Het geheim van sterretjes

LEZERSVRAAG

Waarom kan je sterretjes niet uitblazen? Dat vraagt Tygo Deelen (5 jaar) uit Zoetermeer. Sterretjes die soms op een verjaarstaart staan, bedoelt hij. En die je brandt op oudejaarsavond.

Dat heeft Tygo goed gezien, vindt Dr. Zeepaard. De vlam van een brandend sterretje gaat langzaam van boven naar beneden – al sissend en knetterend. Maar hij gaat nooit halverwege uit. Ook niet als je heel hard blaast.

Bij kaarsen werkt blazen wel heel goed. Hoe kan dat nu? Is een sterretje misschien veel warmer dan een kaars? Nee. De vlam van een kaars heeft een temperatuur van ongeveer 1.400 graden Celcius. Een sterretje brandt ‘maar’ met 1.100 graden. Dat is dus zelfs een beetje ‘kouder’.

Het geheim van de sterretjes zit in de brandstof. Daar zitten hele kleine korreltjes metaal in, zoals magnesium. De mooie vonkjes die je ziet, zijn eigenlijk brandende metaalkorreltjes die van het sterretje wegschieten. Omdat magnesium heel makkelijk brandt is het erg moeilijk om het sterretje uit te blazen.

Fopkaarsen kun je ook niet uitblazen. Dat komt omdat ook in fopkaarsen vaak een beetje magnesium wordt gestopt. Dat magnesium blijft branden als je de fopkaars hebt uitgeblazen. Net als je denkt dat de kaars écht uit is – steekt het magnesium de kaars weer aan!

Maar er is nog een reden waarom sterretjes zo goed branden. Elke vlam heeft zuurstof nodig om te blijven branden. Zet maar eens een glas om een brandend waxinelichtje. Als de zuurstof op is gaat de vlam vanzelf uit!

Maar sterretjes hebben géén zuurstof uit de lucht nodig. Want in de brandstof van sterretjes zelf zit al heel veel zuurstof opgeslagen. Zelfs in de ruimte of onder water kan een sterretje nog blijven branden!

Lucas Brouwers

Ook een vraag? Stuur dan een mail naar:

zeepaard@nrc.nl

en maak kans op een Dr. Zeepaard T-shirt