Allrounder Nesbitt deklasseert sprintsters

Christine Nesbitt won met overmacht de WK sprint. De specialisten op de korte afstand brachten de titel van de Canadese allrounder geen moment in gevaar.

Op de allereerste honderd meter van de WK sprint in Thialf verloor Christine Nesbitt al direct 42 honderdsten ten opzichte van de Duitse supersprinter Jenny Wolf. Maar in het vervolg van het toernooi declasseerde de Canadese allroundster alle specialisten op de sprint. Met twee degelijke 500 meters en twee weergaloze 1.000 meters won ze bij haar sprintdebuut meteen de wereldtitel, bijna twee punten vóór Annette Gerritsen (zilver) en Margot Boer (brons).

Over drie weken is ze in Calgary opnieuw favoriet bij de WK allround, voor een dubbelslag die alleen de Duitse legende Karin Kania (in 1984, ’86 en ’87) eerder lukte. „Ik ben niet te veel gericht op de sprint”, zei Nesbitt (25) na afloop monter. „Ik wil het in Calgary ook goed doen. Het zou geweldig zijn om twee WK’s te winnen.”

De titelstrijd bij de vrouwen was zaterdag al beslist, na twaalf van de vijftien ritten op de eerste duizend meter. Boer, verrassend kort achter Wolf tweede op de eerste 500 meter, zag Nesbitt na 200 meter bij zich wegrijden en kon er alleen nog achteraan ‘harken’. Na 1.17,47 (achtste) las ze op het scorebord het geweldige baanrecord van Nesbitt: 1.15,01. Niet alleen Boer maar ook de favorieten die daarna nog moesten rijden, wisten zich op de inrijdbaan of het bankje langs het ijs direct verslagen.

Zoals Marianne Timmer, die in Thialf afscheid nam van het schaatspubliek, in 1998 in Nagano iedereen demoraliseerde met haar onvergetelijke 1.57,58 op de 1.500 meter. Of Gerard van Velde, die in Salt Lake City 2002 vroeg in de wedstrijd de rest van alle illusies beroofde met een futuristisch wereldrecord van 1.07,18. „Ik had vooraf stiekem gedacht aan een tijd onder de 1.15”, zei Nesbitt na haar demonstratie van techniek, souplesse en uithoudingsvermogen. Op de twee dag volgde een snellere 500 meter (38,45 tegen 38,57) en een tweede afstandszege op de kilometer (1.15,39).

Nesbitt, in Vancouver op het nippertje olympisch kampioene op de 1.000 meter, stijgt dit seizoen tot grote hoogten. In de post-olympische zomer brak ze haar elleboog na een val met de fiets. Ze stopte de samenwerking met Marcel Lacroix, zeven jaar haar vaste coach. Maar bevrijd van de stress rond de Spelen in eigen land blijft ze zichzelf verbeteren, in tegenstelling tot landgenotes als Cindy Klassen en de geblesseerde Kristina Groves.

Op de middenafstanden – 1.000 en 1.500 meter – is Nesbitt het hele jaar al ongeslagen. Ze kwam in Calgary tot persoonlijke records van 37,86, 1.14,03, 1.53,48 en 4.03,49. „Er is na vorig jaar zo veel van me afgevallen. Ik ben echt fit dit seizoen, het programma van mijn coaches [de Chinese Xiuli Wang en de Canadees Mark Wild, red.] werkt goed voor me. Maar ik ben wel verbaasd dat het verschil met de rest hier zo groot is op de 1.000 meter”

De in Melbourne geboren schaatsster is niet de eerste wereldkampioen sprint op basis van een sterke duizend meter. In 1996 won Chris Witty, olympisch kampioen op de kilometer in 2002, de WK in Heerenveen. Ook Timmer (2004), Jennifer Rodriguez (2005) en Anni Friesinger (2007) beslisten het toernooi op de langste afstand. „Ik had vooraf gedacht dat ik op de 500 meter meer achterstand zou hebben op de sprintsters”, lachte Nesbitt. „Nu bleef het verschil klein en stond er geen druk op mijn duizend meter. Zeker de eerste keer kon ik vrijuit schaatsen. Het was misschien wel mijn beste race ooit.”

Drie jaar geleden brachten twee superieure 500 meters (het baanrecord van 37,60 en 37,64) Wolf in Thialf nog de wereldtitel. Nu schoot de Duitse krachtsprinter tekort, ondanks twee afstandzeges in 38,21 en 38,33. De vermoeidheid van een redelijke eerste 1.000 meter (met vier seconden verval in de twee rondjes) leidde tot een voor haar doen ondermaatse opening op de tweede 500 meter (10,53). En vooral tot een inzinking op de slotafstand: 21ste in 1.19,07 met een laatste ronde van 32,9. Ze zakte daardoor van de tweede naar de achtste plaats .

Alle Nederlandse deelneemsters gingen de Duitse nog voorbij. Het zilver en brons van de Liga Ladies Gerritsen en Boer – die de Amerikaanse Heather Richardson net voorbleven – was ook commercieel een mooi succes. Gerritsen miste de eerste helft van het seizoen door een blessure en kon wijzen op een gebrek aan wedstrijdritme. Maar Boer, vooraf genoemd als titelfavoriet, stelde wat teleur. Het verbeteren van haar 500 meter lijkt ten koste te gaan van de 1.000 meter, de afgelopen jaren haar sterkste afstand. „Je kunt van tevoren niet bepalen hoe ver je beter kunt worden in het één zonder te verliezen in het ander”, zei haar voormalige coach Jac Orie voor de WK. „Er zit een beperking aan tot hoever je kunt gaan.”

Laurine van Riessen van de ploeg-Orie was op de slotafstand een halve seconde sneller dan ex-ploeggenoten Boer en Gerritsen, en eindigde als zesde. Allrounder Ireen Wüst (zevende) kwam met 1.15,93 nog een beetje in de buurt van Nesbitt.