Playmobil voor ruige mannen

Fotograaf Jeroen Hofman is gefascineerd door zware beroepen: mariniers, agenten, brandweermannen op oefenterreinen. Hij fotografeert ze nu al jaren. ‘Het zijn groepen waar ik graag bij zou willen horen.’

Het lijkt een schilderij van B.C. Koekkoek of van Andreas Schelfhout. De warme kleuren. De romantische blik op het Hollandse landschap van bovenaf, alsof de kunstenaar met zijn palet op een heuvel stond om daarmee zijn blik zoveel mogelijk ruimte te geven. Alleen, het is geen schilderij maar een foto, gemaakt bij Crailo in het Gooi, met ME’ers en een paar afgebrande, uitgeholde huizen. Is het echt? Een grap?

De beelden uit de serie Playground van fotograaf Jeroen Hofman roepen heel wat vragen op. Sinds drie jaar maakt hij foto’s van verschillende oefenterreinen in Nederland. Het zijn beelden van plekken als Crailo, Marnewaard en Wijster waar leger, brandweer of marine trainingen krijgen in brand- of rampenbestrijding en ordehandhaving.

Staand op een hoogwerker maakt Hofman, uitgerust met een technische camera en groothoeklens, zijn vervreemdende beelden: het lijkt alsof je naar een opstelling met Playmobil kijkt. Het ziet er in ieder geval nietig uit: al die kleine mannetjes in pakjes die staan te blussen, te schieten, te wijzen of te kletsen. De mens op het puin van zijn eigen mierenhoop. „Ik voel me soms net een regisseur van een toneelstuk”, zegt Hofman. Zijn foto’s noemt hij ‘een soort tableaux vivants’: opnames van stilstaande, gekostumeerde mensen in een opstelling met decorstukken.

Voor deze serie liet hij zich inspireren door de romantische schilderkunst, maar ook door meer alledaagse taferelen van een schilder als Anton Pieck. „Als kind keek ik al gefascineerd naar al die details op zijn schilderijen”, zegt Hofman. Nu hij zelf fotografeert, laat hij zich beïnvloeden door fotografen als Hans van der Meer, die onder meer van een afstand voetbalvelden fotografeerde, en de Canadese fotograaf Edward Burtynsky, een meester in het fotograferen van dramatische landschappen waarin de invloed van de mens op de natuur duidelijk zichtbaar is.

En er is nog iets wat Hofman fascineert. Sinds hij fotografeert, gaat zijn interesse uit naar ‘zware beroepen’. „Op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag ben ik in 2002 op dit onderwerp afgestudeerd. Daarna ben ik ermee doorgegaan.”

Hofman voer mee met de krabvissers in Alaska, fotografeerde mijnwerkers in Wales en legde vast hoe Russische brandweerlieden in Siberië bosbranden te lijf gaan met een hark en een schep. Die belangstelling voor het ‘ruige werk’ kreeg hij van huis uit mee. „Mijn broer en zus zijn korporaal bij de marine, mijn opa was mijnwerker. Mijn fotografie gaat over mannenwerelden. En vooral over het groepsconformisme binnen die werelden. Het zijn groepen waar ik zelf graag bij zou willen horen.”

Playground trok vorig jaar al heel even de aandacht toen Hofman bij de competitie voor de Zilveren Camera de ‘eerste prijs documentair binnenland’ voor de serie won. „Op dat moment had ik pas 15 foto’s gemaakt. Inmiddels zijn dat er ruim 70 en ik ga nog even door.” Zijn streven is dat er omstreeks de herfst een boek uitkomt van zijn werk.

Het was niet eenvoudig toestemming te krijgen om te kunnen fotograferen op de verschillende oefenterreinen. „Bij Defensie heb ik maanden allerlei voorlichters moeten overtuigen voordat ik toestemming kreeg. Pas toen ze mijn eerste foto’s zagen, die ik al eerder had gemaakt op een brandweerterrein, kregen ze er vertrouwen in.” Bij Schiphol duurde het zelfs een half jaar voordat Hofman werd toegelaten. „Maar bij het 21ste mailtje dat ik stuurde, was het raak. Ik kon langskomen.”

Door dit project komt hij wel steeds in rare situaties terecht, zegt Hofman. Het meest bizarre moment was toen hij met zijn camera boven een paar schietende voertuigen van de landmacht hing op een oefenterrein bij Harskamp. „Het was middenin de winter, in de sneeuw. Er werd onophoudelijk met scherp geschoten vanuit verkenningsvoertuigen. En ik hing daar vlak boven. Ik vond het onwerkelijk, gek bijna dat mij dat vertrouwen werd gegeven.”

Toen hij net begon aan zijn serie zat Hofman met zijn camera steeds dicht op de actie. Maar hij merkte al snel dat hij steeds meer afstand wilde nemen. „Dan pas wordt ook de context duidelijk. Je ziet dan ineens op welke gekke plekken deze enorme oefenterreinen eigenlijk liggen.”

Hij noemt als voorbeeld een terrein in Noordoost-Groningen. „In Marnehuizen staan 180 gebouwen, dat is een volledig fictief dorp met een gemeentehuis, bakker, slager en een bank.” En dan is er Kamp Crailo, een militair oefenterrein in Hilversum. „Dat wordt gebruikt voor trainingen van de politieacademie. Verscholen achter een bos staat daar ineens een heel huizencomplex, een spookstad, haast niemand weet dat. Ik vind dat bizar.”

Heeft Hofman een boodschap met deze beelden? Wat drijft hem? De absurditeit van de situatie? „Nee, ik heb ook oprecht bewondering voor wat mensen doen”, zegt Hofman. „Als de ME oefent, krijgen ze echt de meest vreselijke objecten naar hun hoofd geslingerd. Ik was ook bij een training van het Korps Mariniers dat later naar Afghanistan zou gaan. Zij kregen oefeningen hoe ze met de lokale bevolking moesten communiceren. Dat vind ik heel sterk. Anders dan de Amerikanen, wordt de Nederlanders ook geleerd eerder de conversatie aan te gaan in plaats van de confrontatie.”

Toch wil hij met zijn foto’s ook een kritische blik op de situatie werpen. „We hebben in Nederland wel erg veel oefenterreinen: het zijn er meer dan honderd. Die drang overal op te kunnen anticiperen, vind ik ver gaan.”