Geweld Tirana stelt EU teleur

De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben hun „diepe teleurstelling” uitgesproken over de gewelddadige botsingen, gisteren, tussen de politie en demonstranten van de oppositie in de Albanese hoofdstad Tirana. Drie demonstranten kwamen daarbij om het leven, 30 betogers raakten gewond, net als 24 agenten en militairen.

Het waren de ernstigste ongeregeldheden in Albanië, een van de armste landen van Europa, in meer dan tien jaar. De afgelopen maanden waren de spanningen tussen regering en oppositie hoog opgelopen. Oppositieleider Edi Rama, van de Socialistische Partij, weigert de uitslag te accepteren van de parlementsverkiezingen van 2009, die de partij van premier Sali Berisha met een heel kleine meerderheid won. Besprekingen om de impasse te doorbreken zijn op niets uitgelopen.

Vorige week zag vicepremier Ilir Meta, wiens partij coalitiegenoot is van de premier, zich genoodzaakt af te treden door een corruptieschandaal. Daarop riep de oppositie om nieuwe verkiezingen.

Meer dan 20.000 mensen waren gisteren de straat op gegaan om de roep om verkiezingen te steunen. Toen enkele honderden betogers zich losmaakten van de hoofdgroep en de politie aanvielen, liep het uit de hand. Demonstranten staken auto’s in brand en gooiden stenen naar de politie – die reageerde met traangas, waterkanon en rubberkogels. De doden zijn door schotwonden om het leven gekomen. (AFP, Reuters, AP)