Verdachte Bouterse

In de strijd tegen drugs loopt Suriname nog „heel ver achter”, tekende het dagblad De Ware Tijd gisteren op uit de mond van de Surinaamse procureur-generaal Subhas Punwasi. Wie vandaag kennisneemt van de mededelingen die Amerikaanse diplomaten in geheime ambtsberichten aan hun superieuren hebben gedaan, zal zich niet over deze constatering van de Surinaamse justitie verbazen. Want aan het hoofd van het land staat een president die wegens drugshandel niet alleen (bij verstek) tot elf jaar gevangenisstraf in Nederland is veroordeeld. Als de Amerikaanse ‘cables’ correcte informatie bevatten, is president Desi Delano Bouterse, in een periode waarin hij parlementariër was, bovendien zeker tot en met 2006 actief gebleven als drugscrimineel.

Volgens de procureur-generaal ontbreekt het Suriname aan allerlei wetten die de drugsbestrijding zouden kunnen vergemakkelijken en wordt de opsporing verder bemoeilijkt doordat onder degenen die daarmee belast zijn zich personen bevinden „die liever een borreltje pakken met drugsjongens”.

Maar zou het niet ook komen doordat het land zelf een president heeft gekozen van wie moeilijk vol te houden is dat hij het goede voorbeeld heeft gegeven? Het punt is dat Suriname nu een staatshoofd heeft dat in Nederland nog elf jaar in een cel moet doorbrengen. En bovendien hoofdverdachte is in de rechtszaak over de Decembermoorden, waarvan het tempo het midden houdt tussen stilstand en een slakkegang. Een president die daarnaast door Amerikaanse diplomaten, in hun berichten aan hun superieuren in Washington, van alles en nog wat wordt beticht. Een democratisch proces heeft soms merkwaardige uitkomsten.

Volgens de ambtsberichten onderhield Bouterse nauwe banden met de drugscrimineel Shaheed Kahn uit Guyana, die inmiddels in New York een gevangenisstraf van dertig jaar uitzit. De huidige president van Suriname zou betrokken zijn geweest bij wapensmokkel, moorden en moordplannen met als doelwit de toenmalige minister van Justitie Chandrikapersad Santokhi en procureur-generaal Punwasi. Zij waren bezig met de voorbereiding van het proces over de Decembermoorden. De Amerikaanse ambtsberichten maken melding van een mogelijke coup tegen en gijzeling van Bouterses voorganger als president, Ronald Venetiaan.

Het hóéft niet allemaal waar te zijn. Maar er is minimaal alle reden om deze verdenkingen – of zijn het constateringen? – diepgaand te onderzoeken. Een fatsoenlijk land kan zulke buitengewoon ernstige beschuldigingen in diplomatieke telegrammen niet zomaar negeren. De begrijpelijke zorgen van Punwasi over ontbrekende wetgeving en dubieuze opsporingsdiensten waren al groot. Maar nog veel meer zorgen moet hij zich maken over de rol van ’s lands eerste man, staatshoofd Desi Bouterse.