Wat Banksy mag, mag mysterieuze weldoener niet

Veel Amerikaanse musea waren blij met de schenkingen van een priester, maar zijn cadeaus blijken vervalsingen. Banksy hing zijn werk stiekem in musea, nu zouden ze hem daar voor betalen.

Graffitikunstenaar Banksy werd beroemd door zijn werk stiekem in musea op te hangen tussen de andere kunst. De New York Times ontdekte deze week iemand die dat regelmatig op een andere manier deed: hij probeerde kunstwerken van de Amerikaanse impressionist Charles Courtney Curran en bekendere kunstenaars als Picasso, Watteau en Daumier te schenken aan een veertigtal musea in de Verenigde Staten. De meeste waren er blij mee, tot onlangs uitkwam dat het vervalsingen waren.

Banksy blijft ondertussen een fenomeen in de kunstwereld. Zijn film Exit Through The Giftshop is wisselend ontvangen, maar heeft het mysterie van deze straatkunstenaar nog groter gemaakt. Is hij echt de maker van die film, gaat het over hem? Laag over laag, Banksy is een tegenstrijdige verschijning. Aan de ene kant is hij qua naamsbekendheid een van de grootste sterren in de kunstwereld. Maar hij is een ster van wie we weinig meer weten dan dat hij waarschijnlijk uit het Britse Bristol komt.

Zijn marktwaarde heeft niet geleden onder die halfslachtige sterrenstatus. Kunstdatabank Artprice.com becijferde deze week dat de prijzen voor zijn werk vertienvoudigd zijn. Werken van hem werden in 2005 voor minder dan 10.000 euro geveild. Een jaar later, toen Amerikaanse filmsterren als Brad Pitt en Christina Aguilera hem gingen verzamelen, stegen ze naar rond de 50.000 euro.

In 2007 ging de graffitikunstenaar over de grens van 100.000 euro, zoals bijvoorbeeld met zijn Bombing middle England (twee figuren spelen jeu de boules met ronde bommen met een lontje) dat in februari 130.000 euro opbracht, het bijna viervoudige van de schatting vooraf. In oktober naderde Banksy met The rude lord (een klassiek portret waarop de keurig bepruikte lord zijn middelvinger opsteekt) de grens van 400.000 euro. In februari 2008 ging een werk van hem voor 1,16 miljoen euro weg. Dat doek, Keep it spotless, verwijst naar een stippenschilderij zoals die andere Britse ster Damien Hirst er veel van produceerde. Banksy voegde er een dienstmeisje met een veger en blik aan toe.

Dat was, zo constateert Artprice, Banksy’s voorlopige hoogtepunt. Later in 2008 werd zijn toepasselijk getitelde Sale ends today (vier vrouwen bewenen als bij de kruisiging van Jezus een reclamebord met die tekst) niet verkocht. De vraagprijs was 600.000 dollar. Een jaar later levert het bij een tweede poging toch nog 190.000 dollar op.

Zijn populariteit blijft echter stijgen. Een expositie in Bristol trekt in 2009 302.000 bezoekers. Boeken over zijn oeuvre zijn ook in Nederland in iedere boekwinkel te vinden. En dus, zo schrijft Artprice een beetje jolig, „als Banksy nog iets aardigs bij u op de muur heeft gespoten, poets het niet weg. Belangrijke kunstmusea zouden er best wel eens in geïnteresseerd kunnen zijn. En mocht u overwegen om een strafrechtelijke procedure wegens vandalisme te beginnen: niet doen, de rechter zal concluderen dat hij de waarde van uw onroerend goed heeft verhoogd.”

Dat is anders voor de ‘gulle’ Amerikaan. Als schenker van mogelijk door hem zelf geschilderde vervalsingen jaagt hij de musea op kosten, omdat ze zijn doeken alsnog moeten onderzoeken op echtheid. Slechts enkelen vonden zijn gedrag meteen zo verdacht dat ze de gift niet aanvaardden. Bij het Lauren Rogers Museum of Art in Laurel, Mississippi, waren ze niet argwanend. Men kende zijn overleden moeder goed, omdat ze nauw bij het museum betrokken was geweest. Maar waarom haar zoon, vaak verkleed als priester, overal ‘topkunst’ doneert, dat weet nog niemand. Zelfs een ingeschakelde ex-FBI-agent kon hem niet vinden.