De burgemeester duikt onder, deel 2

Drugscriminaliteit in Noord-Brabant is een nationaal probleem geworden na bedreigingen rondom een coffeeshop in Helmond. ‘Ik weet het niet. Justitie is in charge’, zegt de locoburgemeester.

Door Laura Starink enEsther Wittenberg

Even bewegen de lamellen voor de ramen op de tweede verdieping van Carpe Diem, de coffeeshop van John Vosmeer in Helmond, die inzet is geworden van een machtsstrijd tussen de Brabantse onder- en bovenwereld. De coffeeshop is dichtgespijkerd met spaanplaat en op last van de gemeente sinds 1 december gesloten, vermeldt een bericht aan de gevel. Een man loopt het achterbalkon op. Ja, meneer Vosmeer is thuis, maar wacht op zijn advocaat en een televisieploeg van Nieuwsuur. De krant wil hij niet te woord staan.

Vosmeer en zijn vrouw sliepen boven de coffeeshop toen twee mannen vorig jaar op 30 juli om kwart voor vier ’s nachts op een motor kwamen aanrijden, een steen door de ruit gooiden en twee handgranaten naar binnen wierpen. Een maand eerder, nog vóór de opening van Helmonds tweede coffeeshop, ramde om vijf uur ’s nachts een witte Toyota Land Cruiser de pui.

Eind november belde de hoofdofficier van justitie van Den Bosch met de Helmondse bestuurders: er waren serieuze bedreigingen aan het adres van burgemeester Fons Jacobs, die te maken hadden met de incidenten rondom Carpe Diem. In de tuin van de burgemeester werd een politiepost geplaatst, maar de dreigementen waren zo ernstig dat de burgemeester eind vorig jaar drie weken zijn heil zocht in het buitenland. Locoburgemeester Frans Stienen nam zijn functie waar.

Begin dit jaar ging Jacobs weer aan het werk, de beveiliging bij zijn huis werd opgeheven. Hij belegde een persconferentie en meldde pontificaal dat „de misdaad niet had overwonnen”. Dat was te snel geoordeeld: eind vorige week werd de bewaking op last van het Openbaar Ministerie hervat. Twee politieauto’s staan bij zijn bescheiden woning in een villawijkje van Helmond. De agenten treden bezoekers tegemoet met het machinegeweer in de hand.

Locoburgemeester Frans Stienen, die nu het woord voert namens de burgemeester, ontvangt in zijn werkkamer op het stadhuis. Op de gang zitten twee beveiligingsmensen. Zelfs de burgemeester, zegt Stienen, weet niet precies hoe groot het gevaar is. Justitie zwijgt daarover „in het belang van het onderzoek”. De dreigingsanalyse heeft hij niet mogen inzien. En dus moet hij vertrouwen op het oordeel van Den Bosch. Het lokale bestuur in Helmond is even opgeheven. „Justitie is in charge”, zegt Stienen. „Wij vragen ons voortdurend af: waarom deze burgemeester, waarom deze coffeeshop, waarom in Helmond?”

Wat is er aan de hand in Noord-Brabant? Is hier een drugsoorlog uit de hand gelopen? Toont Helmond aan dat het Nederlandse gedoogbeleid definitief is mislukt? Criminoloog Cyrille Fijnaut – kenner van het criminele circuit in Zuid-Nederland en België en adviseur van zowat elk kabinet of iedere probleemgemeente van het land – noemt de situatie „ernstig”. „Dit is geen lokaal kwestietje.”

De bedreiging van Jacobs was het zesde incident in een reeks gewelddaden in een paar weken tijd in Helmond en omgeving. Over drie daarvan zwijgt de politie. De andere twee zijn bekend. In een uitgebrande auto werd het stoffelijk overschot van Lesley Tunk gevonden. Tunk zou als huurmoordenaar gewerkt hebben voor de Eindhovense drugsbaron Janus van W. Sinds deze ‘Don van het Zuiden’ in België vastzit zou er een machtsvacuüm zijn ontstaan in het Brabantse criminele milieu (zie kader). Kort daarna werd in Eindhoven een woning, vermoedelijk van een xtc-baron, minutenlang met een mitrailleur beschoten.

Burgemeesters van vijf Brabantse steden stuurden onder leiding van de Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel een brief naar minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie,VVD). De minister stelde een taskforce in. Die moet het drugsgeweld in Noord-Brabant aanpakken en de lokale politie ontlasten.

Noord-Brabant speelt de hoofdrol in de wiethandel in Nederland, zegt de Tilburgse criminoloog Toine Spapens, schrijver van De wereld achter de wietteelt. En die wiethandel is in handen van de georganiseerde misdaad. „In Noord-Brabant en Limburg is al jarenlang sprake van een redelijk stabiel zwaar crimineel milieu van 1.000 tot 2.000 mensen. Elke straatagent kan je vertellen wie het bij hem in de buurt zijn. De grote jongens hebben allemaal in de bajes gezeten, vaak voor zware geweldsdelicten, omdat je daarmee een reputatie opbouwt.”

„De traditionele Brabantse penose die na de oorlog boter de grens over smokkelde, ging vervolgens in gestolen auto’s handelen, zware overvallen plegen en in de xtc-handel”, zegt Spapens. „In de loop van de jaren negentig ontdekten ze de wiethandel. De pakkans is klein, want wiethandel heeft een lage prioriteit bij de politie. De straffen zijn laag.”

Wiet levert inmiddels miljoenen op. Waar blijft dat geld? „In vastgoed en bedrijven”, zegt Spapens. „Wat je nu zaait, zal je oogsten. Straks is de hele binnenstad in handen van criminelen. We moeten strafrechtelijk iets doen om duidelijk te maken dat we dit niet tolereren. We moeten criminelen kort houden. Anders gaan zij denken dat zij de baas zijn.” Als een taskforce kan helpen, denkt Spapens, moet die zich richten op de grote criminelen, en niet op de kleine telers.

Voormalig edelsmid

Jarenlang was er in Helmond (88.000 inwoners) één coffeeshop, Bonne Ville aan de Wolfstraat. Maar dat bleek niet genoeg. Er was een levendige illegale straathandel die zorgde voor veel overlast. Om de druk van de ketel te halen, stemde de gemeenteraad op 1 juli 2008 schoorvoetend in met de opening van een tweede coffeeshop, later eventueel gevolgd door een derde. Er werden drie plekken aangewezen. Belangstellenden konden een bedrijfsplan indienen.

Na screening door de gemeente kreeg John Vosmeer (44), uitbater van café Die2 aan de Noordelijke Koninginnewal, toestemming om op dezelfde plek een coffeeshop te openen. Zijn bedrijfsplan toont een man met een missie: middels een persoonlijke benadering zou Vosmeer „probleemgebruikers een bewuster gedrag bijbrengen”. De voormalige edelsmid en beveiligingsmedewerker wilde iets betekenen voor jongeren die „dreigen af te glijden in een afhankelijkheid van cannabisproducten”. Vosmeer was van plan informatiebijeenkomsten te organiseren om te komen tot „maatschappelijke acceptatie en integratie”. Dat is niet gelukt: bejaarden van verzorgingsflat Ameide demonstreerden tegen de komst van de coffeeshop, omwonenden spanden een bodemprocedure aan.

Met de komst van de tweede coffeeshop begonnen de problemen. Is de markt verstoord geraakt? Vreest Bonne Ville de concurrentie? De eigenaar – zijn naam mag niet genoemd – is een oude schoolvriend van John Vosmeer. Door de telefoon zegt hij: „Er wordt veel gespeculeerd en dat vind ik heel vervelend. Maar de politie heeft mij geadviseerd niet te reageren in verband met mijn veiligheid. Ik heb een gezin.”

Na de gewelddaden en dreigementen heeft het landelijke Bureau Bibob (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) van het ministerie van Veiligheid en Justitie coffeeshop Carpe Diem opnieuw gescreend. De wet Bibob moet voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit in de hand werkt door, bijvoorbeeld, vergunningen te verlenen aan criminelen. Zo moet vermenging van onderwereld en bovenwereld worden vermeden.

Vorige week kwam de uitslag. Deze keer kwam Carpe Diem niet door de screening. In het onderzoeksrapport staat dat John Vosmeer zakelijke banden had met een leverancier met een strafblad. De gemeente gaat daarom zijn vergunning intrekken.

Vosmeers advocaat Marc van den Boomen vindt dit „absurd”. „Iemand beweert mede-eigenaar te zijn van de coffeeshop. Maar dat is niet waar. Hoe gaat dat? Er komt een crimineel, die zegt: ik heb in jouw coffeeshop geïnvesteerd, dus ik wil een deel van de winst hebben. Dat willen al die criminelen. Het was gewoon afpersing. Maar John heeft zijn rug rechtgehouden. En in plaats dat de overheid mijn cliënt beveiligt, wordt zijn coffeeshop gesloten. De gemeente buigt voor terreur.” Volgens de advocaat is Vosmeer „naïef” geweest. „Ik heb hem gewaarschuwd de achterdeur goed te regelen. Dat is toch een illegaal traject.”

Steekpenningen

CDA-burgemeester Fons Jacobs, zoon van een cafébaas in Eindhoven, is eerder bedreigd. Toen hij burgemeester was van het Limburgse Brunssum werd zijn auto in brand gestoken. De aanslag zou te maken hebben met niet nagekomen toezeggingen van burgemeester en wethouders over de opening van een coffeeshop. Wethouders zouden steekpenningen hebben ontvangen, maar onderzoek van de Rijksrecherche leverde niks op.

Volgens locoburgemeester Stienen is er geen relatie tussen Brunssum en Helmond. „Maar we hebben een burgemeester die niet bang is en voor zijn mening uitkomt. Ik zie geen gebroken man die wil toegeven aan chantage. Maar je denkt natuurlijk wel: hoe lang gaat dit duren? Je bent ook een mens met emotie en gevoel. Het is in- en in-triest.”

Jacobs is een uitgesproken burgemeester, zegt een insider. Een bevlogen bestuurder met grote dossierkennis en een enorm netwerk. Bang is hij zeker niet. „Toen de sociaal werkster voor de woonwagenkampen werd wegbezuinigd, stonden er ineens 80 kampers in het stadskantoor. Die staat hij rustig te woord.” Rondom Helmond liggen 6 à 7 kleine woonwagenkampen, die in de plaats gekomen zijn van één grote aan de Deurnenseweg. In de streek wonen een paar honderd kampers. Het is geen geheim dat kampers graag wiet telen en vaak in de illegale handel zitten.

Vosmeers advocaat zet vraagtekens bij de bedreigingen van de burgemeester. Hij heeft het strafdossier ingezien van de enige verdachte tot nu toe, die tien dagen heeft vastgezeten, en vond daarin geen enkel bewijs.

Al kan Bart Nieuwenhuizen, de hoofdofficier van Justitie van Den Bosch, de bedreigingen niet concretiseren, telefonisch wil hij toch wat kwijt. De advocaat is niet op de hoogte, zegt hij, want „de dreigingsanalyse zit uiteraard niet in het strafdossier. Wij gaan echt niet af op het eerste het beste briefje dat op het politiebureau komt binnendwarrelen. We nemen deze zaak bloedserieus.”

„Wij kregen informatie van verschillende kanten en hebben ons ervan vergewist dat die kanalen elkaar in het verleden niet hebben gekruist”, zegt Nieuwenhuizen. „De coffeeshop en de burgemeester werden vrij vaak in één adem genoemd. De informatie was levensbedreigend. Voeg dat bij twee handgranaten en een geramde pui en je weet dat je te maken hebt met een criminele groep die geweld niet schuwt.”

Sinds de moord op Pim Fortuyn, die niet beveiligd wilde worden, zegt Nieuwenhuizen, is beveiliging de verantwoordelijkheid van de overheid. Er werd een matrix ontworpen, waarmee de aard en de waarschijnlijkheid van de bedreiging worden ingeschat. „In het geval van Jacobs was de aard van de bedreiging ‘ernstig’ en de waarschijnlijkheid ‘hoog’. Dan is niks doen geen optie”, zegt Nieuwenhuizen. Toen een groot opsporingsonderzoek niks opleverde, werd de beveiliging ‘afgebouwd’. Maar na 4 januari dook er nieuwe informatie op uit een totaal andere hoek en dus „zijn de beveiligingsmaatregelen weer opgetrokken. We maken elke week een update van de dreigingsanalyse.”

Vindt de hoofdofficier dat Nederland de drugsoorlog aan het verliezen is? „Natuurlijk niet. Het is een gevecht van lange adem. Kijk naar de criminaliteit rondom de synthetische drugs. Twaalf jaar geleden liep ons dat over de schoenen. We hebben daar een speciale eenheid voor opgericht en de politiek heeft er veel geld ingepompt. Sindsdien is de productie in Nederland fors gedaald. De georganiseerde misdaad neemt de zaak niet over in Helmond. In vergelijking met Italië of Frankrijk zijn wij nog steeds een heel keurig landje.”

Bedreigde burgemeester

Opnieuw is Bonne Ville (voorheen Willy’s Place) de enige coffeeshop van Helmond. Overdag zijn de rolluiken van het pand aan de Wolfstraat, een achterafstraatje omringd door braakliggend terrein, hermetisch gesloten. Van 16.00 tot 24.00 uur kan de Helmonder hier zijn dagelijkse joint halen. Aan het begin van de avond rijden auto’s af en aan. Dertigers, veertigers – vaak alleen – stappen uit, lopen naar binnen, bestellen wat en vertrekken weer. Zwijgzaam.

Vanavond staan er drie mensen achter de bar. Twee brede mannen – één met kaal hoofd en getatoeëerde armen, één met pet – en een wat oudere vrouw. Ze willen niet met naam in de krant, om elke link met Carpe Diem te vermijden. Die Vosmeer zal wel iets verkeerds gedaan hebben, zeggen ze. Er wordt toch niet zomaar een explosief naar binnen gegooid. En de burgemeester… tsja, die wordt ook niet voor niets bedreigd. De zaak wordt opgeblazen. Het is gewoon een uitzonderlijk probleem van één coffeeshophouder. „Politieagenten die zomaar door rood rijden. Dáár moeten jullie eens een stuk over schrijven.”

De coffeeshop is in Nederland een groot probleem geworden. Let wel, zegt criminoloog Fijnaut: „Negentig procent van ons drugsbeleid is al door de ons omringende landen overgenomen. Alleen de coffeeshop blijft bij de buren een steen des aanstoots.”

Hoe kom je af van het gedogen? De overheid zoekt de oplossing in een gesloten clubcircuit voor uitsluitend Nederlandse gebruikers. Een wietpas aan de voordeur, gecontroleerde, gelegaliseerde wietteelt aan de achterdeur. Zo beperk je de overlast en neem je de criminelen de wind uit de zeilen.

Dat was precies de bedoeling toen het gedoogbeleid in de jaren zeventig vorm kreeg, zegt Nicole Maalsté, socioloog en ‘coffeeshopspecialist’ van de Universiteit van Tilburg. Coffeeshops werden legaal zodat wietconsumenten niet in aanraking zouden komen met harddrugs. „Maar het beleid was niet af. Ook de achterdeur zou legaal worden. Dat is nooit gebeurd. En gedogen kun je niet 35 jaar volhouden.”

Het lijkt een typisch Nederlandse oplossing: nog meer regie. Maar kan een gecontroleerd clubcircuit met beperkte legale teelt nog een uitweg bieden? De situatie in Helmond geeft ook hierover te denken, zegt criminoloog Fijnaut. „Als je de achterdeur controleert, heb je nog steeds een hoop illegale kwekers. Gaan die de legale shops dan met handgranaten bestoken en met terreinwagens rammen? Achter die coffeeshops zit een gigantische wietproductie met een enorme criminaliteit. Het is gewoon keiharde commercie en export. De vraag is: beginnen die grote jongens dan een oorlog tegen de gelegaliseerde coffeeshops?”