De City loopt stilletjes leeg

De Londense City wordt steeds verder gereguleerd, reden voor een groeiend aantal financiële spelers om hun heil elders te zoeken, vertelt Stuart Fraser die het dagelijks bestuur voert.

Stuart Fraser, policy chairman of City of London Corporation, poses in this undated handout photograph released to the media on Wednesday, Dec. 9, 2009. A possible tax on banker's bonuses would constitute a “political gesture” and wouldn't work, according to the City of London Corporation, which represents the British capital's biggest financial district. Source: City of London Corporation via Bloomberg EDITOR'S NOTE: NO SALES. EDITORIAL USE ONLY via Bloomberg

Titia Ketelaar

De Square Mile van Londen, de bijna drie vierkante kilometer waar nog steeds veel financiële instellingen zijn gevestigd, leverde de Britse staatskas in 2009 53 miljard pond op. Oftewel: 11,5 procent van de totale staatsinkomsten uit belastinggeld kwam uit de City. Dat is meer dan enige andere bedrijfstak.

Maar toch maakt Stuart Fraser, die het dagelijks bestuur over de City voert, zich zorgen. Het afgelopen jaar heeft een gestaag groeiende stroom bankiers, beurshandelaren en topmanagers Londen verlaten. Een aantal hedgefondsen, fondsbeheerders en verzekeringsmaatschappijen heeft zich buiten het Verenigd Koninkrijk gevestigd, grote banken dreigen met verhuizing. Uit onderzoek van denktank Policy Exchange bleek onlangs dat 43 procent van de topmanagers nadenkt over een nieuwe locatie.

Een exodus mag je het niet noemen, zegt Fraser. „We hebben het niet over tienduizenden die weggaan, maar wel over spelers uit de Premier League die stilletjes vertrekken.” In zijn kantoor midden in de City, een betonnen jaren-vijftig-aanbouw aan de Guildhall uit de twaalfde eeuw, geeft Fraser uitleg. De 64-jarige voormalige valutahandelaar en fondsmanager werkt al sinds 1963 in de City, sinds 2008 als voorzitter van de City of London Corporation, de gemeenteraad.

Hij signaleert dat sinds de financiële crisis, Europese en Britse maatregelen ervoor hebben gezorgd dat Londen steeds minder aantrekkelijk is voor bankiers en handelaren. Zo is onder meer het belastingtarief voor hoge inkomens naar 50 procent gegaan, zijn immigratieregels verscherpt en gaat het debat over een grens aan bonussen verder.

Een aantal maatregelen komt voort uit een emotionele en politieke discussie, niet uit een wens tot regulering, zegt Fraser. „Natuurlijk zijn er fouten gemaakt, maar het heeft vooral gezorgd voor een populistische afkeer van de bedrijfstak.” Hij doelt op Britse politici die zich, aan de vooravond van het jaarverslagenseizoen en terwijl de regering de ene na de andere bezuinigingsmaatregel afkondigt, opnieuw hardop vragen stellen over de hoogte van bonussen.

„Dit gaat niet meer over systeembanken, waar een ongezonde bonusstructuur was. Deze discussie gaat nu over het salaris van werknemers bij 2.500 financiële instellingen.” Bovendien, zegt Fraser: „Het is niet de taak van de regering om iemands salaris te bepalen, of het nu om een bankier of een voetballer gaat”.

Hij ziet dat banken, om de aandacht voor de bonussen af te leiden, hogere vaste salarissen zijn gaan betalen. „Niemand kan dat wat schelen.” Maar het keert zich wel tegen Londen. „Stel: een kerel is 200.000 waard, maar kreeg 50 vast en 150 aan bonussen. Nu is dat een salaris geworden, dus passiva. En die werknemer moet daarover ook nog eens flink veel belasting betalen. Waarom zou die hier blijven als hij ergens anders hetzelfde verdient, maar met minder belastingafdracht? Het is dus niet het bedrijf, maar de werknemer die zegt: waarom zou ik dan nog voor de City kiezen.”

„Nu is er die bespottelijke maatregel dat Europese regels ook op kantoren buiten het Verenigd Koninkrijk van toepassing is. Dus een jonge handelaar in New York of Hongkong die voor een Britse bank werkt, verdient daardoor aanzienlijk minder dan zijn collega’s. Dat is onhoudbaar.” Hij wijst erop dat de Britse toezichthouder FSA de regels strenger toepast dan bijvoorbeeld in Frankrijk het geval is. „Daar gaat het om een aantal grote banken, hier om de hele financiële industrie. De Britten maken de EU-regels zo onnodig duur.”

Tel daarbij nog strengere immigratiewetten op, waardoor het moeilijker is geworden werknemers van buiten de EU aan te nemen. „Er zijn al gevallen van bankiers die de toegang werd geweigerd. Dat geeft ons geen imago van een open en internationale stad. We weten wat het immigratieprobleem is, maar de Amerikaanse, Japanse of Chinese bankier wordt er door geraakt. En we hebben ze nodig; Poolse banken zijn aardig, maar zorgen er niet voor dat we een financieel centrum blijven.”

Hij heeft geen moeite met regulering, maar wel als die doorschiet, „de bulldozer-aanpak”. Zijn grootste zorg is dat in Azië geen discussie is over bonussen. „De aantrekkingskracht van Chinees kapitaal is hoe dan ook groot. Maar we hoeven talent niet die kant op te jagen.”

Fraser, die tevens adviseur is van de regering van Singapore, merkt dat de discussie in de Europese hoofdsteden zelden over concurrentie met Azië gaat. Hij noemt dat bekrompen: „We zijn onderdeel van een wereldwijde economie, je kunt niet alleen opereren.”

Hij probeert in Brussel het belang van Londen uit te leggen: „We zijn het enige echte financiële centrum in de Europese Unie. Europarlementariërs vinden het niet erg als talent naar Parijs of Frankfurt vertrekt, maar daar hebben we het niet over. We hebben het over Azië en Amerika.”

Wordt er geluisterd? Fraser zucht diep. „Laat het me zo zeggen: onze ergste nachtmerries zijn niet uitgekomen. De resultaten van een aantal richtlijnen, bijvoorbeeld Basel III, waren zeker niet slecht. Maar er komen nog meer richtlijnen aan. Dat zou ik op zich niet erg vinden als ze waren gebaseerd op onderzoek, maar ze zijn politiek gemotiveerd.”

De Britse regering beseft langzaam dat een te generalistische aanpak schadelijk is, denkt hij. „Ze beseft dat dit geen gepiep is, dat er serieus sprake is van verlies van mankracht en talent, en uiteindelijk van belastinginkomsten.”

Hij blijft daarom optimistisch: „Vergeet niet dat de City al een paar honderd jaar bestaat. Zolang we zorgen dat dit een tijdelijke glitch is en deze vertrouwenscrisis achter ons laten, kunnen we Londen zo concurrerend mogelijk maken.”