Antidepressiepil tegen opvliegers

Elderly Woman Uses Ventilator to Cool Down picture-alliance

Een vrouw in de overgang die tien keer per dag een opvlieger heeft, merkt die er iets van als dat daalt naar gemiddeld 8,5?

De onderzoekers die een middel tegen depressies (een ssri) in de strijd gooiden tegen overgangsklachten denken van wel. Ze schreven afgelopen woensdag in het Journal of The American Medical Association dat 70 procent van de vrouwen die hun ssri slikten, tevreden waren. Tegenover 43 procent van de vrouwen die een neppil slikten.

Sinds de hormoonpillen om onveiligheid worden afgeraden, is er een speurtocht gaande naar alternatieve medicatie.

De ssri-onderzoekers moesten diep gaan om dat alternatief te bieden. Als belangrijkste uitkomst melden ze de frequentie en de ernst van de opvliegers vier en acht weken nadat de therapie was begonnen.

Verder lezen leert dat uitsluitend in die twee weken er een hard verschil was tussen placebo en ssri.

Maar in het register met klinische trials (clinicaltrials.gov) waarin vooraf wordt vastgelegd wat wordt gemeten staat echt niets over meten op week 4 en 8. Vandaar misschien dat de onderzoekers nog wat vriendelijke woorden wijden aan het effect van de placebo’s, van de doktersaandacht en van een opvliegersdagboek.

En wat ook voor de placebo pleit: na het experiment hadden de ex-ssri-sliksters binnen twee weken dezelfde klachten als de ex-placebosliksters. En dat waren minder klachten dan aan het begin van het experiment.