Beleggen met een geurtje

Aandelen van producenten in kunstmest zijn niet zo ‘sexy’ als die van Google of Apple. Maar ze zitten nu wel in de lift door de hoge voedselprijzen. Terecht? Waakzaamheid blijft nodig.

Ze doen wellicht geen belletje rinkelen. En ze zijn ook niet zo sexy als de aandelen van Google of Apple. De bedrijven die erachter schuil gaan hebben zelfs een ‘geurtje’, want ze produceren kunstmest. Toch zit de beurskoers van Agrium, Mosaic, Potash en Terra al enkele maanden in de lift. De oorzaak? De fors gestegen prijzen voor landbouwgewassen.

In beleggersblaadjes viel er pakweg een jaar geleden nog niet veel te lezen over kalium, fosfaat of stikstof – de drie belangrijkste ingrediënten van plantenvoeding. Maar dit is nu snel aan het veranderen. Eerder deze week verscheen het bericht dat voedselreus Cargill zijn 65 procent-belang in de Canadese meststofverwerker Mosaic te gelde wil maken. De deal wordt geschat op 24 miljard dollar (omgerekend 18 miljard euro): dit is bijna vijf maal de jaaromzet van 2010.

Vorig jaar werd de sector ook opgeschrikt omdat het Brits-Australische mijnbouwconcern BHP Billiton zijn oog liet vallen op het Canadese Potash, mondiaal de grootste leverancier van kali met een marktaandeel van ruim een kwart. BHP had 40 miljard dollar (31 miljard euro) over voor zijn doelwit dat een jaaromzet draait van 3,7 miljard euro, maar ving uiteindelijk bot.

Zijn er een goede redenen voor die hoge waarderingen? Volgens beursanalisten wel. Ze wijzen op het directe verband tussen industrialisering en vleesconsumptie. De ‘economische revolutie’ in landen als China, India en Brazilië vijzelt niet alleen het inkomensniveau op van tientallen miljoenen middenklassers, maar ook hun appetijt voor vlees. Nu al eet de gemiddelde Chinese stedeling twee keer zoveel kippen- of varkensvlees als vijftien jaar geleden. Dit vereist meer voer – bijvoorbeeld maïs, gerst, rogge en tarwe – en dus grotere hoeveelheden kunstmest om de oogst van die gewassen op te drijven.

Vooral de vraag naar maïs is groot, een ingrediënt dat ook gebruikt wordt voor biobrandstoffen. De prijs van dit gewas steeg tot 6,5 dollar per bushel (28 kilogram), de hoogste piek in twee jaar. Voor de teelt van maïs is veel meer kunstmest nodig dan bij andere gewassen als tarwe, sojabonen of katoen het geval is. Analisten en grondstoffenhandelaars verwachten dat er dit voorjaar meer maïs ingezaaid zal worden, omdat boeren voor het gewas aantrekkelijke prijzen kunnen krijgen.

Dit zal de vraag naar kalium, fosfaat en stikstof aanzwengelen. De bodemvoorraden van kali en fosfaat zijn echter eindig, en er wordt voor schaarste gevreesd. Producenten van dergelijke nutriënten hebben daardoor een mogelijkheid om in de toekomst nog hogere prijzen voor meststoffen te bedingen. Er zijn slechts twaalf landen waar kalium in de vorm van zouten, vaak diep in de ondergrond, voorkomt. In centraal Canada ligt het op een diepte van circa duizend meter. Ook fosfaat is een delfstof. Voor meststoffen op basis van stikstof ligt dat anders, dat zijn producten die uit stikstofgas (uit de lucht) en aardgas worden gemaakt.

Dit moet als muziek in de oren klinken van beleggers die uit zijn op snelle koerswinsten. Net zoals kali zijn ook de voorraden winbaar fosfaat, een essentieel element van kunstmest, binnen afzienbare tijd uitgeput. Als de huidige trend zich doorzet kan dit al gebeuren na zeventig tot honderd jaar, schatten specialisten. „Er is geen alternatief voor fosfaat”, zei Wouter van der Weijden, voorzitter van de Stuurgroep Technology Assessment van het ministerie van Landbouw, onlangs in deze krant. „Twintig tot dertig miljoen ton fosfaat verdwijnt jaarlijks door erosie van landbouwgrond. Dat is meer dan we jaarlijks uit mijnen opdelven en in kunstmest verwerken. We hebben geen methode om dat fosfaat uit de oceanen terug te winnen.”

Maar of het ooit zover komt, is de vraag. Door de kredietcrisis en de heftige afkoeling van de economie zakte de wereldproductie van meststoffen in 2009 naar het laagste peil sinds 2003. Het gebruik van kali kromp met een vijfde, en in de VS zelfs met 40 procent. In volle recessietijd besloot een aantal boeren plots om de bemesting met kali en fosfaat uit te stellen. Bemesting met stikstof blijft altijd nodig, maar landbouwgewassen kunnen wel een jaartje zonder kalium en fosfaat.

De International Fertilizer Industry Association (IFA) in Parijs blijft er dan ook nuchter bij. De mondiale verkoop van kali groeide volgens haar in 2010 met 80 procent op jaarbasis en ook de fosfaatmarkt kende een sterk herstel. De volledige meststofproductie wereldwijd veerde vorig jaar zelfs op met 11 procent. Maar dit was een eenmalige inhaalslag en groeitrends uit het verleden – Potash spiegelt zijn beleggers een jaarlijks gemiddelde voor van 3,6 procent – kunnen niet zonder meer doorgetrokken worden.

Kortom, voor beleggers die een buitenkansje ruiken in kunstmest blijft het opletten geblazen.