Don Leo

Ik ken in Nederland twee voetbaltrainers die geboren zijn voor een regenjas: Dick Advocaat en Leo Beenhakker. Nooit vergeet ik het beeld hoe bondscoach Beenhakker in beige regenjas door de catacomben liep na een dramatische nederlaag tegen België. Gabardine zonder hoofd. Later heb ik hem nooit meer in regenjas gezien. Zijn lichaam is door de jaren heen almaar duurder geworden. De snelle snit van de zakenman die je op de Champs Elysées voorbij ziet komen – die opsmuk.

Het uiterlijk is altijd belangrijk geweest voor Leo Beenhakker. Toen ik hem voor het eerst sprak, jubelde hij dat hij vaak de Clint Eastwood van de trainers wordt genoemd. Daar kon hij perfect mee leven. „Clint is een gave gozer, van binnen ook een heel gevoelig mens. Het zal je maar gebeuren dat ze je de Koos Postema van het trainersgilde noemen.”

De haren zijn dunner geworden, de mondhoeken kruimeliger, maar nog steeds geen spatje spek aan het lijf. En hij loopt als vanouds met de knieën lichtjes naar buiten, zoals voetballers doen als ze het veld betreden. Alles wat op zijn weg ligt, kan een trap krijgen. Altijd die gloed van extreme mannelijkheid en rakkersgeluk.

Op zijn 68ste nog steeds niet de oude dag gevonden.

En dus kon hij niet begrijpen dat de raad van commissarissen hem te oud vond voor een nieuw contract als technisch directeur van Feyenoord. Leo voelde zich respectloos afgeserveerd. Weggezet als een kleine jongen. Zo sprak hij ook: gekwetst tot op het bot. In momenten van diepe verongelijking is Beenhakker op zijn mooist. Geen mimespeler die het hem nadoet, het zuchten, het blazen, het tuiten van bloedende lippen. Dan ook rollen ze als ingewanden uit hem, de woorden met het accent van een shovel. De pigmentvlek aan de rechterslaap danst averechts mee.

Geboren martelaar.

Terwijl hij weinig te klagen heeft. Coach van Real Madrid, Ajax, het Nederlands elftal, Feyenoord… dan ben je wel van de historie. Daarnaast nog wat lucratieve spielerei in Polen, Turkije, Trinidad en Tobago, waar de hele Dorpstraat van Tienhoven tot in de derde generatie van zou kunnen leven. Niet één wereldleider kan met Leo concurreren in trofeeën, oorkonden en medailles. Gevuld leven, gevulde bankrekening.

Toch dat tikje geteisterd willen zijn.

Aan prestige heeft het hem niet ontbroken. Op Louis van Gaal na, die altijd moeite heeft met het verleden van een ander, was er in de voetbalwereld groot respect voor Don. Niet dat hij als tactisch brein werd bewonderd, maar zijn verbale bevlogenheid maakte overal indruk.

Trainer-dichter. Verhalenverteller.

Het mooiste verhaal dat ik ooit van hem hoorde, ging over Theo. Theo was postbode in Tienhoven en deed ook de begrafenissen. „Als hij op zijn gemak voorbijkomt, weet ik: vandaag is niemand dood. Als hij als een raket door het dorp fietst, kom je hem een paar uur later, zo rond het middaguur, met een hoge hoed en keurig in de zwarte kleren voor de stoet tegen. Ik wil straks alleen door Theo worden opgehaald.”

Gevoel voor drama: Beenhakker is ermee behangen.

Met dit geestesmerk hield hij ook zijn tirade tegen de leiding van Feyenoord. Dat had hij niet moeten doen. Want ineens was hij inderdaad die ouwe man, vergeven van grimmigheid. Ineens was hij 68. Wat je zag, was de tristesse van een desperado die zich geen nieuw leven meer kan verzinnen en de oubliëtte vreest. Terwijl hij wel een prima golfer is en een wijntje en sigaartje er nog altijd lekker ingaan. Leo ontblootte in blessuretijd de leegheid van een voetballeven.

Ik had het hem graag bespaard.

Hij kan zomaar toetreden tot de dubieuze sprekersstal van Dirk Scheringa. Of een boek schrijven, of zoals vroeger columns. Poëmen gaat hem bijna zo goed af als afbluffen.

Nee dus.

Beenhakker wil tot zijn laatste snik bij de testosteronclub horen. Bij blondines op het ereterras. Bij het schimmige wereldje van kopen en verkopen in verre, vreemde landen. Hij, homme du monde, wil zijn meertaligheid horen opklinken.

Zoals die dag toen hij met voorzitter Roger Vanden Stock van Anderlecht ging golfen. En hij wel zeven talen tegelijk door elkaar klutste om indruk te maken. Jammer maar helaas: het Frans lag niet in zijn bek bestorven.

In die dagen was het zijn droom trainer van Anderlecht te worden. Het is er niet van gekomen. Voor de schichtige monsieur Roger had Don Leo toch net iets te veel praatjes.