en vluchtelingenopvang in Griekenland zijn dus ver onder de maat. De (herhaalde) veroordeling door het mensenrechtenhof in Straatsburg van Griekenland afgelopen vrijdag was geen verrassing.

Maar dat Europese Unielanden zoals België óók de mensenrechten schenden als ze uitzetten naar Griekenland, was nieuw. Daarmee staat het verdeelsysteem op basis van de ‘Dublin-verordening’ op de tocht. Dit verplichtte vluchtelingen hun asielverzoek uitsluitend in te dienen in het land van binnenkomst.

Griekenland is nu dus niet alleen officieel gezakt als rechtsstaat voor asielzoekers. Maar ook als rechtstatelijk gekwalificeerd lid van het EU-collectief. En daar zou het wel eens niet bij kunnen blijven. Italië en Malta lopen het risico na Griekenland van het tableau van nette asiellanden te worden geschrapt, door Straatsburg. Althans dat wordt verwacht.

Voldongen feiten dwingen zo nieuw beleid af. Duitsland is zelf al aan de afhandeling van ‘Griekse’ asielverzoeken begonnen. Ook Nederland kan zo’n 2.000 asielzoekers niet meer afschuiven op ‘Athene’. De positie van Griekenland binnen de EU is hiermee nog verder verzwakt. Na de Griekse staathuishouding is nu ook de Griekse rechtsstaat behoeftig geworden. Zo dwingt ‘Straatsburg’ de Europese bestuurders in Brussel om opnieuw na te denken. En bewijst het hof overigens en passant ook de eigen relevantie. Het uitzettingsbeleid is immers al langer gebaseerd op horen, zien en zwijgen. Het hof in Straatsburg stelt nu een paar stevige kwesties aan de orde, die de EU steeds ontweek. Niet alleen de vraag wat een eerlijker verdeling van asielzoekers over Europa inhoudt. Maar ook wat de fundamenten van de onderlinge samenwerking waard zijn en wie ze mag bewaken.

EU-landen mogen niet meer blind op de kwaliteit van elkaars rechtsstaten vertrouwen, zegt het mensenrechtenhof. Zeker als er „betrouwbare bronnen zijn waaruit blijkt dat de autoriteiten hun toevlucht nemen tot praktijken die duidelijk in strijd zijn met het mensenrechtenverdrag”. Dat is dus ook gezichtsverlies voor de Europese Unie. Die is immers gegrondvest op het idee dat zij ook een waardengemeenschap is. Dit ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’ is eerder door de financiële markten ontmaskerd. Die voelden haarfijn aan dat de Griekse begroting op list en bedrog was gestoeld.

Nu geven ook de hoogste Europese rechters de geloofwaardigheid van Griekenland een knauw. Dat kan onvoorziene gevolgen hebben. Wederom wordt Europa voor de keuze gezet: ga verder met integreren of accepteer dat de zaak uit elkaar valt. Met de Grieks-Belgische veroordeling is het wensbeeld van de Europese rechtsstaat (voor asielzaken) in stukken gegooid. Het is vaker gezegd: een werkelijk Europees migratiebeleid is onontbeerlijk.