Hoger onderwijs is geen luxe en mag best kwieker

Duizenden studenten op het Malieveld, honderden hoogleraren in toga langs de Hofvijver, het hoger onderwijs wilde vrijdag een signaal geven dat bezuinigen echt ergens anders moet. Wáár zeiden de demonstranten zij er niet bij. De kenniseconomie, onze gemeenschappelijke toekomst, daar ging het om. Ook de Tweede Kamer wil graag dat Nederland bij de ‘top vijf

Duizenden studenten op het Malieveld, honderden hoogleraren in toga langs de Hofvijver, het hoger onderwijs wilde vrijdag een signaal geven dat bezuinigen echt ergens anders moet. Wáár zeiden de demonstranten zij er niet bij. De kenniseconomie, onze gemeenschappelijke toekomst, daar ging het om.

Ook de Tweede Kamer wil graag dat Nederland bij de ‘top vijf kenniseconomieën’ hoort. In een spoeddebat werd staatssecretaris Zijlstra daar bij voortduring aan herinnerd. Hij sprak het niet tegen. Waarom zou hij ook? Niemand kan het begrip helder definiëren. Meten is er dus niet bij. Laat staan weten.

Een vrijblijvend punt aan de horizon maakt ieder debat heldhaftig zonder dat iemand hoeft te kiezen. Dat gaf oppositie en regering(sfracties) de gelegenheid tegenover elkaar te staan over de centen. Het kabinet wil het hoger onderwijs een ‘kwaliteitsimpuls’ geven, maar komt binnenkort met een wetsontwerp dat langstudeerders én de universiteit of hogeschool waar zij staan ingeschreven financieel straft.

De opbrengst is al voor 2012 tot en met 2015 voor 370 miljoen per jaar ingeboekt. Het kabinet zegt dat het niet bezuinigt op onderwijs, dat het alleen het geld aan de treuzelaars onttrekt om het weer te investeren in verbetering van het onderwijs. De staatssecretaris moest dinsdag toegeven dat dat terugploegen de eerstkomende jaren achterblijft.

Het lijkt een beetje op de 3000 politiemensen die er bij zouden komen door ze niet weg te bezuinigen. Minister Opstelten moest die verbale illusie na lang gedraal intrekken. Zijlstra gaf het maar direct toe. Dat hielp de studenten, hoogleraren en bestuurders om warm te lopen richting Binnenhof. Meestal kan zo’n samenloop van geleerden en enigszins geleerden niet aangeven hoe de toekomst van hoger onderwijs en onderzoek er wel uit moet zien. Gisteren was dat anders.

Op verzoek van de vorige minister van onderwijs werd vorig voorjaar een rapport opgesteld door een commissie onder oud-minister Veerman. Daarin stond wat nodig is om te komen tot een toekomstbestendig stelsel van hoger onderwijs. Niet tevreden terugkijken maar zorgen dat Nederland intellectuele kracht organiseert, niet ieder vak op twaalf plekken doen, studenten aan het begin van hun studie goed in de ogen kijken opdat zij een passende studie kiezen, wie is toegelaten ook begeleiden naar een succesvolle afronding.

Anders dan veel van dit soort rapporten was het concreet, leesbaar en realistisch. Het werd vrijwel unaniem goed ontvangen. Ook het nieuwe kabinet omhelsde het. Om vervolgens eerst maar eens te gaan snijden in het deelprobleem van de langstudeerders. Nog afgezien van de vraag of de ingeboekte miljoenen wel zullen binnenrollen, want ontmoediging kan leiden tot helemaal afzwaaien of tot opgerekte zesjes type InHolland. De financiering vormt dan het gedrag maar niet de werkelijkheid.

Fundamenteler is dat zulke betrekkelijk willekeurige maatregelen leiden tot oppervlakkige Kamerdebatten en vrij makkelijke media- en Malieveld-betogen over een deeltje van het probleem. De eeuwige student uit de tijd van Mark Rutte, Maxime Verhagen, Alexander Pechtold of Ivo Opstelten bestaat bijna niet meer. Dat te veel studenten hun studie niet of veel te laat afmaken heeft meestal andere oorzaken dan alcoholisch of per waterpijp reizen langs verre continenten. Deeltijdstuderen naast een keur aan baantjes is vrij algemeen en vooral een gevolg van een steeds verder versoberd beurzenstelsel plus een vrij algemene leenhuiver.

Studenten daar op afrekenen én de universiteiten er financieel voor straffen is een vrij doorzichtige en willekeurige vorm van staathuishoudkunde. Universiteiten en hogescholen kunnen beter worden aangemoedigd de studenten die zij bewust hebben binnengelaten met alle inzet van mankracht en apparatuur te helpen verstandige mensen, zo mogelijk wetenschappers te worden. Met andere woorden: zonder jaren te verliezen aan een blauwdruk moet zo’n heel rapport-Veerman inzet zijn van een kloek maar fundamenteel debat.

Het blijft bizar dat al een paar jaar iedereen het met iedereen eens is dat Nederland het moet hebben van zijn hersens. Premier Balkenende investeerde veel gezag in het Innovatieplatform. Nu is er de Kennis- en Investerings Agenda. We smullen en huiveren van lijstjes die beweren dat ‘we’ het goed doen met rekenen of minder goed met innoveren. Allemaal van beperkte waarde.

Iedereen weet al jaren dat Nederland relatief weinig en steeds wat minder uitgeeft aan onderwijs en onderzoek, en dat het tegendeel nodig is. Waarom dan nu niet de zweepslag-beslissing. Zoals het Akkoord van Wassenaar in 1982 de impasse tussen werkgevers en werknemers doorbrak en loon ruilde voor arbeidstijd. Het trok de economie toen vlot en hielp Nederland aan enig concurrentievoordeel. Tot men in te veel andere landen harder ging werken voor minder geld.

Ophouden dus met jijbakken over langstudeerders en andere kruimelbezuinigingen. Nu is het moment het besef van urgentie in hoger onderwijsland om te zetten in boter bij de vis. Dit is het politieke tij om te profiteren van de bereidheid bij universiteiten en hogescholen zichzelf opnieuw en kwieker te organiseren. Niet ongericht snijden maar gericht herinvesteren van bestaande middelen.

Commissie-voorzitter Veerman riep tijdens het hooglerarenprotest vrijdagmiddag de staatssecretaris van onderwijs op uit te groeien tot staatsman. ,,Wetenschapsbeoefening gaat verder dan berekenbaar economisch rendement. Wetenschapsbeoefening is een beschavingskenmerk.” Als dat voor Halbe Zijlstra een maatje te groot is kan premier Rutte bewijzen dat zijn grondige studie van de geschiedenis niet voor niets is geweest.