Van Bach en Brahms naar blues, Björk en Led Zeppelin

Alex Ross: Listen to This. Farrar, Strauss and Giroux, 365 blz, € 24,25

Noem Alex Ross liever geen recensent van klassieke muziek. Hoewel hij al sinds 1996 verbonden is aan The New Yorker, en daarbij vooral klassiek geschoolde musici en componisten volgt, heeft Ross aan de term ‘klassiek’ een grondige hekel. ‘Het houdt een nog immer levende kunst gevangen in een pretpark van het verleden’, aldus Ross in zijn nieuwste boek Listen to This, dat in feite een bundeling is van eerder verschenen essays in The New Yorker over – inderdaad – springlevende muziek.

De bundeling is een logisch vervolg op het wereldwijde succes van Ross’ eerste boek, The Rest is Noise. In dit ambitieuze werk uit 2007 (besproken in Boeken, 25.01.08) schetst hij het verloop van de 20ste eeuw, gezien door de ogen en noten van componisten. Hoewel Ross weinig nieuwe conclusies trekt, weet hij de muziekgeschiedenis op verfrissende wijze los te weken van de analytische benadering. Klassieke muziek is voor hem geen naar binnen gekeerd genre, maar staat midden in het woeden der gehele wereld. Zo krijgen ook minder revolutionaire, maar wel populaire en politiek bewuste componisten als Britten en Sibelius een prominente plek naast de geijkte avant-gardisten als Schönberg en Boulez. Ross schrijft bovendien aantrekkelijk proza dat ook niet-specialisten aanspreekt.

Ook Listen to This is een typisch Ross-boek. Grenzen worden beslecht, hokjes afgebroken. Meer dan in The Rest is Noise wordt aandacht besteed aan genres als pop en rock. Bob Dylan prijkt naast Brahms; in een groot essay over de zich eindeloos herhalende ‘lamento-bas’ trekt Ross een lange lijn van 17de-eeuws Spanje via Bach naar de blues en Led Zeppelin. ‘Het was aan Led Zeppelin, de Behemoth onder de rockbands van de jaren zeventig, om de rock van de barok te vervolmaken.’ De dalende bas gaf Bachs ‘Chaconne voor vioolsolo’ monumentaal gestalte; in live-optredens werd ‘Dazed And Confused’ door Led Zeppelin middels een vergelijkbaar basmotief soms een half uur lang herhaald en gevarieerd.

Een onbevreesd vogelperspectief, dat doet denken aan Duke Ellingtons beroemde uitspraak: er zijn maar twee soorten muziek, goede muziek en al het andere. In een zestiental portretten ruilt Ross die brede blik vervolgens in voor een intieme benadering. Welke invloed hebben een specifieke persoonlijkheid en diens omgeving op abstracte muzieknoten? In gebundelde vorm ontstaat dan alsnog een overkoepelend mozaïek.

Natuurlijk is zijn aanpak daarbij Amerikaans georiënteerd; orkesten, artiesten en concertzalen in de VS domineren zijn werkterrein. Maar de nieuwsgierige open blik overheerst. Ross onderzoekt ook de huidige muziekcultuur in Peking (klassiek én underground), kampeert met componist John Luther Adams in Alaska en volgt Björk gefascineerd door IJsland en Brazilië.

En welke criticus plaatst nu het volledige oeuvre van Mozart op zijn iPod, om die 9,7 GB aan muziek vervolgens drie maanden lang in chronologische volgorde te beluisteren in een poging Mozarts ontwikkeling te doorgronden?

Ross’ belangrijkste verdienste is dat hij je steeds weer het bevel van zijn boektitel doet opvolgen. Ondergetekende heeft dankzij Ross’ enthousiasme de muziek van Björk herontdekt. Een beeldspraak als ‘elk akkoord heeft een lobotomie ondergaan door de chirurgische verwijdering van een essentiële noot’ maakt dat je Schuberts Der Doppelgänger nog eens goed beluistert.