Chinezen doen wat Italianen ooit deden

Robijnrood is de avondjurk van Michelle Obama, die het buitenlandnieuws in de twee belangrijkste kranten van Italië domineert. La Repubblica weet te melden dat de japon is gemaakt door de Britse stilist Alexander McQueen. De Corriere della Sera legt uit dat de kleur refereert aan het rood in de vlag van China. Net als in het binnenlands nieuws zijn het de details die het hem doen in de Italiaanse buitenlandverslaggeving.

Decorum behaagt de Italianen. Zo ook de foto in de Corriere della Sera van de stralende Obama’s. Ze flankeren de minzaam glimlachende Chinese president Hu Jintao, voor wie Michelle zich op haar mooist heeft uitgedost.

„Be careful what you wish for, you might just get it” – pas op met wat je wenst, want je zou het zo kunnen krijgen, luidt de eerste regel van het artikel in de Corriere della Sera. Volgens de krant hebben Amerikanen werkelijk alles uit de kast gehaald om hun belangrijkste rivalen, de Chinezen, te behagen.

Voor een Italiaan is deze ontzag afdwingende Amerikaanse overdaad begrijpelijk. Op het schiereiland is de angst voor China enorm. Niemand zal het publiekelijk erkennen, maar de Chinezen doen wat de Italianen in de jaren zestig en zeventig deden om de Amerikanen te slim af te zijn: kopiëren, belastingvrij produceren, en handig innoveren. Nu China deze truc toepast, treft dit de Italiaanse economie harder dan veel andere. En dus zijn de Italiaanse journalisten extra nieuwsgierig hoe de Amerikanen president Hu ontvangen.

Fijntjes merkt la Repubblica op dat journalisten niet welkom zijn tijdens het bezoek van Hu aan het Amerikaanse Congres. Een knieval voor de machtige handelspartner China, zo valt tussen de regels door te lezen. Het zal de Italianen – met een mediatycoon als premier – troosten dat ook in de machtigste democratie van de wereld de pers niet altijd even vrij is. „Tutto il mondo è paese”, zeggen ze hier als je te veel kritiek levert op de gang van zaken. „De wereld is een dorp”, ofwel iedereen heeft dezelfde ondeugden. Misschien, maar niet iedereen realiseert zich dat zo goed als de Italianen.

Ook Italië heeft haar Afghanistan-probleem. Donderdag trok de dood van opnieuw een Italiaan in Afghanistan veel aandacht. Berlusconi vroeg zich naar aanleiding van het voorval in het bijzijn van partijgenoten af of het werkelijk „de moeite waard is om nog langer in Afghanistan te blijven”. Later beklemtoonde minister van Defensie Ignazio La Russa dat de premier de inzet van Italië in Afghanistan had herbevestigd. Niemand gelooft meer echt in die missie. Iedereen is bang ermee te stoppen, omdat het een van de weinige manieren is waarop Italië nog respect weet af te dwingen bij Obama, die bij zijn aantreden door Berlusconi werd ,,gecomplimenteerd’’ vanwege zijn „bruine tint”.

Zuidwaarts turend over de Middellandse Zee berichtten de kranten deze week veel over de revolutie in Tunesië. Eén interview viel daarbij extra op. De bekende Egyptische schrijver Ala Al Aswani beklemtoonde in la Repubblica dat het nog lang niet is gedaan met de opstand: „Het stopt hier niet. De Arabische landen stromen over van woede”.

Aswani vreest dat de weg naar democratie in Noord-Afrika nog met veel bloed overspoeld zal worden. Een Italiaan kan zich daar niet veel bij voorstellen. Al zal hij als eerste de kleur van dat bloed in detail beschrijven. Robijnrood?

Bas Mesters