De werkelijkheid van het model

Rekenmodellen in de biologie kunnen de wankele bankwereld stabiliseren. Maar critici vinden het speelgoedmodellen. Michiel van Nieuwstadt

Domme beleggers heten schapen in een kudde, vijandige overnamekandidaten zijn gieren of roofdieren. Het zijn oppervlakkige typeringen, maar de echte analogieën tussen de financiële sector en de biologie gaan misschien nog wel verder. Modellen die ontwikkeld zijn om ecosystemen te bestuderen kunnen heel geschikt zijn voor de analyse van financiële markten. Dat schrijven de bankier Robert May en zoöloog Andrew Haldane in een studie die afgelopen donderdag verscheen in Nature.

Volgens Haldane en May kunnen ecologen met hun rekenmodellen tegenwoordig goed voorspellen of een ecosysteem stabiel is. De wiskundige modellen bieden inzicht in de factoren die van belang zijn voor een bestendig evenwichtig in zo’n netwerk van organismen en hun leefomgeving. Deze factoren kunnen volgens de auteurs ook de stabiliteit van de bankensector bevorderen. Het is een gewaagde opvatting en de Nature-redactie vroeg twee mensen om commentaar. Econoom Thomas Lux is enthousiast en schrijft dat er heel wat valt te leren van de analogieën tussen beide vakgebieden. Fysicus Neil Johnson noemt het ‘speelgoedmodel’ van Haldane en May een gevaarlijke simplificatie.

“Maar ja, álle modellen zijn toch een vereenvoudiging van de werkelijkheid”, reageert de Wageningse ecoloog Marten Scheffer aan de telefoon. “Het maken van dit soort vergelijkingen vind ik een heel goed idee.”

Ecologen weten door hun modelstudies dat sommige soorten onmisbaar zijn. Als die wegvallen stort een systeem in. Vooral homogene systemen hebben daar last van.

LEHMAN BROTHERS

Aanleiding voor de studie van Haldane en May is de wereldwijde financiële crisis die zich vanaf 2008 vanuit Amerika verspreidde door het omvallen van zakenbank Lehman Brothers. Zoals in een financiële crisis de ene bank de andere omver kan trekken, zo kan in een ecosysteem ook het uitsterven van de ene soort het verdwijnen van een andere soort veroorzaken. Een stabiel ecologisch netwerk én een stabiel financieel netwerk voldoen volgens May en Haldane aan vergelijkbare criteria.

Ecologisch onderzoek van de afgelopen 50 jaar heeft aangetoond dat een netwerk kwetsbaar is als het homogeen is. Scheffer: “Voor de stabiliteit is het gunstig als er meerdere soorten zijn die een belangrijke taak in een ecosysteem kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het opruimen van bladeren op een bosgrond. Dat noemen wij het verzekeringsprincipe. Als één soort wordt getroffen door droogte of een plaag, dan staat er een andere klaar om die functie over te nemen.”

Zo werden koralen in het Caraïbisch gebied vroeger vrijgehouden van zeewier doordat allerlei soorten vissen én zee-egels de koralen begraasden. Toen door overbevissing veel van de vissoorten verdwenen, was er aanvankelijk weinig aan de hand omdat de zee-egels er nog waren. De zee-egels groeiden enorm in aantal, maar toen ze in de jaren tachtig door een plaag te gronde gingen, raakten de koralen overgroeid door wieren en stierven.

In de economie, waar alles draait om efficiëntie, is voor risicospreiding weinig ruimte, schrijven May en Haldane. Banken zijn groter geworden, ze halen hun geld uit dezelfde bronnen (leningen van centrale banken, spaartegoeden), zetten het uit in vergelijkbare portfolio’s van beleggingen en beoordelen hun risico’s met dezelfde modellen. Voor elke bank individueel is deze manier van risicospreiding rationeel en efficiënt, voor het financieel systeem als geheel leidt het tot een gevaarlijke eenheidsworst. Haldane en May vinden dat financiële regelgevers ook nu nog te weinig oog hebben voor het gebrek aan diversiteit in de bankensector.

GEVAARLIJK

De grotere uniformiteit van banken betekent dat het omvallen van enkele banken op sleutelposities het hele systeem kan bedreigen. Dit inzicht is volgens May en Haldane nieuw in de bankenwereld. Zij vinden daarom dat bepalende financiële instellingen aan strengere eisen moeten voldoen.

Ecologen, maar ook epidemiologen, weten allang dat er in homogene systemen hoofdrolspelers zijn. Aidsbestrijders weten dat het effectief kan zijn om preventie te concentreren op een beperkt aantal super spreaders: individuen met een spilfunctie in een netwerk, bijvoorbeeld door hun grote aantal seksuele contacten.

In plaats van de kapitaaleisen voor alle banken te verscherpen, zouden juist deze potentiële verspreiders van levensbedreigende epidemieën in ons financiële systeem aan heel strenge eisen moeten voldoen.

Maar volgens fysicus Neil Johnson (Universiteit van Miami) is het netwerk van de financiële wereld te ingewikkeld om het te beschrijven met standaard ecologische modellen. “Anders dan de schakels in de voedselketen kunnen de knooppunten in het financiële systeem ingrijpend van karakter veranderen met een klik van de muis [die een financiële transactie bevestigt, red.] Daardoor kunnen plotseling verrassend grote fluctuaties ontstaan.” Johnson spreekt dus neerbuigend over ‘speelgoedmodellen’ en schat de verklarende kracht van Haldane en May niet hoog in. Hij schrijft: “Zou u gaan vliegen in een papieren vliegtuig dat was opgeschaald tot het formaat van een Boeing 747?”

NETWERK

Volgens medecommentator Thomas Lux (Universiteit van Kiel) is er echter al veel gewonnen als de economische wetenschap de focus eens verlegt van de beschrijving van het gedrag van individuele bedrijven en consumenten naar het grotere geheel. “Als ecologen hebben wij geleerd om te kijken naar het systeem”, bevestigt Scheffer. “Als je alle onderdeeltjes aan elkaar koppelt in een netwerk dan ontstaan nieuwe eigenschappen die je niet begrijpt als je elk onderdeeltje afzonderlijk bestudeert. May en Haldane geven een aanzet om op die manier naar banken te kijken. Dat is een belangrijke eerste stap.”