Sport in beeld

De fotograaf heeft zijn kans schoon gezien. Hij maakt er nog iets van. Zo van bovenaf bezien is het althans net kunst. Dat perspectief, die slagschaduw, het contrast tussen strakke streep en soepele beweging, bijna abstract.

Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Venus deed al eerder stof opwaaien met haar kleding. Een gewaarschuwd mens telt voor twee – en dat slaat niet zozeer op haar als wel op de fotografen. Die gaan dan op de loer liggen. Graag weer zo’n plaatje, Venus, we houden van je, het verkoopt.

Nu inhoudelijk. Vleeskleurig is het sleutelwoord. Een woord om van te rillen. Het bevindt zich per definitie in de sfeer van de pikanterie: het is het surrogaat van het echte, het verbodene, het verborgene. Het is ook kleingeestig en laf. Het echte is te gewaagd, dus doen we alsof. Het is hypocriet: ‘hoezo, we doen toch niks?’ respectievelijk ‘je ziet toch niks?’ En het is kitsch, zoals een toneeldecor van een romantisch bosgezicht. Niet voor niets hoort vleeskleurig bij dansen op ijs en in de ballroom, bij majorettes, bij bruuske bewegingen die moeten doorgaan voor ballet.

Trouwens, we hadden het over pikanterie, maar dit is verkeerd begrepen pikanterie. Niet lingerie en jarretels dringen zich op voor het geestesoog, maar steunkousen, overbloezende wreven en anderszins moeilijke voeten.

Tot slot – we zouden er nog veel meer over kunnen zeggen, maar we moeten het niet belangrijker maken dan het is – met zo’n naam en zo’n figuur zou ingetogenheid het kennelijk beoogde effect eerder sorteren.

Pieter Kottman