Angstige begeleiders proberen jongeren in de hand te houden

Op ’s Heeren Loo heerste een ‘angstcultuur’. „Als mensen geen gehoor krijgen bij de leiding, gaan ze uit angst hun cliënten ‘beheersen’.”

Ermelo, 22 jan. - Het is een soort dorp, de vestiging van instelling’s Heeren Loo waar de 18-jarige Brandon woont. Er is een school, een theehuis, tal van huisjes, een restaurant en een kerk. En er heerst een dorpscultuur.

„Je moet je realiseren dat er generaties van één familie binnen deze instelling werken”, vertelt voormalig directielid Lydia Helwig Nazarowa in 2007 in het blad Cupertino over levensbeschouwing in de zorg. „Er worden huwelijken gesloten tussen medewerkers. Om maar te zwijgen wat er binnen het werk komt te spelen als met elkaar getrouwde medewerkers gaan scheiden. Het is eigenlijk wreed. Want onze bewoners voelen dat. Ze voelen dat er iets spannends gebeurt.” Dit dorp ligt aan de rand van Ermelo.

Brandon, die een lichte verstandelijke handicap heeft en plotseling zeer agressief kan worden, woont sinds zijn twaalfde in deze instelling. Sinds twee jaar komt hij niet meer buiten en zit hij vast aan de muur als er iemand bij hem is. Dat is voor hem nu de beste oplossing, betoogden de instelling, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en zelfs staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten deze week in reactie op de publieke verontwaardiging over zijn leefomstandigheden.

De moeder van een medepatiënt, die anoniem wil blijven, kent de afdeling van Brandon uit de tijd dat hij nog af en toe ‘losliep’. Dan kwam ze weer eens met haar man op bezoek en dan was het personeel op de verdieping van haar dochter in geen velden of wegen te bekennen: een verzorger had op de alarmbel gedrukt en alle personeel rende naar Brandon. Om hem tegen de grond te werken.

De vraag is of het echt niet anders kan. „Het is mogelijk je personeel zo te ondersteunen dat het niet in zo’n negatieve spiraal terechtkomt”, zegt Hans Reinders, hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit. Hij was in 2007 betrokken bij onderzoek naar een geweldsincident op de afdeling van Brandon in Ermelo. „Als het personeel geen gehoor krijgt bij de leiding, gaan ze uit angst hun cliënten ‘beheersen’. Zeggen: ‘Als jij nu niet dit doet, doe ik dat’. En daar reageren die jongeren dan weer op.”

Ermelo is de oudste vestiging van ’s Heeren Loo, de grootste zorginstelling voor verstandelijk gehandicapten in Nederland. Aan het eind van de negentiende eeuw begon op landgoed ’s Heeren Loo de hulpverlening, aanvankelijk voor kinderen uit protestants-christelijke gezinnen. Tot niet eens zo heel lang geleden werden de directievergaderingen geopend met bijbellezing en gebed. „Toen ik hier kwam, ben ik met de kerkenraad gaan kennismaken”, vertelt Helwig Nazarowa in het interview in Cupertino. „Het bleek dat zij grote moeite hadden met mijn komst vanwege het ontbreken bij mij van een expliciete christelijke geloofsovertuiging.” Onderdeel van de filosofie is dat er geen cliënten worden geweigerd, hoe moeilijk ze ook zijn.

’s Heeren Loo groeide uit tot een landelijke instelling met 8.800 cliënten. Ongeveer zeshonderd van hen wonen in Ermelo. Op het beboste terrein wandelen ze, met begeleiding, door de laantjes. De gebouwen zijn oud, monumentaal en ruim. Af en toe klinkt er een kreet, sommige bewoners kunnen niet praten. Anderen kunnen zich goed uitdrukken en groeten onbekenden vriendelijk. Ze wijzen erop dat het mooi weer is vandaag.

In 2005 opent ’s Heeren Loo op dit terrein een afdeling, genaamd Klooster, voor jongeren met een lichte verstandelijke handicap én zeer problematisch gedrag door een psychiatrische stoornis. Zorgverzekeraars dringen erop aan, er is weinig opvang voor deze groep. Ook Brandon komt er te wonen.

Twee jaar later, half mei 2007, gebeurt op deze afdeling iets ernstigs. Een vrouw van 19 jaar wordt door een 16-jarige autistische medecliënt zo zwaar mishandeld dat ze acht weken in coma ligt. Het duurt bijna een uur tot het personeel de mishandeling opmerkt. De uitzendkracht die de vrouw vindt, belt niet 112 maar de huisarts. Ze loopt blijvend hersenletsel op.

Een externe commissie onderzoekt het incident en publiceert een vernietigend rapport. De afdeling Klooster heeft van meet af aan slecht gefunctioneerd. Er is niet nagedacht over de samenstelling van de groep en het gewenste leefklimaat. Er zijn te weinig deskundige medewerkers. Er is veel verloop en er wordt veel met uitzendkrachten gewerkt. De begeleiders zijn bang voor de jongeren en voornamelijk bezig de situatie onder controle te houden. Jongeren worden steeds vaker in de isoleercel gezet. Dat wordt niet geregistreerd en er is geen toezicht op, waarmee de wet wordt overtreden. De jongeren voelen zich onveilig. Het huis – waar Brandon nu nog woont – biedt geen privacy en is onoverzichtelijk, waardoor ze vaak buiten het bereik van de begeleiders zijn.

De commissie adviseert de afdeling te sluiten. Helwig Nazarowa biedt publiekelijk haar excuses aan. Ze had kort na haar aantreden in 2006 getracht orde op zaken te stellen op de afdeling door enkele managers te vervangen en cursussen aan te bieden aan het personeel. Wat ze er aantrof, noemt ze op een persconferentie „misselijkmakend”.

Helwig Nazarowa was de vijfde directeur-Midden-Nederland in vijf jaar tijd. Ze beschrijft in Cupertino de cultuur op haar nieuwe werkplek: „’s Heeren Loo in Ermelo is door de directiewisselingen sterk verschraald als het om de zorg zelf gaat. [...] Het was een normale zaak geworden om voor medewerkers die niet functioneerden ergens een baantje te zoeken of desnoods te maken. [...] Zo creëer je systemen van ‘niet meer gezien worden’, van onderwaardering. [...]” Helwig Nazarowa werkt inmiddels elders.

Uit het jaarverslag 2009 blijkt dat het ziekteverzuim onder het personeel in Ermelo nog relatief hoog is: 9 procent.

De zaak van de mishandelde 19-jarige vrouw kwam pas in de openbaarheid toen haar ouders de media benaderden. Sindsdien is er volgens belangenorganisatie Kansplus voor ouders van patiënten weinig verbeterd. De moeder van Brandon kwam terecht bij de Evangelische Omroep. De cultuur is minder open dan bij sommige soortgelijke instellingen, stelt Han Menne van Kansplus. „Ouders moeten soms naar de media stappen om gehoor te krijgen.” ’s Heeren Loo spreekt dit tegen. Volgens een woordvoerder worden alle klachten serieus onderzocht.

Hoogleraar Reinders ziet overeenkomsten tussen het geweld in 2007 en de situatie rond Brandon. Hij noemt de ‘angstcultuur’ onder het personeel. Neem het bezoek aan Brandon deze week van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten, zegt Reinders. Na een tijdje werd Brandons taalgebruik blijkbaar grof. Medewerkers beëindigden meteen het gesprek. „Dan denk ik, wat had je verwacht? Die jongen voelt dat iemand komt kijken hoe erg hij is. Daar antwoordt hij op.”

Voorzitter Paul de la Chambre van de raad van bestuur van ’s Heeren Loo zegt in een schriftelijke reactie zich niet in de term ‘angstcultuur’ te herkennen. Sinds het incident in 2007 is er volgens hem veel verbeterd. De instelling is nu ‘gecertificeerd’ en de Inspectie voor de Gezondheidszorg staat achter het beleid. „De begeleiding van mensen met een complexe begeleidingsproblematiek is zwaar voor medewerkers”, aldus De la Chambre. „Wij bieden hen daarom individuele coaching en organiseren intervisie. Wij maken bespreekbaar als mensen het werk soms te zwaar vinden en gaan met hen op zoek naar ondersteuning.”