Hij is nu bijna klaar: de onzichtbaarheidsmantel

Sir John Pendry bedacht hem als een grap. Maar intussen werken op verschillende plaatsen over de hele wereld mensen aan zijn onzichtbaarheidsmantel. De Britse natuurkundige, gedoodverfd Nobelprijskandidaat, publiceerde er vierenhalf jaar geleden over in Science. De werking is gebaseerd op ragfijne structuren op materialen, waarmee het licht zo wordt gemanipuleerd dat het oog niet ziet wat er onder of achter ligt.

De ‘mantels’ waaraan nu onder meer in Berkeley, Californië, wordt gewerkt, zijn eigenlijk tapijtjes, zegt Pendry. Ze bestaan bijvoorbeeld uit silicium met minuscule putjes erin. Eerst wordt een voorwerp onder zo’n tapijt geschoven, waarna het zich verraadt door een hobbel. In stap twee goochelen fysici die hobbel weg met het slim gekozen gaatjespatroon. Dat stuurt de lichtstralen zo bij dat de hobbel optisch wordt uitgevlakt.

Een variant, waaraan in Hongkong wordt gewerkt, is het spiegelende tapijt. De hobbel daarin valt vooral indirect op, doordat die het spiegelbeeld vervormt. Een slim laagje, bijvoorbeeld van gestapelde polymeerstaafjes, strijkt de hobbel weer glad.

Ze zijn, met hun metalen of silicium fabrikaat, nog niet zo soepel als de mantel van Harry Potter, maar het komt in de buurt.

Interview: Wetenschap, pagina 4