Alsof het niet om macht zou gaan

Sommige zinnen krijg je niet uit je hoofd. Afgelopen week, uit de verzamelde brieven van Saul Bellow: „We may not be strong enough to live in the present.” Bellow schreef dat in 1952, midden in een tirade tegen het geklaag van critici over de staat van de literatuur, maar het is een zin met verbazingwekkend veel resonans. Ook nu is het heden te dwingend, te dreigend: links en rechts wordt weggekeken en nostalgisch gedroomd; er wordt versimpeld, feiten worden ontkend of weggemoffeld. Er is een dierenpolitie en een boerkaverbod. Er komt een nieuwe missie in Afghanistan aan. De formulering van Bellow geeft begripvol pathos aan het onvermogen.

Sinds twee dagen heeft dat schurende zinnetje in mijn hoofd sterke concurrentie gekregen. Uri Rosenthal:

„Het is in zekere zin wachten tot de kust weer veilig is.”

Dat was de reactie van de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken op de onthullingen in de duizenden uitgelekte ambtsberichten die vanuit de Amerikaanse ambassade naar Washington werden gestuurd. Ik ben er nog niet helemaal uit of die zin, die hij uitsprak in een interview voor deze krant, werd ingegeven door eerlijkheid of door Freud – ik gok op het laatste. Hij zal bedoeld hebben: tot het stof is neergedaald. Het is dus een onthullende zin. Er spreekt een mentaliteit uit.

De uitgelekte stukken hebben de wereld van de hoge ambtenaren en diplomaten op zijn kop gezet. Het is de bedoeling dat hun werk zich ongezien achter de schermen afspeelt, dat heet diplomatie – en nu hun meninkjes en opzetjes en spelletjes in het volle licht van de openbaarheid worden getoond, moeten ze het gevoel hebben of ze naakt door de straten worden gejaagd. Een kijkje in de keuken, een pikante onthulling, dat is iets voor je memoires veertig jaar na dato, of voor nog later, wanneer de archieven opengaan.

Wat gelekte berichten ‘onthullen’ is een waarheid als een koe: dat politiek een machtspel is, een uitruil van belangen, en heel vaak ook een schimmig spel dat gespeeld wordt door mensen die volledig opgaan met de byzantijnse intriges van hun eigen kleine wereld, waarbij het algemeen belang niet meer dan een voorwendsel is. Dat wisten we allang – het enige vreemde is dat we blijven doen alsof we het niet wisten. Krijg nou wat, het gaat in de politiek om macht!

Minister-president Rutte houdt vol dat de voorgenomen trainingsmissie van politie in Afghanistan een effectief weermiddel is tegen het ‘internationale terrorisme’, maar wie de reportage gezien heeft die Arnold Karskens voor EenVandaag maakte, weet dat het onzin is; de arme, analfabete Afghanen die door Nederlander geleerd wordt te marcheren en te schieten, zullen verzwolgen worden door de chaos die losbreekt zodra de buitenlandse troepen vertrokken zijn. Het is zelfs niet denkbeeldig dat de missie averechts zal uitpakken en het terrorisme, lokaal of internationaal, zal bevorderen: de wapenkennis van de kersverse paramilitaire politiemannen kan binnenkort net zo goed in dienst van de Talibaan worden gesteld. Afghanistan heeft wat dat betreft een geschiedenis: we hebben er Bin Laden aan te danken.

Iedereen weet dat die voorgenomen missie andere belangen dient, die niets met Afghanistan en alles met de internationale politiek te maken hebben – maar dat mag niet gezegd worden. Ons wordt opnieuw een beeld voorgeschoteld van verlicht opbouwwerk, van stoere Hollanders die uit pure welwillendheid verloren mensen in een vreemd land een eind op weg helpen, waar we – geheel volgens de tijdgeest – ook nog wat voor terugkrijgen, want als de boel daar op orde is, komen ze hier de boel niet opblazen.

Dat is het ergerlijke: alles aan de politiek is sentimenteel geworden. Machtspolitiek is niet te verkopen, over alles moet een idealistisch sausje gegoten worden. Naar buiten toe wordt het ideaal uitgedragen, inspelend op de wensen en preoccupaties van het grote publiek. Binnen eigen kring wordt het realisme gehuldigd – of wat daar voor doorgaat. Dat hebben de WikiLeaks-documenten fraai blootgelegd. Alleen wisten we het allang – of hadden we het moeten weten.

„Het is in zekere zin wachten tot de kust weer veilig is.” Alles aan die zin ademt de mentaliteit van de Hollandse politieke ambtenarij: rustig blijven zitten tot het overwaait; daarna gaan we gewoon weer onze gang. Yes, Minister in de polder, esprit de corps als afweermechanisme. Natuurlijk zijn de machinaties van Hollandse topambtenaren om Wouter Bos onder druk te zetten niet door verdwaasd Amerikaans ambassadepersoneel verzonnen; natuurlijk werden die ambtenaren aangestuurd door Maxime Verhagen, onze eigen Prince of Darkness, met instemming van Balkenende. Het zal alleen moeilijk zijn het te bewijzen. En tegen de tijd dat het bewezen is, hoopt men, is niemand er meer in geïnteresseerd.

Van Bos zelf valt weinig te vrezen; het interview met hem dat twee weken geleden in deze krant verscheen, liet het pijnlijke beeld zien van een man die altijd meer met zichzelf bezig is geweest dan met politiek. Iemand zou daar eens een studie van moeten maken: hoe politici van links veel meer worden gedreven door publieke ijdelheid, met hun hang naar publieke manifestaties en podiumacties, met hun snelle, dunne boekjes, ontelbare optredens in praatshows op televisie, geklets over de lasten van de werkdruk voor het gezinsleven en vaderdagen en heel veel loos getwitter, terwijl rechts zich veel meer thuis voelt in de gangen van de macht, waar het echte politieke spel gespeeld wordt. Het moet de reden zijn dat links het spel om de macht zo vaak verliest.

De verwachting die in het zinnetje van Rosenthal besloten ligt, zal waarschijnlijk wel uitkomen. De ontzetting over de onthullingen van WikiLeaks heeft iets modieus; de commentatoren die met WikiLeaks ook meteen een nieuw tijdperk van afgedwongen transparantie afkondigen, lijken me hopeloze wensdenkers. Men zal niet opener worden, alleen nog maar meer geheim willen houden. Dat er in de internationale politiek schaamteloos gemanipuleerd wordt, is geen nieuws. Dat er gesjoemeld werd met rapporten en cijfers om een inval in Irak te rechtvaardigen, was op het moment zelf al min of meer bekend – en toch heeft die kennis niets uitgehaald. De wereld is wat hij is: politiek zonder achterkamertjes bestaat niet, diplomatie gedijt op het achterhouden van informatie. De topambtenaren van Rosenthal beseffen dat beter dan de opgewonden aanhangers van Assange. Ze wachten gewoon tot de kust weer veilig is.