tijdschrift

De waarde van een blad als De Parelduiker laat zich misschien nog het best vergelijken met dat van een schrijversbiografie. De verhalen over het literaire verleden die je in het tijdschrift aantreft, zouden, net als in het geval van een schrijversbiografie, iets moeten verklaren over het werk van de letterkundige die centraal staat. De Parelduiker slaagt hier vaak in. Zo bracht het vorig jaar in één van de nummers het verhaal ‘Wie was Hans Boslowits’, waarmee een interessant inkijkje werd geboden in de familie waar Gerard Reve zich bij het schrijven van zijn bekende novelle uit 1950 door liet inspireren.

De Parelduiker vreest den modder niet, dat staat allang buiten kijf, maar zit de modder altijd zo vol parels? Kees Lekkerkerker wordt op het omslag van het laatste nummer aangekondigd als ‘de schatbewaarder van Slauerhoff’. Zo’n kwalificatie doet de bibliofiel likken aan duim en wijsvinger, om maar zo snel mogelijk naar de bladzijdes te bladeren waar je over deze, overigens keurig in het pak gestoken, heer kunt lezen. Je stelt je er bij voor dat een bij De Parelduiker in dienst zijnde letterenvorser ergens diep in de modder deze Lekkerkerker beroofd heeft van een grote kist met verloren gewaande manuscripten van Slauerhoff. Zoiets.

Helaas blijkt Lekkerkerker maar een klerk te zijn geweest. Een hardwerkende klerk die nauwgezet het oeuvre van Slauerhoff bezorgde, dat wel, maar helaas niet iemand over wie nu zo veel te vertellen valt. De man werd geboren, werkte, nam ontslag, verhuisde, hield van boeken en had een hekel aan de academici met wie hij als autodidact moest werken.

Het in een ander stuk belichten van de ‘zaak’-Aafjes versus Lucebert (die als een SS’er de poëzie binnengemarcheerd zou zijn) maakt gelukkig veel goed.

De Parelduiker 2010-5. € 9,50. Verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen.