Ik en mijn trainer 'En wéér door de knieën'

Sporten in een team, of in de sportschool? Zet goede voornemens om in daden en probeer eens een personal trainer. ‘Ik mag tegen haar handpalmen beuken.’

den haag de personal trainer foto rien zilvold

Dit verhaal begint met een e-mail aan de hoofdredacteur van deze krant.

Geachte meneer Vandermeersch,

Personal Training is momenteel booming business, zeker in deze periode van het jaar. Wellicht is het voor u interessant hieraan een artikel te wijden. Ik wil u daarom het volgende voorstel doen: ik bied u of één van uw redacteuren een gratis Personal Trainingsessie aan. In ruil daarvoor hoeft u enkel mijn naam en website in het artikel te noemen. [...] Meer informatie over mij en mijn bedrijf vindt u op www.move-on-up.nl.

Met vriendelijke groet, Claudia de Jager

E-mails als deze komen dagelijks met tientallen tegelijk binnen bij de NRC-redactie. Dit bericht viel op door z’n vrolijke onbevangenheid: meteen maar de hoofdredacteur uitgedaagd voor een gratis lesje – en sluikreclame.

Prikkelender nog is de mededeling dat ‘personal training’ in Nederland ‘booming’ is. Het was slechts een kwestie van tijd; in de VS is de personal trainer al jaren gemeengoed. Aanvankelijk bij de superrijken en de sterren (de affaire van Madonna en haar trainer Carlos Leon betekende de doorbraak van het fenomeen bij het grote publiek), maar inmiddels hebben ook ‘gewone Amerikanen met een bovengemiddeld budget’ een eigen sportinstructeur. Budget is wel nodig: je betaalt al gauw 50 à 75 euro voor een uurtje sporten met een personal trainer.

De hoofdredacteur liet de kans op persoonlijke training graag aan zich voorbijgaan, maar de nieuwsgierigheid van de redactie van dit weekblad was gewekt. Dit is immers het seizoen van de goede voornemens, van ‘meer sporten’ en ‘minder eten’.

En dus bereikte mij het verzoek een uur met de personal trainer aan de slag te gaan. Waarom ik (33 jaar, 68 kilo)? Geen idee. Ik sport bijna nooit. Ja, heel soms loop ik hard – heel soms. Zwemmen idem dito. En ik heb één keer een sportschool van binnen gezien, meegedaan aan een lesje aerobics.

We spreken af in een park in Den Haag, op een maandagmiddag. In de regen, zo blijkt. Ik heb al natte kleren voor ik één stap met de personal trainer heb gezet. Heb ik er zin in? Mwoah...

Claudia wacht me op in haar auto, schuilend voor de regen, herkenbaar aan de tekst Move on UP, op de zijkant. Die heeft er zin in, denk ik, als ze zich voorstelt. Ze toont een big smile, is strak in trainingspak, en heel enthousiast.

We beginnen met hardlopen. „Niet heel lang hoor”, zegt Claudia. Die baalt zeker ook van het weer, denk ik. „Oh, die regen? Dat kan me niets schelen. Als een klant in dit weer buiten wil sporten, dan doe ik dat gewoon.” De reden dat we kort buiten blijven, is omdat Claudia tijdens een proefles verscheidene oefeningen wil doen. Kijken wat de klant prettig vindt. En dan is het het makkelijkst om een sportstudio in te gaan.

Na een minuut of tien pakt Claudia bokshandschoenen. Voor een buitensessie heeft ze altijd attributen bij zich. Ze loopt niet gewoon een uurtje met iemand door het park, legt ze uit. „Als we een uur buiten zijn, bouw ik allerlei oefeningen in. Hier staan allemaal bankjes en paaltjes, heel handig tijdens een training.” Een training kan ook gewoon in je eigen woning. Sommige personal trainers doen niet anders dan bij de mensen thuis lesgeven.

Goed, de bokshandschoenen dus. Niets voor mij, dacht ik nog. Zo agressief. Maar ik had besloten te doen wat Claudia mij wil laten doen. Zij is de baas dit uur. „Weet je”, zegt ze, „veel klanten zeggen: ‘Boksen? Dat is niets voor mij!’ Maar die zeggen na afloop altijd dat ze dat het leukste vonden.” Ja ja, zal wel.

En verdomd! Claudia heeft stoothandschoenen aan, en ik mag tegen haar handpalmen beuken. Dit is inderdaad best leuk. Tot ik na elke stoot door mijn knieën moet. Om mij tot bukken te dwingen, maait Claudia steeds met haar arm voor zich langs. Dit is minder. Ik ben nog geen twintig minuten bezig en mijn bovenbeenspieren staan al in brand. Gelukkig hebben we zo een korte break, als we met de auto naar de studio gaan.

Iedereen mag zich personal trainer noemen, er is geen vakdiploma nodig. Tussen de vele personal trainers, die zich bij bosjes op internet aandienen, kunnen dus ook slechte trainers zitten. Het is raadzaam bij het zoeken naar een trainer te vragen naar welke opleidingen hij of zij gevolgd heeft. Claudia de Jager (31) volgde in totaal 2,5 jaar aan opleidingen en cursussen. Ze geeft 20 tot 30 lessen per week. De ene klant ziet ze vier keer per week, de ander eens in de twee weken. Hoe komt ze aan die klanten? „Het is heel veel marketing. Ik flyer, heb advertenties bij Google, er staat reclame op mijn auto. Je moet een beetje creatief zijn.”

In de auto liggen flesjes water. „Hier, neem maar, deze heb ik voor jou gekocht. En wil je wat eten?” Ze rukt het dashboardkastje open en haalt er een pak met plakken ontbijtkoek uit. Voor zichzelf, ze heeft er altijd wat van in haar auto, als ze niet aan eten toekomt. Maar ik mag er wel eentje, want ze liggen er ook voor haar klanten. „Sommige mensen hebben een drukke baan en plannen mij tussendoor, ze hebben soms geen tijd om te eten. Ik heb altijd iets voor ze achter de hand.”

Heerlijk, zo’n personal trainer.

In de studio mat Claudia me af. Eerst spinnen en daarna mag ik, om mijn balans te trainen, een bal van twee kilo vangen terwijl ik op een soort omgekeerde skippybal sta. Ik kan het niet beter uitleggen: het wiebelt behoorlijk. En wéér door de knieën.

Hoe lang nog, denk ik. En: had ik niet gewoon naar een sportschool kunnen gaan, waar je ook een persoonlijke begeleider kunt nemen? „Dat is toch vaak gewoon een fitnessinstructeur”, zegt Claudia. „Die laat je de toestellen zien en maakt een schema. Ik doe meer. Als je een fout maakt, zit ik er direct bovenop. Ik weet hoe ik je moet trainen als je een pijntje hebt, of een blessure of zelfs een hernia.”

Tot slot mag ik in een tuigje, aan een snoer dat mij bij elke stap wil terugtrekken. „Geel! Roze! Heel goed bezig! Blauw!” En ik maar rennen. Naar het gele pionnetje, het roze pionnetje, het blauwe.

Dan zit het erop. Eindelijk! Ik mag douchen. Het was leuk – leuker dan verwacht. Maar ik ben uitgeput. Het had geen kwartier langer moeten duren.

En dan de hamvraag: ga ik mijn eigen personal trainer nemen? Ik twijfel. Want ‘zuiniger leven’ was ook een van de goede voornemens.