Blair betuigt spijt over slachtoffers Irak-oorlog

De Britse oud-premier Tony Blair heeft gisteren spijt betuigd over het verlies van levens na de inval in Irak in 2003. Hij zei verkeerd te zijn geïnterpreteerd toen hij vorig jaar verklaarde geen spijt te hebben van de oorlog.

Blair deed zijn uitspraken voor de Chilcot-commissie, die onderzoek doet naar de rol van het Verenigd Koninkrijk in de oorlog in Irak. Hamvraag is of de regering-Blair het parlement en de bevolking al dan niet bewust heeft voorgelogen. Veel Britten geloven dat ze zijn misleid, onder meer over de dreiging van Iraakse massavernietigingswapens.

Het was de tweede keer dat Blair moest getuigen. Er zouden tussen zijn eerste getuigenis en de verklaringen van andere betrokkenen tegenstrijdigheden zijn.

Het verhoor ging vooral over de betrouwbaarheid van de inlichtingen die Blair kreeg in aanloop naar de oorlog en het juridische advies. Blairs juridisch adviseur, Lord Goldsmith, zei vorige week voor de Chilcot-commissie dat hij had gewaarschuwd dat een inval in Irak zonder VN-resolutie illegaal zou zijn. Blair noemde dat advies „voorlopig”. Hij dacht dat Goldsmith nog van positie zou veranderen. „Ik maakte geen juridische beslissing, maar een politiek punt. Als er nog een schending [van de resolutie door Saddam] zou zijn, moesten we handelen.”

Hij zei dat hij zeker na de aanslagen van 11 september 2001 overtuigd was dat Saddam omver moest worden geworpen, maar dat hij de Amerikaanse president Bush geen „blanco cheque” had gegeven om dat doel te bereiken.

Aan het eind van het verhoor zei Blair „diepe spijt te hebben van het verlies van levens”. Op de publieke tribune, waar het tot dan toe stil was gebleven, schreeuwde iemand „te laat”. Enkele nabestaanden van Britse militairen verlieten de zaal. Buiten stonden demonstranten de premier op te wachten. De beslissing Irak binnen te vallen is de meest controversiële van zijn premierschap.