Zand en zee als stofdessin

Veertig jarig jubileum voor het International Film Festival Rotterdam

Augustí Villaronga is er te spreken over zijn demonen, de Russen blijken ook Westerns te hebben gemaakt, wat is wuxia precies en wat hebben modeontwerpers met film? Vier programma-onderdelen op IFFR uitgelicht.

Agnès b. (geboren in 1941 als Agnès Troublé) is bekend van haar gelijknamige modehuis. Maar ze is ook filmmaker. Van Les petites sorcières (de heksjes), bijvoorbeeld, een korte film waarin vier meisjes heksen in haar tuin. De film uit 2000 gebruikte ze in haar winkels en wordt nu getoond op het Rotterdamse filmfestival.

Voor een installatie die ze ‘Quelques films’ noemde, selecteerde agnès b. nog vier films, die voor het eerst te zien zijn. Aurore, bijvoorbeeld, een gesprek met haar dochter. En La Pierre ou la vie (de steen of het leven) waarin je een steen op het strand ziet liggen, omspoeld door de zee. Je ziet onmiddellijk wat de ontwerper moet hebben aangetrokken: de patronen in het natte zand, van stipjes en halve maantjes, de wit schuimende zee, het strand dat nu eens beige is, dan rood, dan bruin – het is een kleine stap naar stofdessins.

Voor het filmfestival maakte agnès b. bovendien iets nieuws, een videodagboek, Une sorte de journal de vidéo, waarin ze twintig jaar filmarchief verwerkte – beelden van mensen die ze ontmoette en plaatsen die ze bezocht.

agnès b. heeft de kracht van film al lang ontdekt. Maar tegenwoordig wordt in de modewereld steeds vaker gebruikgemaakt van film, zegt programmeur Inge de Leeuw van het filmfestivalonderdeel ‘Out of Fashion’. „Grote merken gebruiken film omdat het een goed promotiemiddel is, zoals First Spring, van Yang Fudong voor Prada. Jonge ontwerpers, die geen geld hebben voor een show, gebruiken films op internet om bekend te worden. YouTube als winkeletalage.”

Ze noemt het Nederlandse dameslabel fORS, dat in juli vorig jaar zijn debuutcollectie ‘Différance’ lanceerde met een videopresentatie. Veel huidkleurige, strakke kleding met opvallende zwarte accenten.

Het filmfestival vroeg modestudenten en jonge ontwerpers, waaronder fORS, om zo’n film in te sturen. Niet een registratie van hun show, maar de ideeën achter hun ontwerpen. Vijftig inzendingen kwamen er, waarvan 21 op de shortlist belandden. Een jury kiest hieruit de beste, die 30 januari worden vertoond.

Modeontwerpers zijn zelf ook een aantrekkelijk filmonderwerp. In Rotterdam is Hedi who… te zien, een korte film over de herenmodeontwerper van Dior, de Belg Kris van Assche (1976). Hij volgde in 2007 de populaire Hedi Slimane op, vandaar de titel. Je ziet Van Assche tijdens een show, met gespannen gezicht. Hij legt zijn dilemma uit: hij heeft alle mogelijkheden die een groot modehuis biedt, maar ook de druk die de erfenis van Dior op hem legt. „De spanning is groot, want ik wil echt mijn boodschap overbrengen.”

Met modeontwerpers die voor film werken is de cirkel rond. De Amerikaanse zussen Kate en Laura Mulleavy, die samen Rodarte vormen, ontwierpen de kostuums voor Darren Aronofsky’s Black Swan, over een ballerina (Natalie Portman) onder extreme druk. Rodarte laat Portman schitteren in een korte zwarte zwanenjurk en met geraffineerde make-up op ogen en armen. De originele schetsen van de kleding worden in Rotterdam getoond, net als Black Swan, voorafgegaan door de korte film Aanteni, die het designduo zelf maakte. Zij ook al.