In de jaren 60 en 70 kon veel. Maar in de jaren 80?

Illustraties Cyprian Koscielniak

De Belgische freelancejournalist Karel Michiels wil zijn Nederlandse joint terug (Opinie & Debat, 15 januari). Hij is teleurgesteld dat kunst, cultuur en het liberale softdrugsbeleid het moeten ontgelden in het huidige kabinetsbeleid. „In de jaren 60, 70 en 80 deelde de nu zo verachte linkse kerk de culturele lakens uit”, zo meent hij.

In de jaren 60 en 70 kon inderdaad veel; ruim baan voor provo’s, hippies en ruime budgetten voor cultuur. De jaren 80 daarentegen waren veeleer het toneel van een zakelijke tegenbeweging. De kabinetten-Lubbers voerden in die tijd een no-nonsensebeleid. Lubbers c.s. wilde koste wat kost het oplopende begrotingstekort reduceren door privatiseren, dereguleren en decentraliseren. Ook de cultuursector werd daarbij niet ontzien. De voornaamste subsidiecriteria waren kwaliteit en maatschappelijke relevantie. Wat kwaliteit was, werd beoordeeld door een adviescollege van kunstenaars en deskundigen.

Over dit cultuurbeleid en de toen heersende tijdgeest schrijft columnist Kaztor II op de website van het Scapino Ballet: De wens om te centraliseren „leidde onder cultuurminister Elco Brinkman tot de opvatting dat bijvoorbeeld jeugd- en educatieve dans niet langer tot de verantwoordelijkheid van het Rijk behoorden, maar van de lagere overheden, Provincie en Gemeente. Deze bestuursorganen op hun beurt meenden dat winkelboulevards, deugdelijke straatverlichting en golfbanen méér bijdroegen aan het levensgeluk van de burger dan het aanreiken van culturele handbagage.”

Net als destijds is thans sprake van een beweging tegen het doorgeschoten cultuurbeleid, zoals uit de protesten tegen de aanschaf van de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers door Museum Boijmans in dezelfde opiniebijlage moge blijken.

Ik gun de heer Michiels zijn geestverruimende middelen van harte, mits deze niet leiden tot historisch incorrecte bespiegelingen.

Patrick de Leede

Leidschendam