Flamenco zonder stippenjurken

Op de derde Flamenco Biënnale ligt de nadruk op vernieuwing, mede doordat ‘artist in residence’ Moraíto Chico ziek werd en zijn zoon het overneemt.

Flamencogitarist Moraíto Chico staat achter de toog van een eetcafé in Jerez de la Frontera. Hij is in de weer met gerechten en praat met bezoekers. Uit alles blijkt dat Chico de spil van het gezelschap is. Een aanwezige neemt een gitaar ter hand en begint te spelen. De anderen haken in, zingen, klappen de ritmes.

Een scène uit de documentaire Goede zang doet pijn, op de derde Flamenco Biënnale. De documentaire van artistiek leider van het festival Ernestina van de Noort en Martijn van Beenen gaat over flamenco, van oorsprong muziek van zigeuners uit Andalusië. Goede zang doet pijn laat mensen zien die voor hun eigen plezier spelen en zingen, niet om het publiek te vermaken.

Moraíto is de ideale gids door het doolhof van muziek- en familiebanden in Jerez, de bakermat van flamenco. „Iedereen heeft respect voor hem”, zegt Van de Noort. „Hij gaat zich niet te buiten aan virtuoos vertoon, maar hij weet als geen ander maximale expressie te leggen in een paar eenvoudige noten. Door even in te houden, een nadruk te leggen waar je die niet verwacht. Vanwege zijn status in die gemeenschap kent hij iedereen, en iedereen kent hem.”

Zonder Moraíto had Van de Noort de film niet kunnen maken. „Hij heeft alle mensen naar dat café gehaald, zelfs een roemrucht zanger als Diego Carrasco. En hij zorgde met zijn gastvrijheid voor een sfeer waarin mensen ondanks de aanwezigheid van de camera spontaan konden musiceren.” Hoogtepunt in de film is de scène waarin de 76-jarige zangeres Mária Bala het café bezoekt en liefdevol begeleid door Moraíto flamencoliederen in een oervorm zingt, zonder opsmuk. De omstanders zijn zichtbaar aangedaan door deze manier van zingen, die tot uitsterven gedoemd is.

Flamenco ontstond in de tijd dat zigeuners als dagloners werkten op de landerijen in de wijde omtrek van Jerez. Met hun liederen voorzagen ze in hun eigen vermaak en gaven tegelijkertijd uitdrukking aan de ellende van hun armoedige bestaan.

Moraíto zou als artist in residence oorspronkelijk ook de spil van de Flamenco Biënnale zijn, maar door ziekte kan hij alleen in een paar concerten aantreden. Zijn zoon Diego del Morao vult de leemte. Daarmee komt de nadruk nog veel sterker te liggen op vernieuwing van de traditie. In zijn muziek verwerkt Diego namelijk elementen uit andere stijlen, waaronder jazz; hij gebruikt elektronica en eigentijdse studiotechnieken. Een rijzende ster, aldus Van de Noort, al vinden vertegenwoordigers van de oude generatie hem veel te ver gaan in zijn vernieuwingsdrang.

„Het festival biedt een andere kijk op de flamenco”, zegt Van de Noort. „Geen stippenjurken, maar een cultuur die zich opent. Waarin ruimte is voor ongebruikelijke combinaties, zoals een muzikale ontmoeting tussen Iraanse en Spaanse musici. En waarin een zanger als Miguel Poveda, die niet uit Andalusië komt, geadopteerd kan worden.”

Poveda treedt op in een eerbetoon aan de zanger Fernando Terremoto, die vorig jaar overleed. Dat concert moet iets van het informele karakter hebben dat ook in de film zo sterk aanwezig is. Van de Noort: „Als alles goed werkt, ontstaat er op het podium een familiegevoel. Dan kunnen spontaniteit en improvisatie opbloeien. Dat zijn de momenten waarop muziek en dans je vol raken.”

Première ‘Goede zang doet pijn’ 23/1 in Melkweg Cinema en Lantaren/Venster, en op Nederland 2.Flamenco Biënnale III, 21 - 30 januari: concerten, films, workshops en lezingen. Programma op flamencobiennale.nl