Allroundster Nesbitt declasseert de sprintsters

Christine Nesbitt won gisteren het WK sprint.

De Nederlandse schaatssters Annette Gerritsen (zilver) en Margot Boer (brons) eindigden op het podium.

Op de allereerste honderd meter van de WK sprint in Thialf verloor Christine Nesbitt al 42 honderdsten ten opzichte van de Duitse supersprinter Jenny Wolf. Maar in het vervolg van het toernooi declasseerde de Canadese allroundster alle sprinters. Met twee degelijke 500 meters en twee weergaloze 1.000 meters won ze bij haar debuut direct de wereldtitel, bijna twee punten vóór Annette Gerritsen (zilver) en Margot Boer (brons). En over drie weken is ze in Calgary opnieuw favoriet bij de WK allround. „Ik ben niet te veel gefocust op de sprint”, zei ze na afloop monter. „Ik wil het in Calgary ook goed doen. Het zou geweldig zijn om twee WK’s te winnen.”

De titelstrijd bij de vrouwen was eigenlijk al op zaterdag beslist, na twaalf van de vijftien ritten op de eerste duizend meter. Boer, verrassend tweede op de eerste 500 meter, zag Nesbitt na 200 meter bij zich wegrijden en kon er alleen nog achteraan harken. Na 1.17,47 (achtste) stond op het scorebord het geweldige baanrecord van de ver voor haar gefinishte Nesbitt: 1.15,01. Niet alleen Boer maar ook de andere favorieten die na haar moesten rijden wisten zich op het bankje langs het ijs of in de inrijdbaan direct verslagen.

Zoals Marianne Timmer, die na de eerste dag in Thialf afscheid nam van het schaatspubliek, in Nagano 1998 iedereen vroegtijdig demoraliseerde met haar onvergetelijke 1.57,58 op de 1.500 meter. Of Gerard van Velde, die in Salt Lake City 2002 vroeg in de wedstrijd de rest van alle illusies beroofde met een futuristisch wereldrecord van 1.07,18. „Ik had vooraf gedacht aan een tijd onder de 1.15”, zei Nesbitt na haar demonstratie van techniek, souplesse en uithoudingsvermogen. Op de tweede dag volgde een snellere 500 meter (38,45 tegen 38,57) en een tweede zege op de 1.000 meter (1.15,39).

Nesbitt, in Vancouver op het nippertje olympisch kampioene op de 1.000 meter, rijdt dit seizoen beter dan ooit. Bevrijd van de stress rond de Spelen in eigen land is ze op de 1.000 en 1.500 meter nog ongeslagen. Ze kwam in Calgary onlangs tot persoonlijke records van 37,86, 1.14,03, 1.53,48 en 4.03,49. „Er is na vorig jaar zo veel van me afgevallen. Ik ben echt fit dit seizoen, het programma van mijn coaches [de Chinese Xiuli Wang en de Canadees Mark Wild, red.] werkt goed voor me. Ik voel me het hele seizoen al sterk. ”

De in Melbourne geboren schaatsster is niet de eerste wereldkampioen sprint op basis van een sterke duizend meter. In 1996 won de Amerikaanse Chris Witty, olympisch kampioen op de 1.000 meter in 2002, het WK in Heerenveen. Ook Timmer (2004), Jennifer Rodriguez (2005) en Anni Friesinger (2007) beslisten het toernooi op de langste afstand. Allroundsters als Cindy Klassen en Ireen Wüst (nu zesde) behaalden het podium. „Ik had gedacht dat ik op de 500 meter meer achterstand zou hebben op de sprintsters”, lachte Nesbitt. „Nu bleef het verschil klein en stond er geen druk op mijn duizend meter. Zeker de eerste keer kon ik vrijuit schaatsen. Het was misschien wel mijn beste race ooit.”

Drie jaar geleden brachten twee superieure 500 meters (baanrecord van 37,60 en 37,64) Wolf in Thialf nog de wereldtitel. Nu schoot de Duitse krachtsprinter tekort, ondanks twee afstandzeges in 38,21 en 38,33. De vermoeidheid van een redelijke eerste 1.000 meter (met vier seconden verval in de twee rondjes) leidde tot een zware inzinking op de slotafstand, waardoor ze van de tweede naar de achtste plaats zakte in het eindklassement.

Alle Nederlandse deelneemsters gingen de Duitse nog voorbij. Het zilver en brons van de Liga Ladies Gerritsen en Boer was ook commercieel een mooi succes. Laurine van Riessen en Wüst eindigden na een goede slotafstand als zesde en zevende.