Desi Bouterse en zijn drugsvriend

Diplomatenpost

Desi Bouterse werd vorig jaar op democratische wijze president van de Republiek Suriname, maar zijn drugsverleden blijft hem achtervolgen. En de Verenigde Staten houden nauwlettend in de gaten wat er in zijn land en rond hemzelf gebeurt.

Verbazing op de Amerikaanse ambassade in Paramaribo. Of ambassadeur Lisa Bobbie Schreiber wil praten met Desi Bouterse, vraagt in februari 2007 een delegatie NDP-politici. Bouterse is voorzitter van die partij. Het is „ironisch”, schrijft de ambassadeur later in haar verslag. Want Bouterse laat zich vaak negatief uit over de Verenigde Staten en beschuldigt de CIA ervan een reeks coups tegen hem te hebben beraamd.

De NDP’ers zijn „ontstemd”dat de Amerikaanse regering vlak voor de Surinaamse verkiezingen in 2005 zei dat zij niet met Bouterse kon samenwerken als hij president zou worden. Ze komen nu vragen om „intrekking van dit standpunt, dat vooral was ingegeven door het feit dat Bouterse in 1999 in Nederland bij verstek werd veroordeeld voor drugshandel.

Maar uit gelekte ambtsberichten blijkt nu dat Bouterse volgens de Verenigde Staten zeker nog tot in 2006 – op dat moment was hij parlementariër – actief betrokken was bij drugshandel. Op 15 juni van dat jaar arresteerde de Surinaamse politie Shaheed ‘Roger’ Khan, de grootste drugscrimineel uit buurland Guyana. In de geheime cables wordt op basis van diverse inlichtingenbronnen geconcludeerd dat Bouterse zeer nauwe contacten met Khan onderhield. Een van de ambtsberichten heeft als onderwerp ‘Desi Bouterse and Shaheed Roger Khan activities’.

De arrestatie van Khan beheerst dagenlang het nieuws in Suriname en Guyana. Maar ook de Amerikanen vinden zijn aanhouding erg belangrijk. Eerder wordt Kahn in een van de berichten vergeleken met de Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar, omdat hij „de controle dreigt uit te oefenen over de fragiele Guyanese staat zoals Pablo Escobar destijds in Colombia”. Volgens deze cable gaat de „bedreiging door Kahn van de Amerikaanse nationale belangen veel verder dan alleen drugssmokkel. Hij heeft zogeheten drugs-for-arms deals gedaan, waarbij de [Colombiaanse rebellenbeweging] FARC wapens kreeg in ruil voor cocaïne”. Bovendien heeft de Guyanese drugscrimineel „sociale en operationele banden met Desi Bouterse”.

In een gelekt ambtsbericht van de Amerikaanse ambassade in de Guyanese hoofdstad Georgetown, dat ook dateert van vóór Khans arrestatie, staat dat Bouterse hem zou hebben „ingeschakeld om huurmoordenaars te leveren om moorden te plegen. Beiden zijn betrokken bij het smokkelen van wapens en cocaïne, moorden en geplande moorden in hun eigen land”. Doelwitten zouden minister van Justitie Chandrikapersad Santokhi en procureur-generaal Subhas Punwasi zijn geweest. Beiden waren rond 2006 nauw betrokken bij de voorbereiding van het Decembermoordenproces. Ook is sprake van een mogelijke coup en gijzeling van president Ronald Venetiaan.

Het was de periode in de aanloop naar het Decembermoordenproces, waarin Bouterse hoofdverdachte is van de moord in 1982 op vijftien vooraanstaande opposanten. De spanningen liepen op door demonstraties en stakingen uit onvrede over het sociale beleid, die door Bouterse werden aangegrepen het aftreden van de regering-Venetiaan te eisen. Ook verdwenen geregeld wapens uit militaire depots.

Volgens de Amerikaanse ambtsberichten werden onder meer via Suriname en Guyana wapens door Khan naar de Colombiaanse FARC gesmokkeld. Minister van Justitie Santokhi noemt Khan na diens arrestatie „een bedreiging voor de Surinaamse veiligheid”. Dat is volgens hem ook de reden dat de Guyanese drugscrimineel is uitgeleverd aan de Verenigde Staten.

De geheime ambtsberichten (met kwalificatie ‘NOFORN’ – no foreign eyes, niet bestemd voor buitenlandse ogen) bevatten details over de contacten van Bouterse met Khan. Zo reisde Khan geregeld illegaal naar Suriname „waar hij omringd door zijn gevolg zich relatief op zijn gemak voelt en met Bouterse verkeert”. Als een van de ontmoetingsplaatsen van Bouterse en Khan wordt een buitenverblijf van Bouterse genoemd, bij het dorp Wasjabo, in het westen van Suriname aan de grensrivier Corantijn.

Ook wordt melding gemaakt van een ontmoeting tussen Bouterse en Khan in een hotel in Paramaribo in december 2005 en in een onderkomen van een NDP-parlementariër bij Nickerie. Volgens de ambtsberichten ging Bouterse geregeld naar Guyana, ondanks het internationale arrestatiebevel tegen hem. Bouterse zelf verklaarde destijds met enige bravoure al publiekelijk dat hij naar het buitenland reisde.

In een cable van de ambassade in Paramaribo wordt op basis van „gevoelige bronnen” door ambassadeur Marsha Barnes (de voorganger van Schreiber Hughes) in kaart gebracht wat Khan en Bouterse elkaar te bieden hadden. Bouterse kreeg „de middelen om zijn inkomen aan te vullen met drugshandel”. De harde aanpak van de drugshandel door de minister van Justitie en voormalige politiechef Santokhi zou de financiële positie van Bouterse hebben aangetast. „Dat dwong hem nieuwe partners zoals Kahn de hand te reiken”, aldus Barnes.

In ruil zou Bouterse Kahn toegang tot „Surinaamse criminele elementen en structuren” hebben aangeboden. En daarnaast „gemakkelijke toegang tot geregelde verscheping van drugs naar Europa en bescherming in Suriname”.

De arrestatie van Kahn in Suriname was door de Verenigde Staten al in april 2006 voorbereid tijdens een bijeenkomst in Port of Spain (Trinidad & Tobago) van betrokken ambassadeurs en functionarissen van drugsbestrijdingsdienst DEA, Justitie en Homeland Security. Daar kwam volgens het vertrouwelijke verslag van die bijeenkomst al snel de mogelijkheid aan de orde om Kahn in Suriname te laten arresteren. Want in de Guyanese autoriteiten hadden de Amerikanen geen vertrouwen. Twee maanden later werd Kahn, nadat hij met hulp van Amerikaanse satelliet- en opsporingsapparatuur was getraceerd, door een Surinaamse politie-eenheid aangehouden.

Shaheed Kahn zit in New York een straf van dertig jaar uit. Chandrikapersad Santokhi werd vorig jaar in Washington gekozen tot voorzitter van de Inter-Amerikaanse Commissie voor Drugsbestrijding (CICAD). Bouterse is inmiddels president van Suriname. De Amerikaanse ambassadeur John Nay had naar eigen zeggen kort na diens verkiezing in juli 2010 „een goed gesprek” met hem.