Portugal had moeten omkijken

De Portugese president Aníbal Cavaco Silva hoopt morgen al in de eerste ronde van de verkiezingen herkozen te worden. Dat moet, zegt hij, er is geen geld voor een tweede ronde.

Aníbal Cavaco Silva staat nog geen minuut buiten zijn gepantserde dienstauto of Paulo Fernandes heeft zich al enthousiast in zijn armen gestort. „U gaat het in de eerste ronde redden”, verzekert de voormalige zwerver Fernandes de Portugese president. Die slaat hem vriendschappelijk op de schouders, terwijl agenten enigszins nerveus toekijken.

De president kent Fernandes sinds hij eind vorig jaar diens huwelijk inzegende. De bruiloft, die rechtstreeks werd uitgezonden op de nationale televisie, moest een verhaal van hoop vertellen. Terwijl Portugal onder grote druk van de financiële markten staat en een ‘redding’ door het IMF en de Europese Unie slechts een kwestie van tijd lijkt, wist één zwerver juist de weg omhoog te vinden.

Vanaf zijn twaalfde leefde hij op straat, verslaafd aan alcohol, vertelt Fernandes, als Cavaco zijn campagnepad in Moscavide, een voorstadje van Lissabon, weer heeft vervolgd. „Maar na 27 jaar op straat ben ik nu getrouwd, heb ik een vast pension om te slapen en een baantje. En dat alles dankzij de persoonlijke bemoeienis van onze president.”

Fernandes’ succesverhaal klopt met het beeld dat de centrum-rechtse president graag van zichzelf schetst: dat van Vader des Vaderlands. Een imago dat hij extra cultiveert nu hij morgen opgaat voor herverkiezing. Alle peilingen zeggen dat Cavaco morgen al in de eerste ronde een absolute meerderheid behaalt.

Volgens de president hebben de Portugezen ook geen andere keuze. Voor de organisatie van een tweede verkiezingsronde, stelde hij woensdag, „heeft ons land het geld niet”. Een tweede ronde zou bovendien de politieke instabiliteit vergroten en de toch al onhoudbaar hoge rente op de Portugese staatsschuld verder omhoog jagen, waarschuwde hij.

Cavaco is gebaat bij een hoge opkomst. Maar terwijl Portugal door de eurocrisis overspoeld dreigt te worden, heerst onder kiezers vooral apathie. Bijna de helft van hen zou morgen niet willen gaan stemmen. Niet alleen omdat de zege van Cavaco al zo goed als vaststaat. Maar ook omdat velen zich niet vertegenwoordigd voelen door de politieke elite van het land.

In een opinieonderzoek zei 94 procent van de ondervraagden deze week „weinig” of „helemaal geen” vertrouwen te hebben in politici. Ook opvallend: 46 procent stelde dat het land er beter aan toe was vóór de Anjerrevolutie, die in 1974 de terugkeer naar de democratie inluidde.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Projecto Farol (Project Vuurtoren), een groep prominenten die zich zorgen maakt over het land. „We kennen al bijna 15 jaar geen of een hele lage economische groei. Het land moet veranderen om mee te kunnen blijven doen in deze snel veranderende wereld”, vertelt Jorge Marrão. Hij is partner bij adviesfirma Deloitte, een van de gangmakers achter het Farol-project.

Uit het onderzoek blijkt volgens Marrão dat een grote meerderheid de noodzaak ziet van hervormingen. „Maar tegelijkertijd heerst er grote angst voor verandering. Voor een samenleving met minder zekerheden en meer risico’s. Met een kleinere rol voor de staat.”

In de gisteravond afgesloten verkiezingcampagne ging het zelden over de grote vraagstukken. Vaker vochten de kandidaten kleine politieke conflictjes uit. Marrão: „Het leverde aardig materiaal op voor de media. Maar de kiezer die meer zou willen weten over de visie van politici op de toekomst, werd er niet veel wijzer van.”

Burgers en politiek houden elkaar in een houdgreep, zegt Marrão. „Zo lang politici op deze wijze politiek bedrijven, hoeven burgers de ernst van de situatie ook niet onder ogen te zien. Beide voelen zich hier gemakkelijker bij.”

De eurocrisis echter maakt nu dat dit „pact van gemak” niet langer houdbaar is, zegt Marrão. Die analyse wordt gedeeld door Fernando Nobre, die aan de verkiezingen meedoet als een onafhankelijke, partijloze kandidaat. In de peilingen staat hij met 10 tot 15 procent op een derde plaats, vlak achter de socialistische kandidaat Manuel Alegre.

Nobre geniet als oprichter van de Portugese variant van Artsen zonder Grenzen nationale bekendheid. Hij voert een Obama-achtige campagne, deels via Facebook en met veel jonge vrijwilligers, waarin hij ‘hoop’ en ‘verandering’ belooft.

„Het is de taak van politici om ook slecht nieuws te durven brengen”, zegt Nobre, vlak voordat hij zich rond middernacht onder het jonge uitgaanspubliek van Lissabon zal mengen. „We zijn – dankzij de democratie, het EU-lidmaatschap en de invoering van de euro – heel snel een welvarend land geworden. Zonder om te kijken hebben we ons daarbij diep in de schulden gestoken. De eurocrisis dwingt nu tot reflectie. We zijn in een keer opgetrokken van 8 naar 80 kilometer per uur. Misschien moeten we even 40 gaan rijden.”