En of de architect zijn cliënten serieus neemt

Zoals in elke tak van bedrijf, sport, kunst, zijn er ook in de architectuur uitstekende, gewone en slechte beoefenaars van de eigen discipline. Maar dat is natuurlijk geen reden om de slechte voorbeelden als uitgangspunt te nemen voor een discussie over de stand van zaken in de huidige architectuur. En dat is toch wat Jan den Boer doet in zijn artikel over de architect die zijn klant niet serieus neemt (Opinie, 10 januari).

Het mag dan waar zijn dat sommige architecten zich gedragen alsof zij vrije kunstenaars zijn, verreweg de meeste architecten proberen zo goed mogelijk de functionele belangen van hun klant te dienen.

Dat Vera Yanovshtchinsky en Mels Crouwel zouden vinden dat de invloed van de gebruiker uit den boze is, is een stelling die niet vol te houden is als je naar het gebouwde oeuvre van beide architecten en hun bureaus kijkt. Hoe kun je je klant niet serieus nemen als je jarenlang als ontwerper bezig bent met de ontwikkeling van Schiphol?

Er worden ook prijzen uitgereikt voor inspirerend opdrachtgeverschap, nota bene onder leiding van Mels Crouwel. De sinds 2006 door de Bond van Nederlandse Architecten bekroonde ‘Gebouwen van het jaar’ geven geen van alle aanleiding te denken dat de betrokken architecten het belang van de gebruiker miskenden.

Over het gewraakte ‘modernisme’ nog het volgende. Het beproeven en ontwikkelen van de mogelijkheden van nieuwe materialen zoals beton en staal is te danken aan ‘modernistische’ architecten, evenals het zoeken naar de meeste efficiënte woonplattegronden of de ideale keuken.

Je kunt niet met droge ogen beweren dat Jan Duiker zich niets aantrok van de tbc-patiënten toen hij zijn ‘modernistisch’ sanatorium ontwierp. En evenmin dat architecten als Van Tijen en Van den Broek alleen maar toepassers waren van de ‘modernistische’ stijl.

Al meer dan 2.000 jaar geleden poneerde architect Vitruvius dat gebouwen dienden te voldoen aan de eisen van utilitas (functionaliteit), firmitas (degelijke constructie) en venustas (schoonheid). Er is dus niets veranderd in de loop der eeuwen, en in de toekomst zal goede architectuur blijvend aan deze eisen moeten voldoen. De vele goede voorbeelden van ‘modernistische’ architectuur die daaraan voldoen zullen een inspiratiebron blijven voor velen.

Ir. Otto Sluizer

Amsterdam