Spiegelende sneeuw uil verblindt rivalen

Vleugels, snavels en scharen van dieren zijn vaak een soort Zwitsers zakmes: ze kunnen er veel meer mee dan alleen vliegen, pikken of knippen. Zo vouwt de zwarte reiger in Afrika zijn vleugels over het water zodat vissen in de schaduw komen schuilen. Pik!

Spechten roffelen met hun snavels niet alleen op boomstammen om insecten los te pikken. Ze rammen er hier in de grote stad ook mee op verkeersborden om concurrenten te waarschuwen: dit is míjn wijk.

Wenkkrabben zijn ook een mooi voorbeeld. Die hebben één felgekleurde, zwaar geschapen schaar waarmee ze stukjes vlees van een aangespoelde dooie vis kunnen knippen. Maar de wenkers kunnen er ook de vrouwtjes mee lokken: kom maar hier, kom maar hier, gebaren ze met hun schaar.

Biologen hebben nu ontdekt dat de sneeuwuil meer heeft aan zijn witte veren dan alleen goede camouflage in het winterse landschap van de poolstreken. Muisjes, lemmingen en poolhazen zien de sneeuwuil inderdaad minder snel aankomen, omdat deze net zo wit is als de omgeving. Maar het was de onderzoekers opgevallen dat alleen het ‘gezicht’ van de uilen helemaal spierwit was en de rest van het verenpak bruinig gestippeld. En het was ze ook opgevallen dat de uilen het wit van hun kop vaak naar de zon keerden.

Nadat de biologen verschillende uilen, mannetjes en vrouwtjes, lange tijd hadden gevolgd, wisten ze het zeker: de uilen gebruiken hun witte ‘smoel’ om het lage zonlicht van de poolstreken te spiegelen. Vooral de mannetjes zaten op een uitkijkpost en draaiden, net als zonnebloemen in warmere streken, met hun hoofd met de zon mee. Ze doen dit, denken de onderzoekers, om concurrenten te waarschuwen dat dit hún plek, hun territorium is. Het gespiegelde zonlicht was van verre te zien. Die uilen zaten op die plekken dus niet om goed te kunnen zién, maar om goed gezien te wórden.

Menno Steketee