Vrije rocktroubadour

Luc de Vos. 20/1 Paradiso Amsterdam. Herhaling 21/1 Effenaar, Eindhoven ****

Er mag gezopen worden bij zijn soloconcerten, liefst door hemzelf. Zanger Luc de Vos van de Vlaamse groep Gorki is een Bourgondische rocker, die tijdens zijn optreden brutaal vraagt om een fles champagne en die nog krijgt ook. Veel van zijn liedjes gaan over zijn leven als nietsnut, bevangen door drank en drugs en omringd door vage vrienden als de luilak Rocky of de mythische Surfer Billy: half loser, half superheld.

Maar een sukkel is hij allerminst. Vos, zoals hij zichzelf noemt, schrijft scherpe columns en bitterzoete songteksten vol zelfspot en wrange observaties. In afwachting van een nieuw Gorki-album in april onderneemt hij een solotour waarbij hij kan putten uit een imposante liedjesvoorraad, met ijzersterke oneliners als „Zij breit een trui, in haar ondergoed”. Je zou het er koud van krijgen, van zo’n goede openingszin. Vos kreeg Paradiso er meteen stil mee en verheugde zich over de rustige zaal die naar zijn melancholische liedjes met kale gitaarbegeleiding luisterde .

Behalve hits en flops van zijn band speelde hij een klungelige drumsolo van dertig seconden en zong hij een gedicht van Willem Elsschot: „’k Heb in mijnen jeugd gelijk een beest gezopen”. Luc de Vos is een vrijgevochten troubadour zoals er na Cornelis Vreeswijk maar weinig zijn opgestaan in het Nederlands taalgebied. Hij eindigde met een tegeltjeswijsheid voor iedereen die de rockpoëzie omarmt : „Sterren komen, sterren gaan. Alleen Elvis blijft bestaan.”