'Bij mij mag je lekker eten, en veel'

Tienduizenden Nederlanders vielen af met het dieet van dokter Frank. Na de hype werd het plotseling stil rond Frank van Berkum. Maar nu is hij terug met een nieuw boek. ‘Ik ben een echte man qua eten. Als het voor me staat, eet ik het op.’

Dokter Frank van Berkum (54) verbrandt al snel zo’n 350 calorieën extra per dag. De auto parkeert hij zo ver mogelijk van de deur. En natuurlijk neemt hij de trap naar de tweede verdieping in het ziekenhuis in Hengelo. Hij is daar internist en vasculair geneeskundige. Zit hij eindelijk, beweegt hij nog. Trommelende vingers, een schuddende voet, een mond die praat en praat. Bewegelijke mensen verbranden extra, dat staat in zijn eigen boek: ‘Gezond slank met Dokter Frank’. Er werden vorig jaar meer dan 250.000 exemplaren van verkocht, een half miljoen Nederlanders is aan het ‘DokterFranken’. Tien weken geen brood en aardappelen (koolhydraten), maar wél kaas, vlees en eieren (eiwitten). Dan gaat er per week een kilo af. De dokter werd een hype.

Met het succes kwam ook de kritiek. Dokter Frank was geen wetenschapper, dokter Frank verdiende flink aan de dikkerds, dokter Frank misbruikte zijn status als arts, het dieet was niet nieuw, het was ongezond. Het was heel vreemd, zegt Frank van Berkum. „Voor de zomer van 2010 was ik ineens moe. Zo verschrikkelijk moe.” Hij heeft toen alle afspraken afgezegd, zijn vakantie geannuleerd en het was een paar maanden stil rond hem.

Maar nu is dokter Frank back in town. Vandaag verschijnt zijn boek Gezond slank met Dokter Frank, deel 2 met daarin menu’s om na het afvallen op gewicht te blijven. Voor SBS6 begeleidt hij de kandidaten van het programma Afvallers XXL, hij staat weer wekelijks in de krant. Vastbesloten om opnieuw „getuigenis af te leggen” van zijn passie. Want daar is het hem om te doen. Zorgen dat dikke mensen afvallen. Hoe? Door minder te eten en iets meer te bewegen. Want iets minder dik betekent: veel gezonder. De dokter schrijft minder medicijnen voor en dat bespaart miljoenen. Hoe simpel kan het zijn?

Frank van Berkum zegt het maar van tevoren: geen gedoe over zijn kindertijd, in wat voor auto hij rijdt en in welk huis hij woont. Niet belangrijk. Het gaat niet om hém. Hij is alleen maar „een doktertje uit de provincie”. Die al dertig jaar elke dag zieke mensen op zijn spreekuur krijgt en behandelt. Tot hij zich ineens realiseerde dat al die mensen alleen maar zo ziek waren omdat ze zo dik zijn en dat hij dáár dus wat aan moest doen. Een man van 120 kilo met een buikomvang van 120 centimeter met suikerziekte? Hij hoeft maar een paar kilo te verliezen en hij hoeft geen medicijnen meer te gebruiken. Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking is dik tot obees. Als die allemaal afvallen – en dat hoeft helemaal niet veel te zijn – scheelt dat 20 tot 60 miljoen euro aan gezondheidszorg. Afvallen kan met elk dieet, dat weet Frank van Berkum ook wel. Voor zijn part doe je het met drie dieetrepen op een dag. Maar als je het wilt volhouden, zonder honger, met een bord vol echt eten, dan kies je zijn dieet. Zo simpel is het. Dacht Dokter Frank. Wat hem ontzettend is tegengevallen: dat niet iedereen zijn boodschap begreep. Sterker nog: dat zelfs collega-artsen en een hoogleraar voedingskunde hem aanvielen, ook al wisten ze heel goed dat hij geen onzin verkocht.

Waarom vielen dokters u aan?

„Eerlijk? Dokters hebben een hekel aan overgewicht.”

Want?

„Ze vinden wat veel mensen denken: mensen met overgewicht zijn slap en aan overgewicht is toch niks te doen. En ik zeg: er is wél wat aan te doen.”

En nu hebben dokters ook een hekel aan u?

„Heb je Frank weer met zijn dikkerds, met zijn receptenboekje, laat dat doktertje snel terug gaan naar zijn spreekkamer. Ja, ik neem het op voor mensen met overgewicht, ik steek tijd en moeite in hen. Ik ben gespecialiseerd in suikerziekte en hoge bloeddruk. Bijna alle mensen die dat hebben, zijn ook te zwaar. Ik had een patiënte met wie van alles mis was, hartinfarct, borstkanker, baarmoederhalskanker, galstenen, en ze had ook nog diabetes. Verschrikkelijk. Pas na tien jaar behandelen, dacht ik: had ik haar tien jaar geleden maar behandeld voor haar overgewicht. Nu behandelde ik alleen de aandoeningen. Dat doen alle artsen, ik óók. Hup, nog wat extra pillen, weer een paar eenheden insuline erbij. Insuline is een anabool hormoon, daar worden mensen nóg dikker van. Ik wil ontmedicaliseren. Zorgen dat mensen niet meer afhankelijk zijn van mij of mijn medicijnen door het kwaad bij de wortel aan te pakken. Maar zo denken is niet des dokters.”

Nee?

„Nee. Dokters maken zichzelf niet graag overbodig. En nog iets: het is not done dat een dokter tegen zijn patiënt zegt: u bent te dik, doe er wat aan. Ik durf het wel te zeggen. En ik heb een methode waarmee ik ze kan helpen. Wat goed is voor mijn patiënten, dacht ik, is vast ook goed voor heel veel andere mensen die te zwaar zijn.”

Frank van Berkum was al van plan eens wat recepten op papier te zetten voor zijn patiënten. Tot, toevallig, de hoofdredacteur van De Telegraaf van zijn behandeling hoorde. Ineens werd Frank van Berkum dokter Frank. Harry Mulisch ontmoeten op het Boekenbal, aan tafel zitten bij Pauw en Witteman. Dat waren de leuke kanten van het dokter Frank zijn.

Voor Van Berkum is overgewicht vooral een medisch probleem. Maar hij weet heel goed dat het óók cosmetisch is, genetisch, fysiologisch, psychisch. Hij pakt zijn iPhone. Foto’s van een patiënte die hij 155 kilo hielp afvallen. Nu weegt ze 100. „Zelfs haar kapsel is leuker, nu ze niet meer zo zwaar is.”

Is heel dik worden een vorm van zelfverminking?

„Soms kan eten een vorm van pathologisch gedrag zijn. Mensen gebruiken hun vet als een buffer tegen een vijandige omgeving, zoeken troost in voedsel. Hoeveel vaders en moeders leggen een snoepje op een geschaafde kinderknie? Doe het regelmatig en de relatie tussen eten en troost is gelegd.” Frank van Berkum heeft patiënten die ’s nachts de diepvries leegeten: bevroren blokjes spinazie, ingevroren rauwe karbonades – het gaat allemaal op. Mensen die smullen van de vetlaag op koud geworden suddervlees. Hij ziet dikke kinderen die nooit bewegen. Als allebei hun ouders dik zijn, hebben ze 90 procent kans dik te blijven.

Van een dieet alleen vallen ze toch niet af? Ze moeten toch ook bewegen?

„Als je op gewicht wilt blijven, moet je bewegen. Als je wilt afvallen, moet je op dieet. Als je tien kilo kwijt wil, verlies je er acht door een dieet, twee door beweging. Beweging is heel belangrijk, het verlaagt de kans op hart- en vaataandoeningen met 50 procent, daar kan geen pil tegenop. Maar ik moet mijn boodschap simpel houden. Dus hou ik het bij één verhaal: afvallen doe je door je eetpatroon te veranderen.”

Waarom moet de boodschap simpel zijn? Zo moeilijk is het toch niet: eet minder, beweeg meer?

„Overgewicht is het probleem van de lagere sociaal-economische klasse. Ik moet hapklare brokken opdienen. In Jip-en-Janneke taal. Dus niet: eet koolhydraten met een laag-glycemische index. Maar: laat tien weken alle koolhydraten even weg. En: eet 100 gram eiwitten per dag, want dan heb je geen hongergevoel. Dat kun je ridiculiseren, zoals een professor voedingskunde doet. Dan zeg ik: kom eens kijken in mijn spreekkamer. Ik zie dagelijks de mensen met zwaar overgewicht. Ik ken hun problemen. En ja, ik maak gebruik van de Telegraaf en SBS6. Daar zit namelijk mijn doelgroep.”

En tegen hen zegt u: leg de afstandsbediening in de hoek van de kamer. Loop rond als je mobiel belt?

„Dat wordt belachelijk gemaakt door de bewegingsmaffia. Lekker makkelijk om tegen een gezonde dertiger te zeggen ‘ga eens naar de sportschool’. Moet ik dat ook zeggen tegen een suikerpatiënt in een rolstoel? Een MS-patiënt die dik is door de prednison? Die man van 230 kilo? Lopend telefoneren, of zelfs maar staand, scheelt een aantal kilo’s per jaar.”

Het wordt elf uur. Twaalf uur. Half één. Frank van Berkum lijkt nog lang niet moe. En honger heeft hij blijkbaar ook niet. Het plastic zakje met boterhammen dat hij op zijn bureau legde toen hij binnenkwam, blijft onaangeroerd.

„De pech van een dokter is dat hij slecht nee kan zeggen. Als mij iets wordt gevraagd, doe ik het. Waar ik niet op had gerekend, is dat iedereen iets van me wilde toen ik ineens een hype werd. Restaurants wilden mijn naam op hun menukaart zetten, iedereen die een pil of poeders om af te slanken verkocht, wilde met me samenwerken, iemand wilde samen met mij onderbroeken met biokristallen tegen cellulitus verkopen. En daarbovenop kwam de kritiek. Waarom? Nee, mijn dieet is niet nieuw. Heb ik nooit gezegd. Ik heb geen trackrecord van studies naar obesitas, maar mijn dieet wordt wel wetenschappelijk onderbouwd. Ik heb meer geld dan ik kan opmaken, dus daar doe ik het niet voor. Ik was in 2009 net minder gaan werken om thuis meer op de trekker te gaan zitten.” Om zijn huis ligt een flinke lap grond. „Als het gras is gemaaid, verzin ik een klusje om toch op die machine te kunnen. Daar kom ik tot rust.”

Heeft u daarom Previtas, uw kliniek voor gewichtsmanagement, hier in het ziekenhuis, onlangs verkocht?

„De kliniek was van mij en het ziekenhuis samen. Toen het ziekenhuis er een paar jaar geleden mee wilde stoppen, heb ik er eigen geld in gestopt en ben doorgegaan. Maar ik ben geen manager. Er werken hier tien diëtisten, ik heb geen tijd om die te begeleiden. Dus heb ik Previtas verkocht aan Liv, een keten van diëtisten. Voor 1 euro. ”

Op de herdrukken van uw boek staat u niet meer afgebeeld in witte jas en stethoscoop. Ook onder druk van de kritiek?

„Ik wilde de kat niet op het spek binden. Maar ik heb er spijt van. Ik bepaal zelf wat ik draag. En mensen luisteren naar me juist omdat ik dokter ben, dus moet ik me zo profileren.”

Pas maar op, straks valt u er weer bij neer.

„Ik heb geleerd. Ik ben altijd wakker tussen twee en vier ’s nachts. Vroeger verstuurde ik dan mijn e-mails. Dat doe ik niet meer. Om elf uur gaat de laptop uit, ik ga vroeger naar bed. Ik zeg vaker nee.”

Let u ook goed op wat u eet?

„Ik heb een bijzonder eetpatroon. Was altijd al een slechte ontbijter, ik ben jaren geleden opgehouden met lunchen in de kantine. Te veel verleidingen. En het vreet tijd. Vaak eet ik pas om vier uur mijn eerste boterham, al lopend door het ziekenhuis. En dan nog pas als ik eraan herinnerd word.”

Het is nu half drie....

„Ah. Je hebt honger. Boterham? Ik heb er drie, is toch te veel voor mij.” Zijn vrouw zorgt er tegenwoordig voor dat hij wat te eten meeneemt. „Geen wit brood, geen bruin, want dat is gekleurd wit, geen meergranen, maar volkoren brood. Dat verbrandt langzamer.” Twee met ham, kaas en sla en één met wilde fazantenpaté en sla. Geen boter. Verrukkelijk. Tussen de happen door praat Van Berkum gewoon verder. „Ik ben een typische man.”

O ja?

„Ja. Mannen zijn externe eters. Ze eten als het hun wordt voorgeschoteld. Ik kwam erachter toen ik op een avond net gegeten had en een collega me belde. Ik was een receptie vergeten. Ik erheen. Schoof zo de rij in voor het koud buffet. Had ik in anderhalf uur tijd twee volledige maaltijden gegeten. Geen probleem. Vrouwen zijn vaker emo-eters, uit boosheid of stress. En je hebt de lijngerichte eters. Die zijn de hele dag met calorieën bezig. Eten ze één koekje, denken ze: nou is de dag toch al verpest. En dan eten ze vervolgens de hele trommel leeg. Ik ben drie jaar geleden voor het eerst zelf op dieet gegaan.”

Waarom?

„Ik ben 1.81 en woog 84 kilo. Ik had een buikomvang van 100 centimeter. Voor mannen is de grens 102 centimeter, voor vrouwen 88. Ik zat op een glijdende schaal.”

Welk dieet?

„Wat denk je? Er zijn een paar dingen heilig. Dat is m’n glas wijn, m’n bittere chocola en m’n nootjes. Een handjevol nootjes, zeg 100 gram bevat zo om en nabij de 700 calorieën. Dus substitueer ik. Ik eet die nootjes, maar laat ’s avonds de aardappeltjes weg. Weet je wat ik nou zo gek vind?”

Nou?

„Ik begrijp niet wat het evolutionaire voordeel is van de opslag van vet op onze buikorganen. We zijn van oudsher gebouwd op schaarste, op heel veel eten als het voorhanden is. En die extra calorieën slaan we op. Dat snap ik. Maar waarom op de buik? Waarom geeft de natuur ons daar een voorraadkast die, als je er te lang mee rondloopt, je dood wordt?” Hij legt zijn vingers om zijn pols. „Waarom heb ik dunne armen en benen, maar wél een buikje.”

Geen idee.

„Pas na twintig jaar dokter zijn, ben ik me gaan verdiepen in voeding. Ik heb twaalf jaar gestudeerd en hooguit twee uur college diëtiek gehad. Ik had altijd geleerd: vet is slecht, cholesterol gevaarlijk en melk moet. Tijdens mijn opleiding zette ik proefpersonen op een streng cholesterolarm dieet, waar zelfs m’n kat zijn neus nog voor op zou halen. Nu weten we dat niet alle vetten slecht zijn. Wat ik nog steeds niet weet, is waarom vet zo lekker is. In mijn studentenhuis aan de Haringvliet in Rotterdam kookte ik altijd. Dat was makkelijk scoren, zolang het maar niks kostte, veel en lekker pittig was. Als het eten minder lekker uitviel, deed ik de vettruc: klontje boter, bekertje room. Was het meteen op smaak.”

Daar word je dus dik van.

„Je wordt niet dik van één voedingsstof, je wordt dik van een voedingspatroon. Waar zit het minste calorieën in: roti kip, erwtensoep of pizza?”

Roti?

„Erwtensoep. Weet je wat zo geweldig is aan peulvruchten?”

Veel vezels?

„Ja, ook. Het best bewaarde geheim is dat erwten barsten van de eiwitten. Net zoveel als in biefstuk, maar dan plantaardig.”

Frank van Berkum de internist praat als een dokter. Dan heeft hij het over nutriënten, glycemische indexen en referentiewaarden. Frank van Berkum geeft raadsels. „Dat vinden mijn patiënten ook leuk.” Dus: hoe lang moet je wandelen om één saucijzenbroodje te verbranden? Een uur. Hoeveel kilo kom je per jaar aan als je er elke dag één eet, maar niet wandelt? Tien. Wat is een frikadel open been? Een opengesneden frikadel met daarin ketchup, mayonaise en uitjes. „Dat soort dingen eten mijn kinderen.”

Aan de muur hangt een papier met een grafiek. De Lower-index: lifestyle, overweight, energy, restriction. Vier lijnen geven de resultaten weer van vier verschillende diëten. Met het dieet van Dokter Frank vallen mensen het snelst af en blijven ze, als ze iets meer eiwitten blijven eten, beter op gewicht. In het tweede boek van Dokter Frank staan recepten om daarbij te helpen. „We hebben het nu nog slimmer gedaan. Onder de recepten staat wat je moet weglaten om toch af te vallen.”

Het afvaldieet bevat veel eieren, vlees, kaas. Van alles veel. Een mannendieet?

„Vrachtwagenchauffeurs en zakenlui zijn er gek op. Om een dieet vol te houden, moet je geen honger hebben. Een ei bij het ontbijt zorgt voor verzadiging. Mensen denken: een dieet moet ellendig zijn, een pil vies, anders werkt het niet. Onzin. Bij mij mag je lekker eten, en veel. Ik zit vaak mee te kijken op internetfora, dan lees je wat mensen niet in de spreekkamer zeggen. Na een paar weken klagen ze allemaal dat ze te veel moeten eten van mij. Waarom? Omdat ze weer kunnen luisteren naar hun verzadigingsniveau.”

Het is wel veel vet.

„Een gemiddelde Nederlander eet 100 gram vet per dag. Mijn dieet bevat 87 gram. Zegt het voedingscentrum dat het te veel is. Hoe dom kun je zijn? Of ze zeggen: het dokter-Frankdieet bevat onvoldoende calorieën. Ja, hè hè. Het is een afvaldieet. En ja, de menu’s om op gewicht te blijven bevatten iets minder calorieën dan gemiddeld, 1.800 calorieën. Mensen snaaien er toch naast, je weet hoe het gaat.

U bent nu gewapend tegen kritiek?

„Ik wijk niet voor jaloezie en achterklap. Ik wil mijn boodschap nog één keer brengen. Nu ik zelf voor het eerst van mijn leven een paar weken ziek ben geweest, ben ik een betere dokter geworden. Ik snap nu beter de onmacht van patiënten om grip te krijgen op hun leven, op hun gewicht. Jonge dokters houden van de kick van de diagnose. ‘Yes, een tumor op de lever.’ Ik kan dat niet meer. Ik heb hier onlangs mijn eerste dode gehad door overgewicht. Ze woog 220 kilo, ze heeft de dertig net niet gehaald. Ik wil dat het mensen goed gaat.”