Laminaire tranengeur

Karel Knip

Veel belangstelling voor geuren, geurstoffen en reukvermogen de laatste tijd. Eerst die buitenlandse gasten die in deze krant mochten zeggen hoe ze vonden dat Holland rook. Ze kwamen met natte regenjassen, pis, Brinta en mufheid (2×). De spruitjes ontbraken. Houd je van Holland als je vindt dat Holland stinkt? Gelukkig was er ook een gast die doorgespoelde grachten en schone kleren noemde, maar die kwam dan ook uit Roemenië.

De waardering van geuren wordt grotendeels bepaald door associatie, net zoals dat het geval is met warm eten en populaire muziek. Daar doorheen schemeren primitievere, minder persoonsgebonden reacties. Er zijn geuren die bijna iedereen afstotend vindt: de lucht van uitwerpselen, bederf en verrotting en de bijbehorende gassen als ammoniak en waterstofsulfide (zwavelwaterstof). De neiging is groot om het doelmatig te noemen, maar die veronderstelde doelmatigheid ontbreekt dan weer bij de afkeer van onnatuurlijke stoffen als lysol en mercaptaan. En de geur van alcohol, of verse koeienmest, mits met mate, brengt veel mensen juist in een goede stemming.

Het geloof in de doelmatigheid van de natuur is onuitroeibaar. Toch weet je bijna zeker dat je mensen van de smerigste geuren kunt leren houden als je de bijbehorende Pavlov-achtige proefopzet al in de kinderbox laat beginnen. Chloor, bijvoorbeeld, zullen meer Nederlanders inmiddels associëren met het zwembad dan met de grote schoonmaak.

Veel geuronderzoek is beladen met emotie en behangen met mystiek, magie en bijgeloof. En alle resultaten worden altijd kritiekloos door het publiek geabsorbeerd. Ouders herkennen hun kinderen, en geliefden hun partner, feilloos aan de geur van hemd of T-shirt. Maar sokken worden nooit getest, dat is veelzeggend.

De amateuronderzoeker houdt zich maar beter zo ver mogelijk van emoties en geurbeschrijving. Dan blijft er nog genoeg over. Hij kan geurdrempels bepalen en kijken hoe die van mens tot mens en van moment tot moment verschillen. Dan doet hij objectiveerbaar en reproduceerbaar onderzoek. Vijftien jaar geleden werd voor deze rubriek de geurdrempel bepaald van Hartevelt jonge jenever. ’t Bleek dat de jenever na een 500-voudige verdunning met schoon water nog steeds te herkennen was. Dat is te zeggen: niet als jenever, maar als iets wat duidelijk anders ruikt dan zuiver water (want dat is een zoveelste complicerende effect: geuren veranderen van karakter als ze verdund worden).

Deze week is de test voor de aardigheid nog eens herhaald, nu met Bokma in plaats van Hartevelt – jonge jenevers zijn toch allemaal één pot nat. Van vijf identieke jeneverglaasjes werden er twee gevuld met de jeneververdunning en voorzien van een minimaal merkteken op de bodem. Een ander zette de glaasjes door elkaar en daarna werden de glaasjes besnuffeld. De 500-voudige verdunning werd niet meer van water onderscheiden, de 100-voudige nog wel. Dat viel dus reuze mee, de neus staat nog steeds zijn mannetje.

Maar of het reukvermogen nog sterk genoeg is om geremd te worden door damestranen? Op 6 januari bracht Science (online) een artikel van Israëlische onderzoekers uit het Weizmann Instituut die iets opzienbarends hadden ontdekt. Vrouwen die naar een droevige film kijken, scheiden tranen af met een stof die de wellust van mannen remt. Mannen van 28 die een pleister doordrenkt van zulke damestranen onder hun neus geplakt kregen, waardeerden foto’s van weer andere dames significant anders dan wanneer ze waren voorzien van een pleister met gewoon zout water. Nog significanter was het verschil in het testosterongehalte van hun speeksel. Opwinding alom en de doelmatigheid werd snel aangewezen: het gaat niet aan een schreiende dame nog met seksuele toenadering lastig te vallen.

Of het bewijs voor het bestaan van een lustdovend ‘iets’ in tranen nu geleverd is valt te bezien. De kans is bijvoorbeeld groot dat de onderzoekers eerdere proeven waar helemaal niets uitkwam stelselmatig negeerden tot er één serie was waar wel wat uitkwam. Dat komt veel voor. Ook is slechts traanvocht van drie verschillende donorvrouwen gebruikt. Misschien hadden ze wat aan hun oog, een strontje, een virus, een vuiltje, en kwam het effect daarvan? Wie zal het zeggen.

Er zit een zwakte in het onderzoek die tot dusver niet te sprake kwam. Vanuit een pleister op de lip pal onder de neus dringen nooit veel geuren door tot het reukepitheel, dat helemaal bovenin de neusholte zit, tegen het dak van het neusgewelf, of hoe dat heet.

Bekijk de kleine graphic hier op de pagina. De luchtstroming door de neus van de niet-snuivende mens is, dankzij plooien en verhevenheden in de neusholte, meestal laminair. Laminair en parabolisch, zoals de oorspronkelijke tekst bij deze illustratie luidt. Alleen bij het typische snuiven ontstaan de kleine wervels die karakteristiek zijn voor turbulente stroming. Het is negentiende-eeuwse kennis die met het trefwoord ‘olfactometer’ (plus ‘history’) snel gevonden is. Een recent artikel van Kai Zhao en collega’s in Chemical Senses (2006, op internet) beschrijft het effect van snuiven en de overgang laminair-turbulent nog eens voor een numeriek model. Het schijnt bij de mens niet erg functioneel meer te zijn, zeker niet in dat model.

Voor zover viel na te gaan ondergingen de Israëlische proefpersonen hun test niet snuivend. Ze zaten kalm met die natte pleister onder hun neus te kijken naar foto’s van vrouwen die beoordeeld moesten worden op droevigheid en seksuele aantrekkingskracht. Waarschijnlijk kwam daarbij dus geen vleugje traangeur op hun reukepitheel terecht.

Neem zelf de proef de som en doop het uiteinde van een lucifershoutje minimaal in tandpasta, mosterd of mangochutney. Houd dat uiteinde tegen de lip, vlak onder de neus: je ruikt bijna niets. Breng het dan naar de punt van de neus en opeens dringt de geur door. Het allermakkelijkst gaat de proef met de punt van een viltstift, het is elke keer weer een bevredigende belevenis.

Dit zou ook zomaar de verklaring kunnen zijn voor de paradoxale waarneming dat snot pas ruikbaar wordt als je het uit je neus hebt gehaald. Nooit aan de orde durven stellen, en nu kan het opeens.