Veel excuses, maar nog weinig zicht op oplossingen

De topmannen van NS en ProRail werden gisteren door de Kamer gehoord over de problemen op het spoor. De samenwerking moet beter, maar over veel zaken bleven ze het oneens.

den haag, 21 jan. - Over één ding waren NS-directeur Bert Meerstadt en ProRail-topman Bert Klerk het in elk geval eens: uitgebreid excuses aanbieden, onder toeziend oog van kritische Kamerleden en massaal toegestroomde media, dat kon geen kwaad. En dus liet Klerk gisteren tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer weten „een treurige president-directeur van ProRail” te zijn. „Voor het tweede achtereenvolgende jaar moeten we het hoofd buigen voor de reiziger.” En Meerstadt zei „de machteloosheid” van zijn klanten te begrijpen. „Op zo’n moment is ons product niet goed genoeg.”

Maar daarmee hield de overeenstemming tussen beide topmannen wel op, bleek tijdens de hoorzitting die gewijd was aan de problemen op het spoor in december. Door de winterse omstandigheden lag het treinverkeer een paar dagen bijna helemaal stil.

Gebroederlijk zaten Meerstadt en Klerk gisteren naast elkaar, ze hadden geen kwaad woord voor elkaar over. En ja, zeiden ze, de samenwerking tussen ProRail en NS moet beter.

Maar veel verder dan die algemene constatering kwamen ze niet. Zodra Kamerleden naar praktische oplossingen vroegen, bleef van die eensgezindheid weinig over. Want over veel zaken zijn Klerk en Meerstadt het niet eens. Zo pleitte Klerk opnieuw voor minder wissels. „We hebben een buitengewoon fijnmazig systeem. Dat maakt het complex.” Maar minder wissels betekent een minder uitgebreide dienstregeling en vaker overstappen, en dat wil Meerstadt niet.

Of neem de reizigersinformatie. Beide directeuren willen dat die in één hand komt, maar ze willen zélf graag die hand zijn. Meerstadt: „Wij hebben het meeste contact met de reiziger.” Klerk: „Wij beschikken over alle data. Er zijn dertig verschillende vervoerders op het spoor.” Juist de slechte informatievoorziening zorgde vorige maand voor veel kritiek. Reizigers strandden op stations en keken naar lege informatieborden. NS-medewerkers op het perron hadden ook geen informatie.

Ook over het onlangs opgerichte eigen weerbureau verschilde de meningen. Klerk was redelijk tevreden, terwijl Meerstadt klaagde dat de hoeveelheid sneeuw verkeerd was voorspeld. En de gevoelige discussie of NS-medewerkers op vaste trajecten moeten rijden (ProRail: ja, NS: nee) werd zoveel mogelijk vermeden.

Maar beide bedrijven samenvoegen om de problemen op te lossen – zoals de SP graag wil – zag haast niemand van de genodigden zitten. Meerstadt waarschuwde dat dat „een trauma van jaren gaat opleveren.” Volgens universitair docent Wijnand Veeneman van de TU Delft lost een fusie het probleem niet op: „Dat is niks meer dan een Superbert boven de twee andere ‘Berten’ plaatsen. Maar het probleem ligt op de werkvloer.”

Zo bleef betere samenwerking niet meer dan een leeg begrip. VVD-Kamerlid Charlie Aptroot had er weinig vertrouwen in. Hij sprak van een déjà vu-gevoel: „Elke keer hebben we een bak problemen, excuses, en daarna weer een berg goede voornemens.” SP-Kamerlid Farshad Bashir: „Ik heb veel mooie woorden gehoord maar daar heeft de treinreiziger niets aan als er geen concrete maatregelen tegenover staan.”

Maar beide topmannen geloven er in, verzekerden ze de Kamer. Meerstadt: „Er is nooit een onderwerp geweest waar wij het samen uiteindelijk niet over eens zijn geworden.”