Pareltjes in gure buitenwijk

Door de crisis dreigt IJburg een ‘tocht-boulevard naar nergens’ te worden. Toch is de nieuwe waterwijk fraai.

IJburg moest anders worden. Niet zomaar een suburbane buitenwijk van Amsterdam, maar ‘grootstedelijk’. De Amsterdamse stedenbouwers wilden dat IJburg zoiets zou worden als de Jordaan of Berlages Amsterdam-Zuid: dichtbebouwde, maar geliefde wijken waar niet alleen werd gewoond, maar ook gewerkt en gecreëerd. De bebouwing zou daarom zo’n 80 woningen per hectare worden in plaats van de in vinexland gebruikelijke buitenwijkdichtheid van 30. En net als in Amsterdam-Zuid zouden de meeste woningen appartementen worden, in gesloten woningblokken. Ze mochten alleen niet te monotoon worden. Daarom was het plan woningblokken op te delen en telkens door andere architecten te laten ontwerpen.

Maar toen brak in 2001 de vorige crisis in de woningbouw uit. De bouwers van IJburg, een paar consortia van woningbouwverenigingen, besloten dat de blokken goedkoper en eenvoudiger moesten. De plannen voor supergevarieerde woningblokken met ongebruikelijke appartementen verdwenen van de tekentafel en werden vervangen door gewonere ontwerpen. Zo heeft de vorige crisis er, samen met de strikte regels van de welstandscommissie, zoals het bekrompen verbod op schuine daken, ervoor gezorgd dat IJburg wel anders, maar niet beter is geworden dan de gebruikelijke vinexwijken. Zeker, tussen de gesloten bouwblokken zitten heus een paar geslaagde, met goed ontworpen binnenterreinen bijvoorbeeld. Maar door het gebrek aan variatie en de voorkeur van de meeste ontwerpers voor strakke, lange gevels van donker baksteen doet de Amsterdamse vinexwijk zich aan de bezoeker voor als een gure buitenwijk, vol harde architectuur.

Daar zal de huidige crisis in de woningbouw geen verbetering in brengen, integendeel. Nu het eerste deel bijna klaar is, is de verwezenlijking van het tweede deel van IJburg hoogst onzeker. Binnenkort besluit de Amsterdamse gemeenteraad over de vraag of de eilanden waarop het tweede deel van de wijk moet worden gebouwd, nog wel moeten worden opgespoten. Waarschijnlijk komt het er niet van en dan wordt de brede IJburglaan, met zijn autobanen aan weerszijden van een trambaan, een vreemde, veel te brede tochtboulevard naar nergens.

Toch is het eerste deel van IJburg niet helemaal mislukt. Behalve de paar geslaagde blokken zijn een paar buurtjes zelfs prachtig. Zoals de eigenbouwbuurt op het Steigereiland, waar gevarieerde huizen in allerlei stijlen in gesloten rijen staan en ouderwetse Amsterdamse straten vormen. Of zoals, sinds kort, de grootste waterwoningenwijk van Nederland, ontworpen door Marlies Rohmer en aangelegd in een meertje dat is uitgegraven in het opgespoten zand van het Steigereiland. Hier liggen 75 waterwoningen verscholen achter het door de huidige rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol ontworpen woonwerkgebouw, dat bij uitzondering niet zwart of bruin is, maar wit.

Alle huizen in het waterbuurtje zijn gemaakt van geprefabriceerde kunststof onderdelen. Die zijn op een werf tot een huis gemaakt, op een betonnen bak gezet en vervolgens naar IJburg gevaren.

Er zijn drie typen waterwoningen, maar allemaal lijken ze op elkaar: net havencontainers. Onveranderlijk zijn de voor- en achterzijde van glas en hebben de gesloten zijkanten gedempte kleuren gekregen zoals mosterdgeel en blauw-grijs. De interieurs van de waterwoningen zijn vrij indeelbaar: waar de keuken en de slaapkamers komen, kunnen de kopers zelf bepalen. Buiten kunnen ze voor extra’s kiezen, zoals een omloop om de woning of een drijvend terras.

Maar ondanks de eendere geprefabriceerde onderdelen, zijn de woningen niet monotoon. Dat komt niet alleen doordat ze van verschillende omvang zijn, maar ook doordat ze in groepjes van twee of drie liggen of, de grootste en duurste woningen, alleen. Bovendien steken, als een soort bakens, een paar kleine torenwaterwoningen van vier verdiepingen op palen boven de rest uit. Maar het belangrijkste is dat de woningen aan weerszijden van steeds langere steigers zo zijn neergelegd dat alle bewoners zo veel mogelijk uitzicht hebben op het vrije water.

Zo heeft de IJburgse waterwijk, ondanks de hoge bebouwingsdichtheid van 100 woningen per hectare, niet een ‘grootstedelijk’, maar juist een dorps karakter gekregen. Maar wel heeft architect Rohmer laten zien dat het ook met minimale middelen mogelijk is om een levendig, gevarieerd wijkje te maken. Een voorbeeld voor de rest van het nog te bouwen IJburg.