Zij zitten er voorlopig nog wel even

De Bondsdag debatteert vandaag over voortzetting van de militaire missie in de Afghaanse provincie Kunduz.

Minister Zu Gutenberg wil pas vertrekken als het veilig is.

Een tafereel in Mazar-e-Sharif, in een Duits legerkamp in Noord-Afghanistan. Ontspannen staat de minister van Defensie, de jonge aristocraat Karl-Theodor zu Guttenberg, tussen mannelijke en opvallend veel vrouwelijke soldaten.

De informeel geklede bewindsman drinkt koffie, de militairen dringen zich aan hem op. Hij is razend populair. Het is niet de eerste keer dat hij hier is.

Eigenhandig is hij erin geslaagd om de weinig geliefde en omstreden missie bevattelijk te maken voor de Duitsers. Het werk van de Duitse soldaten wordt nu gerespecteerd.

Duitsland is negen jaar in Afghanistan. Sinds begin 2002 is de Bondsrepubliek er militair actief, met een troepenmacht die op dit moment ruim boven de vierduizend man ligt. In Afghanistan heerst „oorlog”, zoals Zu Guttenberg het als eerste Duitse politicus noemde.

Waarmee hij niet alleen een taboe doorbrak, maar ook een belangrijke en niet eerder gevoerde publieksdiscussie opende. Waarom is Duitsland in Afghanistan en wat doen de Duitse soldaten daar?

Bij zijn aantreden in het najaar van 2009 kreeg Zu Guttenberg meteen te maken met de naweeën van een vernietigende aanval onder Duits bevel, die in Kunduz (Noord-Afghanistan) veel burgerslachtoffers had gemaakt. En hij ontdekte in wat voor verkalkte, hopeloos ouderwetse defensiestructuur hij in Berlijn terecht was gekomen.

Beide zaken heeft de minister met flair en politieke druk naar z’n hand weten te zetten. Dat komt hem van pas nu de Bondsdag het mandaat voor de aanwezigheid van Duitse militairen in Kunduz met een jaar moet verlengen. Met als nieuwe ontwikkelingen dat in 2011 een begin moet worden gemaakt met troepenterugtrekking en dat Nederlandse militairen wellicht onder Duitse hoede komen.

Vandaag debatteert de Bondsdag over een verlenging van het mandaat. Het kabinet van bondskanselier Angela Merkel nam vorige week het besluit om in Afghanistan nog een jaar bij te tekenen. Maar het parlement beslist. De Bondsdagafgevaardigden weten dat de missie niet geliefd is. Een meerderheid van de Duitsers ziet de Bundeswehr liever vandaag dan morgen uit Afghanistan weggaan.

De regeringspartijen en grote delen van de oppositie zijn echter van mening dat Duitsland uit veiligheidsoverwegingen en om bondgenootschappelijke redenen het land niet zomaar kan verlaten. Zu Guttenberg heeft er de afgelopen tijd alles aan gedaan om duidelijk te maken dat een abrupt vertrek uitgesloten is. En dat gefaseerde troepenterugtrekking wat de Duitse regering betreft alleen gebeurt als de veiligheidssituatie het toelaat. Sociaal-democraat en (mede-)oppositieleider Sigmar Gabriel was begin deze week in Afghanistan om zich een oordeel te vormen over de toestand.

In de ontwerptekst voor het nieuwe mandaat staat dat een vertrek van Duitse militairen eind 2011 begint en in 2014 moet zijn afgerond. Als de Bondsdag na een ongetwijfeld verhit debat eind volgende week het mandaat verlengt – de kans dat dit niet gebeurt is miniem – dan wordt weliswaar een vertrekdatum genoemd, maar wel voorwaardelijk. Duitsland begint eind dit jaar met troepenreductie, maar alleen als het rustig is in Kunduz en omgeving.

Voorlopig wordt het er alleen maar onrustiger. Generaal-majoor Hans-Werner Fritz, regionaal commandant voor Noord-Afghanistan, houdt de komende tijd rekening met „harde gevechten” en waarschuwt ervoor dat het allemaal nog erger kan worden dan tot nu toe. Zu Guttenberg zegt het iets onderkoelder: „2011 zal een zeer intensief jaar worden.”

Nieuw in 2011 kan ook zijn dat de Duitsers in hun sector mogelijk te maken krijgen met de ruim vijfhonderd Nederlandse politieagenten en militairen die – als de Tweede Kamer het goedkeurt – voor opleidingswerk naar Kunduz gaan. Voor hun veiligheid zouden de Nederlanders kunnen terugvallen op de zogeheten ‘snelle reactiemacht’ van de Duitsers, die de militaire leiding in deze streek hebben.

Het Nederlandse kabinet schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat met Duitsland „grondige afspraken” zijn gemaakt. Hoe grondig precies, daarover wil men in Berlijn nu nog geen uitspraken doen. „Eerst moet het Nederlandse parlement een beslissing nemen.” Als het doorgaat, mogen de Nederlandse agenten en militairen dus schuilen onder de Duitse veiligheidsparaplu. Wat de vraag oproept hoe sterk de Duitsers operationeel zijn. Tot de komst van Karl-Theodor zu Guttenberg was er wel iets aan te merken op de kwaliteit van de Duitse inzet en vooral op het materieel waarmee de Bundeswehr moest werken. Maar dat is in korte tijd drastisch veranderd. Er zijn pantservoertuigen bijgekomen, zwaardere wapens en betere verkenningsmiddelen.

Maar Duitsers zijn geen Amerikanen. De Duitse vechtlust is beperkt, het mandaat is door de Bondsdag aan duidelijke grenzen gebonden en zowel de politiek als de Duitse bevolking houdt het handelen van de manschappen nauwkeurig in de gaten. Het kan dan oorlog zijn in Afghanistan, de Duitse soldaten mogen de strijd niet zoeken. Ze worden geacht aan vrede en veiligheid te werken.