Nederlands bedrijf mogelijk toch betrokken bij Duits dioxineschandaal

Er is opnieuw een Duits onderzoek ingesteld naar het Nederlandse bedrijf Olivet, meldt Der Spiegel. Het in Poortugaal gevestigde bedrijf zou alsnog betrokken zijn bij het Duitse dioxineschandaal. De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) concludeerde begin deze maand na onderzoek dat Olivet niet betrokken was bij deze zaak.

Het bedrijf uit Poortugaal had als tussenhandelaar een partij vetzuur verkocht aan het Duitse veevoederbedrijf Harles & Jentzsch in Ütersen. Het was niet de bedoeling dat het industriële vet gebruikt zou worden als grondstof voor veevoer. Olivet kocht het vetzuur op zijn beurt weer van de Duits biodieselproducent Petrotec AG.

Begin januari bleek uit onderzoek dat er extreem hoge concentraties dioxine waren aangetroffen in een aantal kippen en eieren bij Duitse veehouderijen. Deze ontdekking leidde tot de ontdekking dat het voer van veevoederfabrikant Harles und Jensch te veel dioxine bevatte. De Duitse autoriteiten legden daarop de verkoop bij ruim vijftigduizend boerderijen stil.

In december bereikte een partij van 130.000 eieren van een van de getroffen dioxinebedrijven in Duitsland Nederland. Maar volgens de nVWA zijn deze niet in de winkels terechtgekomen. Dioxine is kankerverwekkend, maar volgens NRC Handelsblad medisch redacteur Wim Köhler is het risico voor de volksgezondheid gering:

“Dioxine bouwt zich op in je lichaam. Het is dus geen acuut gif. Het lost op in lichaamsvet en kan vrijkomen als je veel vet kwijtraakt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij jonge moeders die baby’s borstvoeding geven.  En baby’s in het bijzonder moeten geen hormoonverstorende stoffen toegediend krijgen.”