Metropool Manaus is belastingparadijs in de jungle

Manaus in de Amazone was de afgelopen tien jaar de snelst groeiende stad van Brazilië. Migranten willen er snel geld verdienen en dan verhuizen naar Rio.

Philip de Wit

Haar stilettohakken tikken gedecideerd op het asfalt. Isabel Spiller is op huizenjacht en weet wat ze wil: een van de appartementen in het peperdure Barão de Rio Negro-complex. Ze heeft goede hoop. In de oerwoudstad Manaus is alles mogelijk, vertelt ze.

Zeven jaar geleden verhuisden de 34-jarige Spiller en haar man vanuit São Paulo naar de metropool in Noordwest-Brazilië. Ze werden aangetrokken door de economische bloei van Manaus. „Hierheen verhuizen is de beste beslissing in ons leven geweest. De telefoonwinkels van mijn man doen het heel goed.”

Manaus, hoofdstad van de deelstaat Amazones, had de afgelopen tien jaar de snelst groeiende populatie van alle Braziliaanse steden. Een wonderlijke prestatie voor een stad die midden in het regenwoud ligt en vanuit Brazilië alleen via lucht of water kan worden bereikt. Er is één snelweg, die leidt van Manaus naar Venezuela.

Ondanks haar isolement heeft de stad de typische sfeer van een chaotische Braziliaanse metropool. Oude bussen denderen tot ’s avonds laat over de hobbelige wegen. Huizen en torens in alle kleuren en maten staan kriskras door elkaar. In de buitenwijken verschijnen steeds meer hypermoderne winkelcentra. Het oude centrum wordt nog altijd gedomineerd door het roze-witte koloniale operagebouw van het Amazone theater. Straatventers schuilen als de dichte regenbuien het leven tot stilstand brengen.

Manaus heeft alle mogelijkheden voor migranten, zegt Isabel Spiller, met haar ogen achter een zonnebril: „Als iemand hier iets wil opbouwen, kun je aan de rand van de stad altijd wel wat bomen kappen om ruimte te creëren. In Europa kan dat niet meer, daar is niet zo veel bos meer over.”

In Manaus wonen nu 1,8 miljoen mensen. De bevolking groeide in tien jaar met 22 procent, in twintig jaar zelfs met 39 procent, blijkt uit nieuwe cijfers van het Braziliaanse Instituut voor Geografie en Statistiek. Het zijn vooral binnenlandse migranten die op het ‘economische wonder’ afkomen, gestimuleerd door de toenemende interesse van buitenlandse investeerders voor de opkomende grootmacht Brazilië.

De bouwstenen voor de hausse in Manaus werden in 1967 gelegd. In dat jaar, vlak na het begin van de Braziliaanse dictatuur, bepaalde de federale regering dat Manaus een belastingvrije zone moest krijgen voor importbedrijven. Uit strategisch oogpunt, om migratie te stimuleren. Het ongetemde regenwoud, met al zijn aangrenzende buurlanden, moest gekoloniseerd worden om ‘vijandige infiltratie’ te voorkomen.

Sinds de economische hervormingen in de jaren negentig hebben meer en meer bedrijven aan de lokroep van de belastingvrije zone gehoor gegeven. Manaus, met vier havens, is de stad van visserij, consumentenelektronica en lichte motoren.

De bloei heeft de koopkracht van de inwoners naar nieuwe hoogtes gejaagd. De banengroei lijkt onbegrensd. Alleen al in de detailhandel zijn duizenden vacatures, weet Ezra Benzion, voorzitter van de winkeliersbond van Manaus. „Er is een tekort aan gekwalificeerd personeel. Dat moet van buiten de stad en de deelstaat hier naartoe komen.”

De bouwprojecten van de gemeente kunnen de stedelijke groei amper bijbenen. In 2014 zal bovendien een nieuw voetbalstadion in Manaus gereed moeten zijn voor het WK dat dan in Brazilië wordt gehouden.

Slechts 10 procent van de stad heeft riolering, volgens Luiz Antônio Nascimento, een gezaghebbende socioloog die verbonden is aan het Instituut voor Nationale Kolonisatie en Agrarische Hervorming in Manaus. Hij zegt dat de „politieke interesse” voor deugdelijke bouw en stadsplanning ontbreekt. „Dit is een stad van gastarbeiders, van mensen die komen om geld te verdienen en denken ooit weer weg te gaan. Er is geen traditionele elite die de stad wil verbeteren, topuniversiteiten wil hebben voor hun kinderen.”

De inwoners willen volgens Nascimento vooral snel geld verdienen en dan verhuizen naar het verre Rio de Janeiro. „Door de afgelegen ligging is er geen concurrentie met naburige steden, zoals Rio en São Paulo bijvoorbeeld wel met elkaar hebben.”

Om toch een beetje het idee te hebben dat Manaus dezelfde geneugten biedt als Rio, wonen de rijke inwoners graag in Ponta Negra, de ‘Rivièra’ van Manaus aan de Rio Negro. Er is een boulevard, een strand en met een beetje verbeelding is de brede rivier een zee – net echt. De appartementenblokken liggen veilig achter hekken en poorten met hefboompjes, om eventuele boeven op afstand te houden.

Op een kwartiertje rijden ligt Cidade Nova (nieuwe stad), een omvangrijke wijk voor de opkomende middenklasse, mensen met inkomens van boven de 600 euro. De onstuimige groei van de stad vertaalt zich hier in diversiteit. Aan een brede, lange straat zitten zowel megawinkels, pizzarestaurants en hangars met vrachtwagens als graafmachines, grote evangelische kerken, een Carrefour-supermarkt, autodealers, talrijke gebouwen in aanbouw en verloren stukjes bos. De laagbouw van netjes geverfde huizen in de residentiële buurten wekt een meer geordende indruk.

Wat verder, aan de rand van Cidade Nova, is de duistere zijde van de uitpuilende stad te zien. Hier hebben de zogeheten invasies plaats. Het regenwoud wordt gekapt en lappen grond worden illegaal bezet door migranten. Eerst bouwen ze huizen van hout, en later, als ze geld hebben verdiend, van steen.

Het kan zo niet doorgaan, vindt Jorge Gaúcho, geboren en getogen in de wijk Cidade Nova. De stad barst volgens de bankmedewerker uit zijn voegen. Hij zegt: „Ik heb niets tegen migranten, maar als de gemeente achter blijft met stadsontwikkeling krijg je spanningen. Het gaat te snel momenteel.”