Slapende reus

Er waren gisteren op de computerschermen mooie plaatjes te zien tijdens de zwarte dag van de zesde ronde van het Tatatoernooi in Wijk aan Zee. Zwart omdat de zwartspelers vier partijen wonnen en de witspelers niet één, en zwart voor de Nederlandse schaakfans omdat al onze drie Nederlandse azen verloren, maar stralend licht voor de liefhebbers van wilde avonturen.

De slapende reus Vladimir Kramnik ontwaakte en joeg Alexei Shirov's koning van e1 naar g5. Hij deed daarmee ook iets voor mij, omdat ik met zwart altijd bang ben voor de Schotse opening. Als je de partijen van Kramnik in dit toernooi ziet, besef je dat er in feite geen vuiltje aan de lucht is, maar uit die partij van hem tegen Shirov blijkt ook hoeveel je moet weten om als zwartspeler de strijd aan te kunnen gaan.

Kameraden en kameraadskes die van het open spel houden, houdt de broekriem aangegord en de neus tegen het scherm, en met hulp van de computers Rybka, Stockfish en Houdini en van Kramnik zijn er geen problemen meer voor zwart in het Schots.

Anish Giri ging in vuur en vlam ten onder tegen Jan Nepomniatsjtsjik. Zijn koning was in gevaar, zijn centrum stond op instorten, dus hij kon alleen handelen in de geest van de Franse generaal die zei: „Mijn centrum stort in, mijn rechterflank moet zich terugtrekken, de situatie is uitstekend, ik val aan!” Giri deed dat met verve, maar eerlijk gezegd zag je al lang van tevoren aankomen dat de aanval van Nepo harder en sneller zou komen.

Magnus Carlsen won van Jan Smeets en is na twee achtereenvolgende overwinningen terug onder de mensen van stand. Een paar dagen geleden zag ik de persdienst van het toernooi zich buigen over een tweet of blog van Magnus in het Noors. De persdienst kende geen Noors, maar wel iemand die er iets van wist. Die vertaalde de boodschap van Magnus zo: „Ik ben er nog steeds niet in geslaagd om uit het dodenrijk op te staan.''

Zou hij dat echt geschreven hebben? Computers en mensen die een taal gebrekkig kennen, komen vaak tot verrukkelijk poëtische vertalingen.

De partij die ik hier laat zien is er een uit de catacomben, uit de C-groep van het Tatatoernooi, waar voornamelijk vrienden en familieleden van de deelnemers op letten. Ten onrechte, want ook die C-groep is een ijzersterk toernooi met ervaren grootmeesters en veel jonge talenten. In het verleden was Magnus Carlsen een van de talenten die daar optraden.

Als je de partij naspeelt met een schaakcomputer als assistent, zie je dat er aan beide kanten fout op fout wordt gemaakt. Als je het zonder computer doet, duizel je van de ondoorgrondelijke tactische verwikkelingen en je neemt je hoed af voor de schakers van de negentiende eeuw die zich met vuur en gloed in zulke mijnenvelden bewogen.

Ivan Ivanisevic - Tania Sachdev, Tata C, eerste ronde:

1. e4 e5 2. Pc3 Pc6 3. f4 exf4 4. Pf3 g5 5. h4 g4 6. Pg5 Terug naar de negentiende eeuw: het Hamppe-Allgaiergambiet. 6...d6 7. d4 h6 8. Pxf7 Kxf7 9. Lc4+ Kg7 10. Lxf4 Pf6 11. 0-0 Le7 12. Dd2 Pa5 13. Ld3 Pc6 Zwarts paardensprongen kunnen niet goed zijn in zo'n scherpe stelling. 14. Pd5 Hier was 14. e5 erg sterk. Hoe zwart dan moet oppassen blijkt uit de variant 14...Ph5 (14...Pg8 is noodzakelijk) 15. Lxh6+ Txh6 16. Tf7+ Kxf7 17. Dxh6 en wit wint. 14...Pxd4 Beter was 14...Pxd5 of 14...Ph5 met als mogelijk vervolg 15. Lxh6+ Txh6 16. Tf7+ Kxf7 17. Dxh6 Pf6 18. Tf1 Pxd4 19. Dh7+ Ke6 20. Txf6+ Lxf6 21. Pf4+ Ke5 22. Pg6+ met eeuwig schaak. 15. Pxe7 Dxe7 16. e5 Pd5 17. exd6 cxd6 18. Lc4 De4 19. Ld3 De7 20. Tae1 Dxh4

Hier had wit een geforceerde winst, maar je moet wel een computer zijn om die te kunnen berekenen: 21. Lxd6 g3 22. Le5+ Kg8 23. Lxg3 Dxg3 24. Te8+ Kg7 25. Txh8 Pe3 26. Th7+ Kg8 27. Tf8+ Kxf8 28. Db4+ Kg8 29. Th8+ Kf7 30. Df8+ Ke6 31. Txh6+ en zwart gaat mat. 21. Te4 Pf5 22. Tc4 b5 23. Lxf5 Lxf5 24. Dxd5 bxc4 25. Lxd6 Thf8 26. Le5+ Wit versmaadt de remise die er was met 26. Lxf8+ Txf8 27. Txf5. 26...Kg6 27. Dc6+ Kh5 28. Lf4 Df6 29. Ld6 Tad8 30. Td1 Tfe8 Wit gaf op.