Tunesië heft verbod op politieke partijen op

Politieke gevangenen krijgen amnestie. Protesten houden aan.

De Tunesische interim-regering heeft gisteren in de ministerraad besloten het verbod op verschillende politieke partijen op te heffen en amnestie te verlenen aan politieke gevangenen. Onderwijsminister en oppositieleider Ahmed Ibrahim sprak van een „historische dag”. Hij benadrukte dat de amnestie ook geldt voor mensen die gevangen zitten omdat zij lid zijn van de verboden moslimbeweging Ennahda.

Eerder op de dag zegden de ministers van regeringspartij RCD hun lidmaatschap van de partij op. Wel blijven zij aan als minister. De ministers proberen zich zo te distantiëren van de partij van de gevluchte president Ben Ali. Eerder deze week zegden interim-president Mebazza en premier Ghannouchi hun lidmaatschap ook op.

In de hoofdstad Tunis hielden duizenden demonstranten een grote protestactie bij het hoofdkantoor van de RCD. Ook in andere steden gingen gisteren duizenden mensen de straat op om te demonstreren. Zij zijn woedend omdat veel leden van het oude regime zijn aangebleven in de nieuwe regering.

De autoriteiten in Tunesië hebben 33 leden van de familie van Ben Ali gearresteerd. De corruptie en opzichtige rijkdom van de (schoon)familie van Ben Ali waren mikpunt van de woede van de betogers wier protesten tot de val van de president leidden. (Reuters, AP, AFP)