Ter mollen feeste

„Ik heb hem vermoord!” Trots loopt mijn man de huiskamer in. Eindelijk is het hem gelukt!

Mijn zoon springt op. In zijn ogen zie je de sensatie. Hij rent naar buiten om het resultaat te zien.

We maken zelden mee dat vader zijn oerdriften stilt.

En daar ligt hij dan, op de koude grond.

Al maanden was hij vervelend bezig. Het was tijd om de rekening te vereffenen.

En het is gelukt met één harde klap op zijn hoofd. Het moordwapen is de spade. Het lijk ligt af te koelen in het gras.

Rust zacht mol.

Sandra Kouwenberg

Ikjes van maximaal 120 woorden inzenden via www.nrc.nl/ik